Mausie en Katausie
Mausie en KatausieEr was eens een muisje Mausie,
die zag plots een kat Katausie:
Katausie had ogen – griezelig grausie,
Katausie had tanden – krakerig krausie,
en hij zei tegen Mausie: ‘Miausie, miausie,
kom eens wat dichter bij mij, lieve Mausie,
dan zing ik een liedje voor jou, lieve Mausie,
kom maar bij mij en doe niet zo flauwsie.’Maar Mausie die zei: ‘Ga nou gauwsie!
Ik zie toch je ogen – griezelig grausie,
ik zie toch je tanden – krakerig krausie!
Ik kom lekker niet!’
Dat antwoordde Mausie
En snel liep ze weg van Katausie.
Mausie en Katausie is een kort en minder bekend gedicht van kindervriend Kornej Tsjoekovski, waarmee hij veel succes oogstte als hij het voorlas, op bezoek in weeshuizen, tbc-klinieken, vakantiekampen enz. (We schrijven jaren twintig vorige eeuw, plaats: postrevolutionair, postburgeroorlogs Rusland.) Tsjoekovski gebruikt het gedicht later om te vertellen hoe kinderen van onzin en vooral rijmende onzin houden en hoe jammer het is als we ze dat uit pedagogische overwegingen of waarom dan ook onthouden. Woorden die honderd jaar later (d.w.z. nu) geschreven hadden kunnen worden.
Over Tsjoekovski’s noodkreet had ik het in VandaagsVertaalProbleem, blog 162, hier. Daarin ook een vertaling van Mausie en Katausie, die ik eerder, elders, anders had laten publiceren en die ik voor mijn blog grondig herzag, tot de versie vóór bovenstaande uitkomst.

Misschien interessant wat ik allemaal verkeerd deed in mijn ogen, bij mijn eerste poging?
Mausie en Katausie
[bij Tsjoekosvki staat Katausie en Mausie, maar ik vind het in het Nederlands omgekeerd beter klinken]
Er was eens een muisje Mausie
Die zag plots de kat Katausie:
De kat Katausie – met ogen griezelig grausie,
De kat Katausie – met tanden krakerig krausie,
[Die laatste twee regels vond ik wat aanstellerig worden, die dubbele herhaling van de kat Katausie – alsof je er als voorlezer ook iets griezeligs van moest maken in gezicht en gebaar, en dat kan snel verkeerd aflopen, want niet iedereen is geboren als toneelspeler: dat is slechts zeer weinigen gegeven, en zelfs die meestal niet. Natuurlijk, in huis- tuin- en bed-voorleessituatie kunnen ouderfiguren zich alles veroorloven. Plus: in dit gedichtje gaat het niet om het griezelige maar om de leuke klanken en het grappige non-verhaal. Schrappen dus.]
En de kat Katausie zei tegen Mausie:
– Miausie, miausie,
[Nog een herhaling! En dan ook nog een lelijke onaffe regel. Oké, bij Tsjoekovski springt hij ook in, maar daar is hij wel voller, met, letterlijk Ach, Miausie, Miausie, Miausie. Terwijl herhalingen direct pas gewenst zijn, als Katausie Mausie moet gaan paaien. Inkorten dus.]
Kom eens wat dichter bij mij, lieve Mausie,
Dan zing ik een liedje voor jou, lieve Mausie,
Kom lekker bij mij en doe niet zo flauwsie…
[Dat lekker zon me ook niet meer zo erg, daarmee wordt het toch snel alsof je het niet meent en de ernst van de levensbedreigende situatie wat probeert de deflateren; het grappiger probeert te maken dan het is. Leuk te doen in plaats van leuk te zijn. Bovendien komt er al een lekker voor verderop, waar het dramatisch wel verantwoord is. Veranderen dus.]
Maar muisje Mausie zei tegen Katausie:
– Ga nou gauwsie!
[Dat gauwsie laat ik staan: nu krijgt de klank, na het flauwsie van de regel ervoor, zijn eigen dynamiek en wordt het echt leuk, maar opnieuw moet ik inkorten, tot Maar Mausie die zei: Ga nou gauwsie]
Ik zie toch je ogen: zo griezelig grausie,
Ik zie toch je tanden: zo krakerig krausie!
[Hoezo zo griezelig grausie? Hoezo zo krakerig krausie? Is Mausie soms de bedenker van het gedichtje? Meent ze het soms niet? Weg ermee.]
Ik kom lekker niet!
[Hier laat lekker lekker staan: deze mausie mag dat – er sneuvelen er al zoveel tussen katausiekaken.]
Dat antwoordde Mausie
En snel-snel-snel liep ze weg van Katausie.
[Het snel-snel-snel vind ik ook iets te sturend. Als je het voorleest kun je het er altijd zelf van maken, mocht de sfeer ernaar zijn. Als de sfeer een minder knusse is, dan is een enkele snel genoeg.]
Dan heb ik sindsdien nóg wat veranderd: ik heb er twee strofen van gemaakt, om het dialoogkarakter extra te visualiseren, en ik heb een getrapte regel gemaakt op het eind, die er eerst niet stond, ook omdat het dan al lezende of voorlezende al op het oog duidelijk is hoe je het zal moeten lezen, nog voordat je ziet wat er precies staat. De grafische component, de letters en de woorden en de regels, dient eigenlijk allereerst ter ondersteuning van de eerste oogopslag.
En nu: op naar de volgende versie. Vertalingen, ze zijn nooit af. Of alleen af uit een soort van hopeloosheid en moedeloosheid en de handdoek in de ring gooien.
—
De illustratie is van Vladimir Konasjevitsj, uit beginjaren dertig schat ik. In Kornej Tsjoekovski, Skazki, Moskou, Machaon, 2018.

