Gepubliceerd op: vrijdag 5 december 2025

Wie dit eet is gek

 

 

Wie dit leest is gek, las je wel eens op deuren en glazen, waar zoals bekend – althans het versje wil het zo – de gekken en dwazen hun onvervreemdbaar unieke en universeel uitwisselbare tag achterlaten – al doen ze het ook op muren en treinen en borden en seinen en straten en pleinen. Maar dan zou je moeten zeggen, om der rijmen wille, ‘Groten en kleinen schrijven hun namen op muren en treinen en borden en seinen en straten en pleinen’, en dan verlies je het afkeurend bedoelde van het waarschuwende versje (cautionary verse) uit het oog, en zeg je integendeel: iedereen doet het, dus waarom ik niet.

‘Wie dit leest is gek’ blijft een heel bijzondere taaluiting: je stinkt er hoe dan ook in. Je leest het en het blijkt over jou te gaan. Het is heel leuk en een soort triomf als je zoiets in een kindergedichtje kan doen, maar Wie dit eet is gek bereikt die eenzame hoogte niet. Het uitgangspunt is eerder een uitroep als ‘je bent gek als je dit eet’ en die krijgt in het gedicht dan een niet geheel met die uitdrukking bedoelde draai mee, zodat het toch nog verrast.

Kan niet misgaan (recept)

Als je wil weten wie er gek is, neem je:
              • levertraan en inkt
              • water waar een spijker in heeft liggen roesten
              • een sok die nog niet al te erg stinkt
              • druppeltjes van drie keer hoesten
              • van een hompje kaas het kantje
              • van een aardappel de schil
              • bruine bonen, het restantje
              • twee lepels pudding, type ‘dril’
              • een fijngestampte step, een vers beijzeld spinneweb

Zet het op, en als het kookt, zet het op een zacht vuurtje en doe erbij:
              • een snufje zwavel (bv. van een lucifer)
              • een eendenschedeltje (met snavel)
              • eerste spuug, een zevenster

Bak intussen in een braadpan:
              • eigeel, sap van paardebloemenstelen
              • het veertje van een pimpelmees
              • een varkenshaar en twee makrelen
              • een lapje rauw (en, heel belangrijk, zelfgestolen) vlees

Roer er langzaam door:
              • een slak, aan ijzerdraad gebonden
              • drie dagen lang gepekeld spek
              • korstjes van gekrabde wonden

Als alles gaar is, dien het op,
              en wie dit eet is gek.


Photocredits: eigen handywerk.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes