Kinderkouwenariade
Men schrijft. En men kan er verder niet veel over vertellen. Men kan er echter wel met evenzovele woorden over zwijgen. Wijdlopig zwijgen. Woordenrijk zwijgen. Trek een rookgordijn van woorden op. Vlucht achter de kachel. Noem het gedicht. Niet de kachel, maar het rookgordijn. Wit het gedicht. Wat is, is niet in de woorden. De rook is het vuur. Niet wat erachter ligt. Niet wat erin ligt. Niet ik. Niet gij. Maar men. Men schrijft. Men schrijft. Pensgewijs. Seismisch. Met dien verstande.

Met dien verstande
Tussen tien voor twintig over één
en vijf voor kwart voor half twee
– elke dag opnieuw weer niet –
gaan de mensen in dit stadje met z’n twee alleen
met geen van beide anderen mee
– maar niemand die het ziet.Men heeft het altijd wel gewist:
het wordt steeds vroeger buiten
– elke dag opnieuw weer niet –
want heb ik jou in mij vergist?
Het lijkt alleen nu nog met verdwijnverf te stuiten
– maar niemand die het ziet.Er blijft steeds minder van zichzelf over:
van de twaalf ontbreekt er altijd één
– elke dag opnieuw weer niet –
en in het stadje worden ze horende en ziende dover,
want de klok geeft aan: vel over been
– maar niemand die het ziet.Men groeit de gaten in de haag,
men pakt de zon met beide handen
– elke dag opnieuw weer niet –
want daar is hier – dat is de hamkaas- en eiervraag,
ik bedoel, allicht, met dien verstande
– maar niemand die het ziet.
—
De illustratie is een impressie van het seismisch dichtende handschrift van de auteur (telefonair opgenomen).
