Hoe koning te zijn zonder het te worden
Ik las laatst in een stukje op neerlandistiek Wat zou ik moeite geven om koning te worden indien het mij mogelijk is te beseffen, dat ik reeds koning ben.
Precies! dacht ik. En ik moest lachen. Als meer mensen zich dit maar eens zouden beseffen en inprenten. Dan was er niet zoveel blinde ambitie in de wereld. Minder Trumps en minder Poetins. Minder sycofanten en hielenlikkers die hopen dat hun koningschap ook op hun afstraalt. Of dat ze er in elk geval een graantje van kunnen meepikken. Sowieso veel minder ongelukkigen die worden voortgejaagd op hersenschimmels om iets te bereiken. Iets waarvan ze niet weten dat ze het al hebben. En ik moest denken aan de wijze uitspraak Wil je gelukkig zijn? Wees het!

Ook moest ik denken aan de onsterfelijke uitspraak Waarom je nog verroeren, als je allerheerlijkst kunt reizen in een leunstoel?
Maar hoe doe je dat? Hoe ben je koning zonder het te worden? Hoe kun je reizen in je stoel? Hoe kun je worden door het te zijn? Antwoord: door te slapen! Als je gaat slapen – die periode tussen kwartslaap, halfslaap en driekwartslaap – gaan er herinneringen open in alle zintuigen, diep verborgen, diep weggestopt, diep bedolven onder het aangroeiende zelfbewustzijn, het idee dat je iemand bent en anderen ook. Dan wordt de sluier van Maya weer even opengetrokken. Dan ben je eindelijk weer jezelf en een met de wereld.
Mensen, zeg ik, ga slapen!
De nachtwacht en het nergenskind
Kijk ze gapen, giep-giep-giep,
kijk ze slapen, sliep-sliep-sliep.
Alle beesten,
of de meesten,
slapen, slapen, slapen:
de hoenders en de schoenders,
het kippetje en de kepen,
het schippetje en de schepen,
de botten en de boten,
de krotten en de kroten,
de kleinen en de groten,
de nachtwacht en de nergensman,
die bandenplakt met plakkeband.Kijk ze gapen, giep-giep-giep,
kijk ze slapen, sliep-sliep-sliep:
Alle beesten,
of de meesten,
slapen, slapen, slapen:
de kinderen en de winderen,
de lammeren en de hammeren,
de katten en de gatten,
de slotten en de sloten,
de motten en de moten,
de kleinen en de groten,
de nachtwacht en de nergensvrouw,
die touwtjespringt met springetouw.Kijk ze gapen, giep-giep-giep,
kijk ze slapen, sliep-sliep-sliep:
alle beesten,
of de meesten,
slapen, slapen, slapen:
de koeieren en de loeieren,
de mindermoe en moeieren,
de drommen en de darissen,
de schotten en de schoten,
de knotten en de knoten,
de kleinen en de groten,
de nachtwacht en het nergenskind,
het diep-diep slapend nergenskind.
—
De uitspraak van Lodewijck van Deyssel komt uit Het IK: heroiesch-individualistische dagboekbladen uit 1887, het stukje op neerlandistiek staat hier. De tweede uitspraak is van Kozma Proetkov, de derde van Des Esseintes, hoofdpersoon uit À Rebours van J.-K. Huysmans uit 1884 (is Het IK de Nederlandse À Rebours? Ik ga het uitzoeken). De tekening komt uit een boek met Russische slaapliedjes en kinderversjes, Tryntsy, bryntsy, boebentsy, 1984, illustraties van N. Popov.
