Over Moxa
Niemand die echt in perfectie gelooft, maar haar handen kwamen in de buurt: vingers als gebeiteld door een 15e-eeuws Italiaanse meester, een palm waarbij aangenomen werd dat die malheur uit een ziel kon zalven en kootjes waar je urenlang verwonderd naar kon turen. Wanneer ze liep drukte ze haar ellepijp naar buiten, zodat er een fraaie welving ontstond tussen haar wijsvinger en duim. Ik meende dat Moxa dit gebaar niet bewust uitvoerde, dat het bij haar air hoorde. Haar moeder was fabrieksarbeider, zei ze altijd, om het opzien van haar elegantie nog sterker op te vijzelen. Ze kwam vaak naar poëzie-avonden. Ze smiespelde dan door voordrachten heen die door nerveuze dichters met zachte stem op een geïmproviseerd podium werden opgelezen. Moxa kletste met bekenden die ze van protesten kende. Ik geloofde dat poëzie haar weinig interesseerde, dat tijdelijke verblijf tussen die sociaal ongemakkelijke lui die men dichters noemt. Het ging haar vooral om de sfeer te vangen. Inherent aan alle poëzie zat de drang tot verandering.
Ze sprak accentloos, hoewel ze menig toehoorder tot een verdekte glimlach bracht wanneer ze het woord koeioneren gebruikte. Ze sprak het uit als kujonneren, met de o deftig uitgesproken. Helaas gebruikte ze het woord koeioneren vaak, hetgeen haar elegantie enige schade berokkende. In plaats van de muze die zich als een toonbeeld van bevalligheid voortbewoog, werd ze een soort parodie van zichzelf. Op die momenten haakte haar publiek af. Het klinkt cru, maar het was een beetje als een walnotentaart die het water In de mond doet lopen, maar bij het naderen ervan naar bederf rook. Koeioneren.
Moxa nam deel aan protesten. Haar gestalte heeft menigmaal publieke bekendheid genoten. Het waren vaak foto’s, genomen bij een verslag van zo’n groot protest in de hofstad. In kranten dook dan haar elegante verschijning op: sierlijk lange haren en hoge jukbeenderen met tussen die fraaie vingers van haar een omhooggehouden stuk karton geklemd. Daarop stond een gevat citaat geschreven dat waarschijnlijk niet door haarzelf was bedacht.
‘We staan tot onze knieën in a-moraliteit,’ scandeerde ze op verjaardagsfeestjes. ‘We claimen rechtvaardig te zijn en lankmoedig, maar doen uiteindelijk ook boodschappen bij een supermarkt die vakbonden onderdrukt.’ Ze nam een verdwaalde lok uit haar gezicht. ‘We sparen bij banken die in wapens investeren en bouwen pensioen op met oorlogsrente.’ Enkele gasten keken weg, zoekend naar ander volk om over auto’s of vakanties te praten. ‘We kunnen niet goed doen zolang we kapitalistisch leven. Ik zeg het niet om jullie te koeioneren. In dit systeem is er geen ruimte voor een goede moraal.’ Ze scande de uitgebluste gezichten om zich heen. ‘Die is er gewoon niet.’
Ooit was er een man blijven plakken. Die net geklede heer viel op in die kringen waar Moxa zich ophield. Dat waren mensen met te weinig deodorant en een teveel aan ruim-zittende broeken en strakke jassen die veel te lang gedragen werden. Die man ging mee naar protesten. Of hij ook meezong en scandeerde weet ik niet, maar hij stond haar terzijde. Die liaison duurde tot het moment waarop ze erachter kwam dat hij blauw bloed had. Het was meteen gedaan. Blijkbaar viel zijn achtergrond niet te rijmen met haar merites.
‘Weet je dat de oliemaatschappij in het bezit is van de feodalen? Weet je wat die oliemaatschappij allemaal aanricht?’
De man verdween en op termijn ging Moxa niet meer naar de protesten. Bonje met enkele andere vaste lieden. Ze schreef nog een paar manifesten, online gepubliceerd. Na een paar jaar kreeg ze last van oprukkende reuma. Haar haar werd dun, haar ogen lagen dieper in hun kassen en ze moest zich voortbewegen met behulp van een stok.
‘Verduivelde reuma,’ zei ze dan, ‘dat loopt me continu te koeioneren.’
Op een volgend verjaardagsfeest van een schroomvallige dichter hoorde ik haar stem. Het verbaasde me. Nee, het was eerder schrik te noemen. Haar toon klonk afgemat. ‘In een ziek systeem zijn er geen gezonden,’ prevelde ze, terwijl ze onbeweeglijk in de enige fauteuil van de kamer zat. Ik zag haar tegen een klein kind praten die haar met grote ogen aankeek. Alle volwassenen stonden biertjes te tanken In de keuken onder luidruchtig gewauwel. Ik hield een kommetje met gesneden komkommer en tomaatjes voor haar neus. Ze nam er een stuk komkommer uit en bij het weglopen hoorde ik het knappende geluid van haar tanden in de substantie.

