Gepubliceerd op: maandag 24 november 2025

EI 373: Roelof Schipper – in het witte midden wacht –

 

in het witte midden wacht –
mogelijk
een blinde wending, een cesuur
komt schuilend in
 

 
nogal stil behoudens
een oogopslag, een nis

 

Wat maakt dit haast ongrijpbare, ‘abstracte’ gedicht zo fascinerend?

1. De assonantie van het ‘witte midden’ en iets verderop ‘blinde’.

2. Überhaupt de vele i-klanken: in, witte, midden, blinde, in, stil, nis.

3. De alliteratie van de ijle ‘w’ in ‘witte’, ‘wacht’, ‘wending’.

4. Het ‘witte midden’ dat iconisch terugkeert in de vier witregels die door tekst worden omzoomd, waardoor het gedicht naar zichzelf verwijst.

5. De tegenstelling tussen ‘blinde’ en ‘oogopslag’.

6. De mogelijkheid bij het lezen een sprong te maken van het einde van de eerste ‘strofe’ naar het slot van de tweede: ‘schuilend in […] een nis’.

7. De ‘cesuur’ als korte pauze herhaalt de door het streepje na ‘wacht’ uitgedrukte onderbreking.

8. De intensivering van het typografisch wit door de ontbrekende bepaling van plaats na ‘komt schuilend in’.

9. De lege plek wordt nog versterkt door het weggelaten subject bij het predicaat ‘nogal stil’.

10. De synesthesie van het hoorbare (‘stil’) en het zichtbare (‘oogopslag’).

11. De mogelijkheid om ‘een nis’ te lezen als een ‘is’, een vorm van zijn.

12. De ongedefinieerde spreeksituatie: wie denkt, neemt waar en waar bevindt die zich?

13. ‘Het hele zichtbare universum is slechts een warenhuis van beelden en tekens waaraan de verbeelding een plaats en een relatieve waarde zal geven; het is een soort voer dat de verbeelding moet verteren en transformeren.’ (Charles Baudelaire, in: ‘Curiosités esthétiques’, vert. EdS)

 

 

 
bleke gesp, beige zoom
Roelof Schipper
Uitgeverij Vleugels
ISBN 9789493350342

Over de auteur

- is criticus en literair vertaler: recentelijk Ann Cotten, Alle zwanen heten Reinhard en andere gedichten (2011), Spiel auf Leben und Tod. Die Auferstehung des Konrad Bayer (Schreibheft 79/2012), Norbert Hummelt, Geen veerman, geen Styx (2014, met Jan Baeke), Marion Poschmann, Landschap van wilde geruchten. Gedichten (2015), Konrad Bayer, idioot (2015), Konrad Bayer, de peer en ander proza (2017), Ernst Jandl, poëzieklysma (2017), Jean Paul, Gedachtegewemel (2018), Georg Heym, De gek (2019), Gerhard Rühm, het raam (2020), Novalis, Fragmenten/denkopdrachten (2020), Cornelia Hülmbauer, Cyclus V (2020)