Hark en berk
Alles is bezield in de liedjes van Lieke. Zelfs de levenloze dingen gaan leven, een hark en een paraplu bijvoorbeeld, in de liedjes die ze me stuurde. Het liedje over de hark die ze niet kan vinden en die zich waarschijnlijk expres verstopt heeft (het zal wel als spelletje bedoeld zijn, zo zijn harken) staat al in haar nawoord bij de bundel Melodiertjes en meloblommekes van Robert Desnos, maar uit de papieren die ze me stuurde blijkt dat er nog een tweede couplet is, heel interessant. Waarom ze het uit haar nawoord heeft gelaten weet ik niet – misschien omdat het anders te lang werd? De hark die in het eerste couplet kwijt was, wordt gelukkig in het tweede couplet weer gevonden, zodat we ook hier van een happy end kunnen spreken
Het tweede gedichtje, over een berk die aan het werk is (welk werk? ook dat wordt opgelost), begint als een liedje, maar verandert al snel in een serie tongbrekers, hoewel het op een of andere willkeurige melodie waarschijnlijk nog heel goed te zingen is. Ik zal het Lieke eens vragen, of ze hem nog weet.
Hark
Waar is-ie, de hark,
de hark voor de blaadjes?
Wil je hem hebben,
dan is-ie weg,
wil je hem hebben,
dan heb je pech,
dan moet je hem zoeken
in hoeken
en gaatjes,
de hark voor de blaadjes…Waar is-ie, de hark,
de hark voor de blaadjes?
Hij houdt ervan zich te verstoppen,
achter de schuur, tussen de schoppen,
achter de bomen,
ergens langs paadjes…
Is-ie er soms vandoor naar het park?
Nee, daar ligt-ie,
de hark voor de blaadjes:
had zich verstopt – ónder de blaadjes…

Berk
Wit is de berk,
wat is de berk,
wat is de berk toch berkesterk:
altijd is hij aan het werk,
aan het sterkeberkewerk,
in het park en in het perk,
in het sterkeberkewerkeperk
werkt en werkt en werkt de berk…
Wat doet de berk,
de berkesterke sterkeberk?
Wat voor sterkeberkewerk
in het sterkeberkewerkeperk?
Hij bouwt een kerk,
een sterkeberkewerkeperkekerk,
dat doet de berk,
de witte berk,
de watte berk,
de berkesterke sterkeberk.
