Gepubliceerd op: vrijdag 21 november 2025

De nieuwe huisgenoot

 

Oké, oké, het gedicht stuurt heel erg in de richting van een hond als nieuwe huisgenoot, en eerst had ik dat ook, en eindigde ik met:

als je ‘breng’ zegt, gaat hij pitten,
als je ‘weg’ zegt, blijft hij klitten,
als je ‘braaf’ zegt, gaat hij rollen,
als je ‘nee’ zegt, gaat hij mollen,
als je ‘af’ zegt, gaat hij dollen,
en het begint met een H
en het eindigt met een ond,
en hij heeft een kop van voren
en van achteren een kont,
en het is een H,
het is een O,
het is een N,
het is een D,
het is een Ha, Oo, En, Dee –
Heb je het al geraden? Nee?

En dan geef ik dat arme dier ook nog een onmogelijke naam, waaraan je kan zien, of althans waaraan ik op een gegeven moment zag dat die uit pure verlegenheid was geboren, omdat ik niet wist hoe ik moest eindigen, en daarom maar bleef doorgaan en doorgaan. De naam was Flipper-de-Flapper-de-Moorkop-de-Papper-Van-Kokosmakrone-tot-Toffelemone-Aardbeziegapper-Wezie-de-Pezie-en-Soep-Salamezie-Gribbel-de-Grobbel-de-Snipper-de-Snap, maar zijn roepnaam is FLAP. En ik vond het niet meer leu-heu-heuk (boe-hoe-hoe), die naam niet en dat je al vanaf regel één wist dat het over een hond ging, en toen dacht ik, waarom ook een hond? En niet een lief klein zusje in de wieg? Alleen is de kans is groot dat ik nu ga denken (ik denk het al): waarom ook een lief klein zusje in een wieg? waarom niet een grote groene enge krokodil? Verdomme! Moet direct alles weer op de helling!

De nieuwe huisgenoot

We hebben thuis sinds kort
iets wafferigs en blafferigs,
iets harigs en iets poterigs,
iets duwerigs en stoterigs,
iets staarterigs en snuitigs,
iets klonterigs en kluitigs,
iets fluffeligs en knuffeligs,
iets in de rondte snuffeligs,
iets springerigs en kwispeligs,
iets altijd in de weggerigs,
iets blobberigs en slobberigs,
iets reuzerigs, iets kneuzerigs,
iets koude natte neuzerigs,
iets happerigs en bijterigs,
iets likkerige en pikkerigs,
iets gooierigs en smijterigs,
iets snoezerigs en snuisterigs,
iets nooit een keertje luisterigs,
iets wonder-boven-wonderigs,
bijzonderig bijzonderigs.
Als je ‘poot’ zegt, gaat ze liggen,
als je ‘lig’ zegt, gaat ze springen,
als je ‘breng’ zegt gaat ze rennen,
als je ‘blijf’ zegt, brengt ze dingen.
Ze kan gapen, ze kan rollen,
ze kan slapen, ze kan dollen,
en het is geen tijger, het is geen musje,
het is – nee hou je mond –
het is mijn pasgeboren kleine zusje!



De illustratie is van Hans Henkes en is afkomstig uit het verhaal ‘De zwaanse krakeling’ in de gelijknamige bundel verhalen, ondertiteld Een geschreven elpee met rijmloze levensliederen, zonder jaar, nooit uitgegeven.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes