Gepubliceerd op: vrijdag 10 juli 2026

Iets wat het niet is

 

Tekens van lezen

Hoofdletter komma komma punt
Hoofdletter punt
Hoofdletter komma punt
Hoofdletter komma komma punt
Streepje vraagteken streepje
Komma komma dubbele punt
Aanhalingsteken openen uitroepteken
Aanhalingsteken sluiten komma
Uitroepteken
Puntkomma
Puntkomma
Komma
Punt
Hoofdletter komma uitroepteken
Dubbele punt komma komma komma
Komma komma komma
Komma
Komma
Uitroepteken
Hoofdletter punt
Hoofdletter punt
Hoofdletter punt
Hoofdletter punt
Hoofdletter
Punt
Hoofdletter

(de rest zelf invullen)

Dit is een mislukt gedicht. En een mooi voorbeeld van iets wat het niet is. Soms is iets wat het is (zie Iets wat het is) en dan is het goed. Of misschien niet goed, maar in elk geval wel wat het is, goed of niet. Maar als iets is wat het niet is, of niet is wat het is, dan is het niet goed. Dan wil dat iets dat het wel wil zijn eruit. En kan er niet uit. Zie dit gedicht. Het uitgangspunt, alleen de leestekens lezen, of de onzichtbare tekens, wordt meteen al met voeten getreden. Want is een hoofdletter een leesteken? En als het een onzichtbaar teken is, waarom staan er dan geen kleine letters bij, en geen spaties en regelafbrekingen? Inconsequent. Het volgende iets wat het niet is, is dat het gedicht allengs ging lijken op het door deze poëzie-website onsterfelijk geworden gedicht Oote van J. Hanlo. Daar kwam ik althans achter na een aantal regels al kladversiënd deze lezenstekenen te hebben opgekalkt. Vandaar dat het eindigt met (de rest zelf invullen), zoals er bij Hanlo in het gedicht een paar keer etc. staat, heel raadselachtig en heel leuk, want wat er herhaald moet worden is volstrekt onduidelijk: er staan zelfs één keer drie etc.’s achter elkaar. En Oote, is de onweerstaanbare indruk van het gedicht, kan ook eindeloos doorgaan. Als je maar wil. Maar dat het een Oote-ripoff is, is niet erg. Misschien is Oote zelf wel een ripoff van K. Schwitters’ Ursonate. Wie zal het zeggen. Ripoffs zijn niet erg, maar juist goed: ze zijn de lijm van de traditie. Maar dan moet het resultaat wel iets zijn wat ook op eigen benen kan staan. En dat kan Tekens van lezen niet, want de lezer wordt het raadsel ontnomen. Het raadsel van de onleesbare leesbaarheid. Het is na de eerste regel al duidelijk dat de lezer onmogelijk zelf de ontbrekende letters (waar het in een gedicht, ja in elke geschreven tekst om schijnt te moeten draaien) kan invullen, en dat het gedicht wel een transcriptie pretendeert te zijn van leestekens en/of hoofd- en kleine letters, maar dat niet is. En dus: nep. En dus: een ideetje. Niet goed uitgevoerd. Niet goed doorgevoerd. Niet wat het had moeten zijn. Niet wat het is. En dus: mislukt.

Wat nu? Wegsmijten? Huilen? Tandenknarsen? Wachten tot ik het plotseling, door hersenverweking, wel goed vind? Sleutelen? (Aankruisen wat van toepassing is: meerdere keuzes zijn mogelijk.)

Het zou al heel wat beter worden als het een werkelijke transcriptie van de leestekens was, dus van een bestaand gedicht was. Goed, proberen we dat. Ik probeer het Ezel-gedicht dat volgens mijn criteria wel was wat het was (zie opnieuw hier). Lekker kort, en bijkomend voordeel: omdat het een oneindeloos gedicht is, kan ik blijven eindigen met (de rest zelf invullen). En de titel? De titel? Daar maak ik van Geheim gedicht. Komt-ie.

Geheim gedicht

spatie
spatie spatie spatie
spatie spatie
regelafbreking
inspringen spatie spatie
spatie
spatie
komma
spatie spatie spatie spatie
spatie spatie komma
regelafbreking
inspringen spatie spatie
spatie spatie
vraagteken

(de rest zelf invullen)

Maar het kan dan natuurlijk ook zo, als je de letters laat meewegen:

Geheim gedicht

drie letters spatie vier letters spatie
drie letters spatie vier letters spatie
twee letters spatie vijf letters spatie
vier letters spatie regelafbreking

inspringen drie letters spatie
zes letters spatie drie letters spatie
vier letters spatie
komma regelabreking

drie letters spatie vier letters spatie
drie letters spatie vier letters spatie
twee letters spatie vijf letters spatie
vier letters spatie regelafbreking

inspringen twee letters spatie
vier letters spatie twee letters spatie
drie letters spatie drie letters spatie
drie letters spatie vraagteken

(de rest zelf invullen)

Is dit dan wat het is? Ik bedenk al doende, dat ik het geheim nog groter kan maken door de letters en leestekens van het tweede gedicht op dezelfde wijze te transcriberen, zodat je een dubbele encryptie krijgt, en waarmee het op zijn minst interessante variant wordt. Alleen wordt het gedicht er drie keer zo lang van, want voor elk woord uit het oorspronkelijke gedicht heb ik dan in plaats van drie woorden (x letters spatie) er nu negen nodig (x letters spatie x letters spatie x letters spatie). Dus weet je wat, ik schiet deze variant af nog voor zij het luchtruim heeft kunnen kiezen. En moet dit het zijn wat het geworden is. Het oorspronkelijke gedicht was trouwens dit:

Een ezel die over de heuvel ging

Een ezel die over de heuvel ging
    wou kijken wat daar lag,
die ezel die over de heuvel ging,
    en weet je wat hij zag?

Nog een manier om er een geheim gedicht van te maken is om de woorden met zwarte balkjes te verbergen, zoals op deze illustratie:

Ook dat is eerder gedaan, door Roland Topor, in een onleesbaar boekje dat door Jaco Groot (toen bij Thomas Rap) in 1972 in Nederland als Souvenir is uitgegeven, herdrukt bij De Harmonie in 1975. Topor was indertijd op bezoek bij Adriaan van Dis en op de vraag hoe je al die doorgestreepte woorden kon lezen, antwoordde Topor dat het heel eenvoudig was en hij deed het voor: mompelend en met zijn hand voor zijn mond.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes