Zhuang Zhi zegt

Zhuang Zhi zegt
Als het donker is, zie je hem niet.
Als hij zich verstopt, zie je hem niet.
Als je niet kijkt, zie je hem niet.
Als je net eventjes met je ogen knippert, zie je hem niet.
Als je je omdraait, zie je hem niet.
Als je even niet oplet, zie je hem niet.
Als hij er niet is, zie je hem niet.
Als je niet weet waar je op moet letten en niet weet wie je moet hebben, zie je hem niet.
Als je te laat bent, zie je hem niet.
Kijk! Daar gaat-ie! Waar? Te laat…Als hij weg is, zie je hem niet.
Als hij niet thuis is, zie je hem niet.
Als hij zich doorzichtig gemaakt heeft, zie je hem niet.
Als hij zich onzichtbaar gemaakt heeft, zie je hem niet.
Als hij niet gezien wil worden, zie je hem niet.
Als hij zich achter de boom verschuilt, zie je hem niet.
Als jij je achter de boom verschuilt, zie je hem niet.
Kijk maar. Niets! Niemand! Alleen een boom!Als je je hemd over je hoofd hebt getrokken, zie je hem niet.
Als je niet bent waar hij is, zie je hem niet.
Als hij niet is waar jij bent, zie je hem niet.
Als hij iemand anders is, zie je hem niet.
Als hij zo dicht voor je neus staat dat je hem niet ziet, zie je hem niet.
Als hij met z’n tweeën is, zie je hem niet.
Als hij met zijn drieën is, zie je hem niet.
Als hij met zijn honderdtienduizenden is, zie je hem niet.
Van nul tot oneindig is hij, en nog zie je hem niet.Als hij niet bestaat, zie je hem niet.
Als hij niet bestaan heeft of niet zal bestaan, zie je hem niet.
Als hij diep onder de grond is, zie je hem niet.
Als hij diep onder de zee is, zie je hem niet.
Als hij heel hoog in de lucht is, zie je hem niet.
Als hij zo klein is dat je hem alleen met de allersterkste microscoop kan zien, zie je hem nóg niet.
Als je weet waar je moet kijken, zie je hem niet.
Als je hem ziet, zie je hem niet.
Pas als je hem niet ziet, zie je hem wel.
Nee, hier zeg ik niets over. Want zij die spreken weten niet. Nee, hier zeg ik niets over. Hier zwijg ik zelfs niet over. Want zij die zwijgen, weten het vaak ook niet. Nee, ik zeg niet van wie het is. Ik zeg niet waar het vandaan komt. Komt het wel ergens vandaan? Nee, ik zeg ook niet waar het naar toe gaat. Gaat het wel ergens naar toe? Nee, ik zeg ook niet hoe anders deze woorden waren toen ze voor het eerst waren opgetekend. In allerlei onleesbare schrifttekens zelfs. Die je moest ontcijferen tot klanken. En dan nog wist je niets. Nee, ik zeg helemaal niets. Heeft Zhuang Zhi hiermee dan niet genoeg gezegd? Waarom moet hij nog uitleg krijgen? En waarom van mij? Nee, ik laat dit zoals het is. Zich ontvouwen. En ik bemoei me nergens mee. Wie het leest mag het uitzoeken. Nee, ik ga niets zeggen. Ik laat niets zien. Erachter noch ervoor. Ernaast noch erbij. Eronder noch erboven. Niets. Want wat valt er te zien als je moet kijken? Dan zie je het toch niet. Dan zie je nog niet. Dan zie je het juist niet. Nee, ik laat het zo zijn als het is. Zo stom als het is. Ja. Dat doe ik.
—
Illustratie: Zhuang Zhi onder de boom, bezig niet te zien.
