Wind en paraplu
Bij deze gedichtjes schreef Lieke de volgende uitleg:
Wind en paraplu zijn elkaars beste vrienden. Als het regent mag de paraplu naar buiten en wordt hij opgestoken. Plins en plens en plik en plok. Heerlijk is dat. Maar nog fijner is het als de wind dan met de paraplu komt spelen en hem probeert mee te nemen. Dat is spannend. Maar ook gevaarlijk, want het kan ook te ruw gaan. En dan klapt de paraplu binnenstebuiten en kan zelfs kapot gaan. Als het heel erg hard waait blijven paraplu’s dan ook het liefste binnen. En als het heel heel heel erg hard waait, dan is het fijn om binnen te zitten en te bedenken dat je binnen zit. En dan te bedenken dat je buiten door de wind wordt opgetild en hoog boven de wolken verdwijnt. Ik denk dat het spannender is om het te bedenken dan om het mee te maken. Maar ik zou het toch eens in het echt moeten uitvinden. Of een paraplu vinden die het heeft overleefd en vragen hoe het was.
Wind
Wind had zich verborgen,
wind had zich verstopt,
wind had zich vanmorgen
in een piepklein holletje geproptDaar zit de wind,
daar zit de wind, stil als de wind
en als je hem toevallig vindt,
vindt de wind, stil als de wind
gil dan zacht
en sluip dan zacht
en stilletjes weer wegwant anders pakt de wind jou,
waai-waai-waai
want anders grijpt de wind jou,
waai-waai-waai
en zien we jou dan
zwaai-zwaai-zwaai
en zien we jou dan
zwaai-zwaai-zwaai
nooit meer nooit meer
nooit meer nooit meer
nooit meer ooit meer terug.

Aju paraplu
Hee paraplee,
tee de ree
Ha, parapla,
ta de ra
Ho, paraplo,
to de roPla, plo, plee
ree de ree na benee
Wee, wa, wo
wa de win na omhoHee paraplee, paraplo, parapla,
wat lig je da
helema stukgewa,
parapla, paraplo, paraplee
tee de ree
tee de ree
tee de ree nie mee
