Gepubliceerd op: vrijdag 20 februari 2026

Beertje wordt Grote Beer

 

Gerard Reve schreef brieven alvorens zich te zetten tot de sisyfusarbeid van het nooit voltooibare maar uitendelijke wel afgeschreven Boek van Violet en Dood. Willem Wilmink vertaalde een potje om in de schrijfstemming te komen voor zijn eigen kinderliedjes en gedichten. Maar wat als je core business brieven schrijven is? Of erger nog, vertalen? Hoe moet je dan de schrijfhand de ochtendlijke warming-up geven? Laten buigen en strekken en de voorgeschreven Pilates-oefeningen doen? Door een potje proza of poëzie te schrijven?

Of Wilminks vertalingen ooit zijn uitgegeven weet ik niet, maar ik weet wel dat vele lezers en lezeressen Reve’s brievenwerk meer waarderen dan zijn verhalend proza.
Zo zie je maar.
(Wat zie je dan? Ja, dat weet ik niet. Maar zo zeg je dat.)

Zelf schrijven blijft, hoe je ook wendt of keert, een soort afreageren. Verwerken. Sublimeren. Iets wringt. Iets laat je geen rust. Iets moet eruit. In dit geval, met dit hieronderstaande gedicht, moest mijn eindeloze gemier en gebuffel aan Barto’s vierregelige Beertje eruit, dat in Bij mij op de maan uiteindelijk dit werd (ik schreef erover in een vorige Simpel is, hier https://www.ooteoote.nl/2025/06/beertje/):

Beertje ligt onder de kruk,
Beertjes ene poot is stuk.
Toch pak ik hem elke keer,
want het is mijn liefste beer.


Het thema lieve kapotte beer (liever: lieve stukke beer) bleef nog lang opspelen, als een koorts die maar niet wil weggaan. Alsof ik nog niet genoeg nagedacht had, liet mijn eigen hoofd me eigenlijk weten, te vroeg gestopt was met piekeren en peinzen, met mieren neuken en muizen nissen. Goed dan! Hou maar op! Dan maak ik er zelf ook een! Jij je zin! Ik noem het niet Beertje maar Grote beer.

Er komt een grote-grote beer
gewaggeld door het bos.
Zijn vulling komt eruit
en zijn linkerarm zit los.

Zijn oog hangt aan een touwtje,
zijn buikje is geplet,
en als hij eindelijk bij me is,
dan leg ik hem in bed.

Nou goed?


De illustratie is van E. Chiger bij het boekje Petroesjka van M. Froman, Radoega, 1927, hier op togdazine.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes