Gepubliceerd op: vrijdag 13 maart 2026

Frits en Yorick

 

Yorick noemt Frits Fruts en Frits noemt Yorick Horrik. Dat vinden ze leuk. Het zijn elkaars beste vrienden. Maar zoals dat gaat onder beste vrienden, er zijn wel eens onenigheidjes die tot schermutselingen en zelfs handgemeen leiden. Zoals laatst. Toen had Yorick Frits zijn voetbal en die wou hij niet teruggeven. Terwijl het Frits zijn bal was. Frits had de dag ervoor weliswaar Yorick zijn bal expres zo hard gepunt dat hij lekgeraakt was en onherstelbaar naar de vaantjes, maar dat kwam omdat Yorick de dag daarvoor Frits expres in de sloot geduwd had, tenminste, Yorick zei dat het per ongeluk was, maar Frits wist heel goed dat het expres was. Zulke dingen voel je gewoon. Dus. Dat is voorzover ze het zich kunnen herinneren.

Dus toen zegt Frits:
– Als je nu mijn bal niet teruggeeft, Horrik, nu onmiddellijk meteen, denk ik niet dat je direct nog leeft, met of zonder arm of been.
En Yorick zegt dan:
– O ja, wat wou je dan gaan doen, Frutsie-baby, stumperaar, behalve stampen met je schoen en knarsetanden, zeg het maar.
En toen zegt Frits:
– Ik ga je zó roks in je bonkel bokken, ik bluts je zó voor je bazaan, ik ga je stronkel zó strak wrokken, dat je compleet de kluts klapt in je kaan.
En Yorick zegt dan:
– Daarmee maak je mij niet bang, Fruts-majoortje, lamme knurft, wrok en bok maar, ga je gang, laat maar kijken wat je durft.

Nou en toen wrokte Frits hem toch voor z’n bonkel, hij kregelde zijn krak tot die in krukken brak, hij bokte hem een grommel voor zijn stronkel, hij klutste hem zijn kaan dwars door zijn spak, hij verprulde hem zijn blakbazaan tot knarsens, toen kwakte hij zijn dorre steeksels in de grut, hij groste Yoricks beide steggelaars tot garsens, en danste dubbeldwars over zijn warse prut.

En dat was dat.

De illustratie is van Yves Chaland bij een avontuur van Le Jeune Albert, uitgegeven door Les humanoïdes associées in 1985.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes