Gepubliceerd op: maandag 1 december 2025

JE MOET UITKIJKEN

 

‘Dat is toch helemaal niet mogelijk?’
Haar hand was gehuld in een roestkleurige ovenwant. Haar ontsteltenis in combinatie met die want gaf haar iets kluchtigs. Die observatie tergde me, want mijn vrouw is een toonbeeld van elegante beheersing. Voor me op het tafelblad lag een perfecte cirkel. Mijn vrouw werkt zorgvuldig, dus zodoende was de vorm van de farinata volmaakt.
‘Het is toch gewoon een boek?’
Er klonk twijfel in haar stem.
‘Gewoon?’ reageerde ik. ‘Er is weinig gewoons aan.’
Met haar rechterhand schepte ze het boek van tafel. Ze inspecteerde het omslag, alsof hierin een code te ontwaren was. Ze hield het voor haar neus.
‘Wat doe je?’
‘Ik ruik,’ antwoordde ze. ‘Als iets eruit ziet als een ui, ruikt als een ui en je snijdt er doorheen als een ui, dan is het waarschijnlijk een ui.’
‘Maar dit is geen ui. Dit is iets anders.’
‘Dit is een boek.’
‘Nee,’ zei ik, enigszins geprikkeld. ‘Ik heb me er doorheen gewerkt. Heb alle pagina’s doorlopen tot de achterflap. Maar ik weet nog steeds niet wat het is.’
‘Doe niet zo mal,’ zei mijn vrouw.
Ze was gaan zitten, had zich van haar ovenwant ontdaan en had het op tafel gelegd. Ze trok het elastiekje uit haar haren. Haar zwarte haar waaierde uit over haar schouders. ‘Het staat er gewoon op.’
Ze hief het boek op. Er stond “boek” op.
‘Dat wil toch niets zeggen?’ probeerde ik. ‘Als ik een plaketiket op een auto bevestig met het woord “fiets”, dan blijft het toch een auto?’
‘Waarom zou dit geen boek zijn?’
Ze sneed met een trancheermes een rechte lijn door het midden van de farinata. Ik had vorig jaar het gebaksmes geruïneerd, door met de punt in een kastje te pulken om een schroef te verwijderen. Mijn vrouw was daar verbitterd over geweest. Het was of het verschijnen van het lemmet die verbittering naar me uitwasemde. Ik keek opzij.
‘Het heeft bladzijdes, correct,’ begon ik. ‘Ook zijn er symbolen in aan te treffen. Je kunt het woorden noemen.’
‘Tot zover klinkt niets onlogisch.’
‘Maar er is geen samenhang. Geen verhaal.’
‘Aha,’ sprak ze, en ze keek door haar wimpers naar me op.
‘Wat aha?’
‘Dan is het een boek. Alleen betreft het een boek dat jou niet bevalt.’
‘Ik kan daar niet over oordelen.’
‘Waarover?’
Ze veegde het lemmet af aan een stuk keukenpapier.
‘Of het mij bevalt. Ik kan er niet over oordelen.’
Ze keek naar het boek en monsterde daarna mijn gezicht. Ik wist dat mijn gezicht was veranderd in een frons. In rimpels rond mijn ogen. Mijn geprononceerde nasolabiale plooien. Ik was feitelijk een zuurpruim geworden.
‘Wel,’ zei ze op dwingende toon. ‘Wil je?’
Haar mespunt wees naar de farinata.
Ik schoof mijn bord aan. Het bord kraste in onenigheid. Mijn vrouw legde twee riante punten erop. Ik reikte naar de tapenade en met een klein lepeltje mikte ik het op de rand van mijn bord. Mijn vrouw wipte enkele olijven van het schaaltje mijn bord op. Ze rolden alsof een poolbiljarter ze had gebreakstoot.
‘Je moet uitkijken,’ waarschuwde ze. ‘Straks wordt je zo’n mannetje dat niet tegen verandering kan. Eéntje die alles wat nieuw is wantrouwend beschouwd.’
‘Te laat,’ ik wierp een olijf in mijn mond. ‘Ik bekijk alles al wantrouwend.’
Ze zuchtte in respons.
‘Die man of vrouw die dit boek heeft geschreven probeert iets nieuws.’
‘Nou, dat is wel gelukt. Maar een boek is het niet.’
Mijn vrouw keek even naar het object dat tussen ons in op tafel lag. Het was van papier, bedrukte woorden op het omslag en bestond uit pagina’s. Iemand had tijd besteedt aan de vormgeving, iemand had, in plaats van bijvoorbeeld het bezoeken van een concert, de tekst geredigeerd. Een ander had een marketingplan opgezet om de verkoop te garanderen. Daar dacht ik aan tijdens het kauwen op een hap farinata. Mijn vrouw legde een vinger op het omslag van het boek, een lieflijk gebaar. Het had iets ritualistisch. Daarna zocht ze mijn gezicht, die op dat moment net een tweede stuk van haar met aandacht bereidde maal in zijn mond duwde. Ze deed iets waartegen ik onmachtig was. Een stille glimlach.

Over de auteur

- dichter, schrijver, theatermaker - publiceerde eerder bij o.a. Tirade, Liter en Hollands Maandblad. Zijn dichtdebuut 'Het Firmament Tussendoor' werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. In 2025 publiceerde hij zijn tweede dichtbundel 'Aardvark Tremendum'.