Gepubliceerd op: vrijdag 4 september 2026

Vlinder en grond

 

Twee nieuwe natuurliedjes om te zingen op willekeurig welke melodie van Lieke. We staan hier net als bij de gezongen petrogliefen van Jelangasj (hier), aan de oerbron van de taal, als de klanken zich tot betekenissen beginnen vast te zingen. Ernst Haeckel was de ontdekker van de natuurwet (die niet overal opgaat maar een goede vuistregel is) dat ontogenie fylogenie herhaalt: de evolutie van de mens, van eencelligen via meercelligen en vissen en landdieren met staart tot een enigszins op ons lijkend zoogdier wordt verkort nog eens dunnetjes overgedaan in de baarmoeder waaruit ieder van ons uiteindelijk de wereld in komt gekrijst. Evenzo gaat het met taal: wil je weten hoe die onstaan is? Kijk naar kindertaal, maar dan wel vanaf het moment van conceptie. Ik weet het, niet eenvoudig, maar daar begint het chocola bakken van de hoorbare buitenwereld. Noodzakelijkerwijs met klanken en muziek.

En Lieke, zonder dat ze het weet, laat dat proces in haar natuurliedjes op om het even welke melodie heel goed zien. Hier nog twee.

Vlinder

Wie vindt er de vlinder?
De vlinder die vloog,
vlinderend vloog,
hoog in een boog,
die hinder-en-gindere,
kabotse-kabuitele
pinda de vlinda –
hoog in een boog,
en laag in de haag.
wil de eerlijke vinder
die eerlijke vlinder
bij ons kinderen
terugbrengen graag?
Niet meer en niet minder,
de vlinder de vinder,
pinda de vlinda,
het liefste vandaag.

Grond

Wat ruikt de grond
wat ruikt de aarde
zo grondig,
zo aardig:
grondig de grond,
aardig de aarde,
ruik dan!
ruik dan!
steek je neus erin
en geniet ervan!
Grondig en aardig
hondig en paardig,
ruik maar!
ruik maar!
iedere dag
het hele jaar!

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes