De weg die niet de weg is
Dit was eerst getiteld ‘Stomme bergwandeling’, en was toen ook niet meer dan een stomme bergwandeling. Een onbegrijpelijke bewegwijzering van een Appenzeller aan een op toeristische vleugelen aan komen waaien bergwandelaar die de weg kwijt is. En na de hele lange uitleg zei de Appenzeller dan:
en kijk,
dan kom je precies uit
waar je begonnen bent,
dus had je dan niet beter hier kunnen blijven?
Dat was trouwens versie twee. Want in de eerste versie was het nog een volwassen kindergedicht, en eindigt het met een klagende kinderstem, althans zo lijkt het. (Ik weet het niet precies, ik schrijf ook maar wat op.) Dan heb je, als je alle bewegwijzering volgt, uiteindelijk een cirkel gemaakt. Net als bij dat spelletje, eerst links dan rechts en waar kom je dan uit op een stratenkaart. En het einde was toen:
en kijk,
dan komen we precies uit
waar we begonnen waren.
Hadden we dan niet beter
gewoon thuis kunnen blijven?
Maar dat vond ik al meteen niet leuk meer. Terwijl het lange en vage wijzen van de weg op zich wel grappig is. En toen zag ik dat met dat ‘omhoog’ en ‘omlaag’ ook een schriftkundig, concretepoëzieachtig spelletje gespeeld kon worden. Dat het is wat het is wat het is. Maar dus niet de weg, maar het gedicht. Dat het het gedicht is wat het is. De lengte van de regels namelijk. Als je het gedicht negentig graden tegen de klok in draait. Zodat het de hele exercitie alsnog – gelukkig! – nergens op slaat.

De weg die niet de weg is
Kijk, je gaat eerst een stukje omlaag,
en dan ga je omhoog,
en dan weer een stukje omlaag,
en dan weer een stuk omhoog,
en dan, op die helling, weer omlaag,
en dan ga je omhoog,
en nog een stuk omhoog,
echt een lang stuk omhoog,
(hou daar rekening mee), omhoog,
en dan krijg je een flink stuk omhoog,
(dat is denk ik wel het langste stuk omhoog)
en dan weer een stukje (oppassen) heel steil omlaag,
nog een stukje omlaag,
nog iets omlaag,
en omhoog,
en dan weer omhoog,
weer een heel eind omhoog,
dan heb je een heel eind omhoog,
hoger en hoger, steeds maar omhoog, echt een heel eind,
en ik bedoel echt een heel eind, en dan plotseling steil omlaag,
en dan weer omhoog,
en vlak daarna dan weer omlaag,
omlaag en steeds omlaag,
omlaag en omlaag,
en weer omhoog,
en dan een stukje heel steil (het steilste stuk misschien wel) omhoog,
hoger en hoger, en dat is (denk ik) het hoogste punt, want dan ga je omlaag,
best wel steil omlaag,
even omhoog,
en dan weer omlaag,
en weer steil omhoog,
(niet lang, maar ook niet kort) en dan weer steil omlaag,
nog even omhoog,
en dan nog een laatste stuk omhoog,
en kijk, dan heb je alle regels rechtop gelezen.

—
De illustratie is een detail uit het albumblad Landschap van Wang Shih-Min, uit Edmund Capon, Chinese Painting, Phaidon.
