Gepubliceerd op: maandag 9 februari 2026

Om de duiten te doen

 

‘Je vergist je behoorlijk,’ zei hij met zijn schrille stem. Zo’n stem die dun is, maar ergens bij je vingernagels begint te branden. Ik keek naar mijn eigen vingernagels. De nagel van mijn ringvinger was lang. De rest was keurig geknipt. Ik wilde net naar zijn vingernagels kijken, om die oeroude menselijke gewoonte van het vergelijken, toen hij mijn staren onderbrak en zijn gezicht in mijn beeld hing.

We zaten tussen de kamerplanten van een pop-up koffietentje. Alles om ons heen leek van hout. Bij nadere inspectie bleek die veronderstelling daadwerkelijk waar te zijn, de kringloopmeubels waar we op zaten incluis. We zaten ver van het raam, alle andere zitjes waren bezet, waardoor we in ons hoekje weinig daglicht vingen.

‘Ze kijken niet naar kwaliteit,’ zei hij, en er klonk vastgeklonterde hoon in door. ‘Ze kijken naar verkoopbaarheid. Daarom staan alle deuren open voor proza door celebrities.’ Hij sprak het Engelse woord op z’n Nederlands uit. Ik moest een lach onderdrukken, dit lukte door mijn aandacht te richten op een laf popliedje dat uit de speakers kwam. De zanger van het lied had zo’n zeurend hoog stemmetje. Met aangezwengelde violen klonk zijn gezongen verhaal erg pedant.

Mijn tafelgenoot had zelf een enkele thriller geschreven die ik eerder onder de noemer ‘horror’ zou scharen, gezien het over een groepje mensen ging die op een verlaten fabrieksterrein te maken kregen met een energie die over bovennatuurlijke vermogens beschikte. Mijn opvatting was dat zijn wortels in Zuidoost-Azië zorgden voor affiniteit met het bovenzinnelijke. Het kwam me als onmogelijk voor dat een uit de polder getrokken hork een boek zou kunnen schrijven over geesten die mensen belagen met bizarre beheksingen. Ik had zijn boek niet uitgelezen, vanwege onvoorstelbaar irritante personages die me bij elke passage hardop deden zuchten, maar was bij het opgeven van zijn boek dusdanig gevorderd dat ik, wanneer hij me ooit zou vragen, een samenvatting kon oplepelen van het plot. Maar sinds het publiceren van het griezelvehikel acht jaar geleden, had hij niet eenmaal naar mijn mening gevraagd.

‘Hier,’ hij haalde een krant tevoorschijn die blijkbaar binnen handbereik lag en hield zijn vinger bij een afbeelding van een man, waarvan ik met een grondigere schouwing leerde dat het de cover van een boek vormde. ‘Een presentator,’ hij zei het als wilde hij me onderwijzen.
Ik keek naar de man met opvallend wit gebit op de cover, maar herkende het heerschap niet.
‘Die vent heeft van literatuur geen kaas gegeten. Maar wel een boek schrijven.’ Hij keek me verongelijkt aan. ‘Voor de uitgever is het toch alleen maar om de duiten te doen.’
‘Dat is, hoe heet zoiets,’ ik groef in mijn geheugen. ‘Een ghostwriter.’
Hij wierp de krant op tafel in een theatraal gebaar. ‘Ghostwriter of niet, het wordt uitgegeven. Weer een stapeltje in de boekwinkel dat echte literatuur wegduwt.’

Echte literatuur, dacht ik. Weer keek ik naar mijn nagels. Het lukte me om naar de zijne te kijken. Hij had spatelvormige nagels met een dunne witte nagelrand. Op enkele daarvan waren witte strepen op de oppervlakte te onderscheiden. Dat moest iets betekenen, iets met een tekort aan kalk of zo. Dat bracht een herinnering boven.
‘Ik moet zo gaan,’ deelde ik mee. ‘Schrijven.’

Hij knikte. Zijn blik was afwezig. Op het moment dat hij ging verzitten zag ik pas dat hij al die tijd voor het boekenplankje had gezeten. Zo’n door lezers gedumpte selectie aan boeken die je kon inwisselen voor je eigen exemplaren waar je vanaf wilde. En ik realiseerde me dat mijn opmerkingsvermogen sneller werkte dan mijn sociale voelsprieten. Ik hoorde het mezelf zeggen. Er was geen weg meer terug.
‘Is dat niet jouw boek op de plank?’
Hij draaide zich om. Mijn rug spande zich intussen aan en ik zocht naar mijn sjaal. Om maar iets te vervloeken keelde ik in gedachten de zanger wiens lied nog altijd uit de speakers druppelde.

 

Over de auteur

- dichter, schrijver, theatermaker - publiceerde eerder bij o.a. Tirade, Liter en Hollands Maandblad. Zijn dichtdebuut 'Het Firmament Tussendoor' werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. In 2025 publiceerde hij zijn tweede dichtbundel 'Aardvark Tremendum'.