Gepubliceerd op: maandag 20 oktober 2025

Sorry, je moet even wat anders doen

 

‘Kijk daar is de mens, die altijd alles wil reguleren.’

Ik keek over mijn schouder, naar het door god verlaten terras. Erachter walste het winkelend publiek als een kudde gnoes door de straat. Het was onduidelijk of hij doelde op de meute aan de andere zijde van het raam of op mij – zijn enige tafelgenoot. Wie de prooi van zijn aantijging was, bleef nog minutenlang als een voile tussen ons in hangen. Die spanning had misschien ook te maken met het feit dat hij een obscuur verleden had en dit straalde onmiskenbaar van hem af. Het menselijk instinct is zo aangelegd dat het aanslaat bij mogelijk gevaar uit de nabije omgeving, en zo ging ook dat alarm van mij af. Mijn handen plakten van spanning. Ik was geen held, bij lange na niet. De energie die om hem heen hing hield me waakzaam, de koddige tafelkleedjes van het etablissement ten spijt. Hij speelde met een viltje, waarbij het kartonnen schijfje tussen zijn enorme, getatoeëerde vingers gleed. Ik besloot naar het interieur te kijken, om mijn blik een rustpunt te gunnen. De laatste keer dat ik een bruin café bezocht had ik nog een volle bos haar.

‘Heb je dit al eerder gedaan?’ Zijn krakerige stem vulde de ruimte.
Hij reikte naar zijn binnenzak en haalde er een pakje shag uit. Ondanks de betamelijke temperatuur, had hij zijn jas aangehouden.
Een vriend had me zijn contact doorgegeven. Hij had met me meegedacht over hoe ik een artikel over inspiratie in de poëzie kon vormgeven. Een klein literair platform had me deze klus aangeboden. Kleine Paul zou me wel helpen, had de vriend gezegd. Ik meende iets van vermaak in zijn stem te horen. Hoewel Kleine Paul er misschien niet zo uitzag, was het echt een goede kerel, zei die maat van me. Zijn ‘zware jongenstijd’ – van dat woord bediende hij zich – was echt voorbij. Kleine Paul had zich nu enkel op de beeldende kunst gericht. Ik hoefde hem alleen te sms-en, hij zou vast wel tijd hebben. Drie dagen later zat ik in het bruin café, tegenover zijn gigantische gestalte, gevangen in zijn lichtblauwe ogen.

‘Wie heb je eerder gesproken?’
Ik mompelde iets onverstaanbaars, waarop hij begon te grinniken.
‘Dat je dan bij mij uitkomt,’ zei hij tegen zijn shag, die hij op zijn schoot tot een wormpje rolde.
Het lukte me de schroom uit mijn stem te kuchen en hem te vertellen over mijn missie. Dat het schrijven van dit artikel geen dierbare klus geweest was, maar goed genoeg om een redelijke factuur te kunnen versturen.
‘Inspiratie,’ mijmerde hij, en tikte met het viltje tegen de rand van de zware tafel. ‘Ik kan je verhalen vertellen, maar over inspiratie…’ Hij blies lucht door zijn getuite lippen.
Even zag ik zijn gezicht ontspannen. Iets had zich voor zijn geestesoog afgespeeld. Er viel prompt iets van hem af. Zijn uitdrukking kreeg iets milds.
‘Eigenlijk ga ik nooit op zoek, Freddy.’
‘Ferdy,’ verbeterde ik.
‘Ferry dan,’ zei hij, likte de rand van zijn vloeitje en rolde het zorgvuldig tot een sigaret. ‘Ik laat het mij vinden. En dat is makkelijker dan je denkt.’

Thuisgekomen besloot ik zijn suggestie te volgen. Zoals hij geïnstrueerd had nadat hij zijn sigaret had opgestoken, opende ik mijn raam. Het was een schuifraam dat zich met tegenzin omhoog liet trekken, maar uiteindelijk ontstond er dan het gat dat verbinding maakte met de buitenwereld. Ik nam plaats op mijn tweedehands bankstel, met een notitieblok binnen handbereik. De daaropvolgende twee weken had ik genoeg materiaal voor mijn schrijfwerk. In die tijd woonde ik nabij een gracht in de binnenstad. Het was er niet zeer druk, maar net bedrijvig genoeg om uitingen van passanten op te vangen. Onder die uitingen de volgende parels:

Bij Campina is het hetzelfde, daar sta ik kabels aan te geven

Mijn vrienden zijn niet mijn toekomst

Het was een soort luxe schuld

Het deed pijn aan mijn oren, ja – heel slecht eten

Mama is er niet, mama is werken. Dus sorry, je moet wat anders doen.

Daar valt geen oliebol van te verwachten

Thuis lekker eten en lekker drinken. Niemand weet het.

Ik heb waarschijnlijk migraine en wil geen risico lopen

Het waren voorbijgangers geweest, stadsgenoten. Ze spraken door de telefoon of tegen degene die hen op dat moment vergezelde, onderweg naar hun bestemming en vanuit mijn openstaand raam werd een fractie van hun gesprek opgevangen door mijn oorschelpen. Met die zinnen, los van context, kon ik gaan associëren. ‘Dat is allemaal Free Property,’ had Kleine Paul in zijn belabberd Engels gesproken. Een week na het insturen van mijn artikel, had het literaire platform me gevraagd of ik interesse had om nog een artikel te schrijven.

Schrijvend aan dit artikel, noteer ik in de marges opmerkingen die ik opvang vanaf het fietspad twee meter achter me (“wat vind jij nu het leukste aan Frankrijk?”/ “Oh, god nee. Dat ga ik niet vaker doen.”). En zo geef ik een dankbare hoofdknik aan het altaar dat Kleine Paul heet, als dank voor oorspronkelijke invallen.

Over de auteur

- dichter, schrijver, theatermaker - publiceerde eerder bij o.a. Tirade, Liter en Hollands Maandblad. Zijn dichtdebuut 'Het Firmament Tussendoor' werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. In 2025 publiceerde hij zijn tweede dichtbundel 'Aardvark Tremendum'.