KP56: Willem van Toorn
Vide-grenier Van heinde en ver, in horden en om wat te vinden aangereisd door het herfstlandschap. Contanten meegebracht, dit is de economie van het kleingeld, de weemoed, het gedeukte, gescheurde maar weer opgelapte, van wat ooit geliefd, onmisbaar was. En van nog niet verloren dromen, van tijd, dat er een toekomst was. De stoel waarop More...
KP55: Eduard Hoornik
Het kerstmaal De vader sloeg een kruis en zegende de spijs. Zijn blik werd donker, of een ver verhaal hem nieuw beroerde, een lang-vergeten wijs hem weer beving. Wij aten diep bevreemd het maal in geur van More...
KP54: Remco Campert
Boerin in Iviers Elke dag nog praat ze met zijn grafsteen op het kleine kerkhof aan de overkant uitzicht over het dal met het dunne riviertje glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht sinds More...
KP53: Jan van Nijlen
De cactus Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen, Verschrompeld in wat kiezel en wat zand En mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen Der eeuwge zomers van zijn vaderland. Maar aan het einde More...
KP52: Aart van der Leeuw
De dieren De landman gaat, nu de avond is gevallen, En de arbeid slaapt, voor ’t laatst zijn hoeve rond; Hij keurt het werk der knechts in schuur en stallen, En als zijn schaduw volgt hem trouw de hond. Hij More...
KP51: Wiel Kusters
Vroeg donker Nu wordt het hier in huis opeens zo stil. Ik leef op bladzijden die jij nooit las, maar die ik later nog eens schrijven zal, de laatste eerst: ik weet wat wachten was. Heb je nog oog voor mij? More...
KP50: vluchtige óógblik
Aan een ouder wordend meisje Je lonkt niet meer behalve die ene keer. Je kijkt maar strak. Er is iets heen dat uit je brak. De jaren stoven je tot vrouw en dorren het meisje weg. Aan ’t berouw om dit versterven More...
KP49: Albert Verwey
De boom Er was een boom in een vervallen tuin. De netels wiesen om zijn voet uit puin. Eerst hier, toen elders was zijn erf bemuurd Met steen waarlangs zijn krimpend lover schuurt, Totdat één tak opnieuw More...
KP48: Ida Gerhardt
Ichthus De vis getrokken door mijn hand en even vrij nog van de golven, zal straks gewist zijn van het strand en door de grote vloed bedolven. Maar in het water dat hem nam zwemt levende het monogram. Geheime More...
KP47: H.J. Marsman
Doodsstrijd Ik lig zwaar en verminkt in de hoek van de nacht weerloos en blind; ik wacht op de dood die nu eindelijk komen moet. het paradijs is verbrand; ik proef roet, dood, angst en bloed, ik ben bang, More...
KP46: Gerrit Achterberg
Innemée Ze worden hier begraven met een haast Alsof de dood hen op de hielen zit. En wat een buitenman het meest verbaast is dat de stoet bijna geen staart bezit; More...
KP45: Gerbrand Adriaensz. Bredero – Eenicheydt is Armoedt
Eenicheydt is Armoedt Wat baat u de voochdy van Landen en van Steen? En’t prachtighe ghebouw vol duure kostel-heen, Daer ghy in woont verseldt met princelijcke stoet, Als ghy des nachts alleen in’t More...
KP44: Inge Boulonois
Bijna Kerstmis Het stadshart is haast dichtgeslibd. Wensen drommen op het trottoir langs etalages stikvol koopbaar. In geslepen banen sluizen trams verlangens door, bij vlagen gierend, bellend. Auto’s horten More...
KP43: Fernando de Noronha van Jacob Jan Slauerhoff
Fernando de Noronha De vinger Gods – een steile, plompe rots Staat op ’t genaadloos strak azuur gericht. De ballingen op deze bruine schots Zijn ook gevangenen More...
KP42: Theun de Vries
De boeren ‘Zij leven norsch bij zon en regenstroomen staan donker in den mist van herfst en winter, en klein en machtloos onder wolken, boomen, zien zij de nachten wassen en vermindren. Worstelend met More...
KP41: Joost van den Vondel: Lucifer
De citaten in dit stuk komen uit: Vondels Lucifer, onder redactie van E.F. van de Bilt en H.C.M Wijffels, uitgeverij Malmberg, Den Bosch, 2e druk 1938 De dichter In het algemeen wordt Joost van den Vondel More...
KP40: J.C. Bloem
De bedelaar Heet mij niet zitten aan uw blanke tafel, Bij ’t ongewende zilver en kristal; Laat niet verkwijnen ’t schoon van vuil en rafel Naast uwer pronkgewaden purpren val. Geef mij geen wildbraad, More...
KP39: Muus Jacobse
Het kind Ons is geen toekomst en geen keus gelaten: wij moeten voort, verward en hulpeloos, in een cultuur van films en radio’s en soms, wat over het verleden praten. Niemand ontkomt er aan… alleen het More...
KP38: ‘Je zult heus nog wel eens doodgaan hoor’
Death on the internet Zoals een duim wel bij de hand maar niet echt bij de andere vingers hoort – hij staat apart, te groot terzijde – zo groeit het internet om ieders leven heen. Je straat, je More...
KP37: Max Dendermonde
Boerenzondag Hier ligt de zondag in de bijbel open: de tafel met het boek, de vrouw die leest, de boer – die onverhoedse regens vreest – bij ’t raam, in blauwe kiel met witte knopen. De vrouw bij God, More...
KP36: Willem van Iependaal
Lustoord 1 Hij zat op een bank in het keurig plantsoen, Die kerel zoo dor in de heesters, zoo groen; De bomen ze zochten den hemel … en hij Zat grauw en verdoken, bestarend den kei. De espen ze snuisterden More...
KP35: N.E.M. Pareau
Idylle Een middag zag ik, d’ al te felle zon ontkomen vanuit het bosch den neergelegen herdersjongen; de lauwe zwoelte had in sluimering bedwongen zijn jeugd. En op het weiland dansten reien gnomen van More...
KP34: Jacob Winkler Prins
Wesp en lelie Al de eikebladeren waren volgestoken: Geen ruimte was er meer voor ’t wespenei: – Maar op een bloemperk wiegt een lelie blij Haar zestal draden, krullend reeds ontloken. Een wesp, More...
KP33: Anton van Duinkerken
De dood op Kerstmis In Memoriam patris. † 25 December 1940 Het scheen wel, dat de hemel – flets-besterd – Licht van de sneeuw kreeg boven ’t binnenplein; Mijn vaders hand vroeg talmend More...
