Het molentje
Mijn favoriete gedichten zijn gedichten waarin niets gebeurt. Maar daar zit ik qua kindergedichten wel met een probleem. Want die willen spannend zijn. Met veel actie.

Daarom doe ik vooral mijn best de twee te combineren. Gedichten waarin én niets gebeurt én die toch razend spannend zijn. Zoals Er liep een man op straat en Niks in het bijzonder en De wezel en de ezel.
Deze mag er ook wezen, al is hij kort. Hoewel, misschien is het een eeuwigdurend gedicht en kun je aan het eind gewoon weer door met het begin.
Maar wie is dat ‘mannetje’ ‘aan een molentje’? De mulder? Het is een beschrijving, verklap ik, van een whirligig, een windspeeltje, waarop het mannetje gaat staan als de wieken draaien en weer gaat zitten als het molentje stopt.
Maar maakt dat wat uit als je het niet weet?
Een mannetje aan een molentje
dat draaide, draaide, draaide,
de wieken aan het molentje
die zwaaiden, zwaaiden, zwaaiden,
de wind tegen het molentje
die waaide, waaide, waaide.De wind ging stilletjes liggen,
het mannetje ging zitten
en de wieken bleven staan.Toen ging de wind tegen het molentje
weer waaien, waaien, waaien,
en de wieken aan het molentje
weer zwaaien, zwaaien, zwaaien,
en het mannetje aan het molentje
weer draaien, draaien, draaien.En begon het weer van voor af aan.
_____
De whirligig komt uit Jean Lipman & Alice Winchester, The Flowering of American Folk Art (1776-1876), 1974, p. 150.

