Gepubliceerd op: vrijdag 10 oktober 2025

Framboosje voor framboosje

 


Nina Pavlovna Sakonskaja (echte naam Antonina Pavlovna Sokolovskaja, geb. Groesjman, 1896-1951) schreef en dichtte, ook voor kinderen, een onafzienbare rij veelal patriottische bundels, maar ook anderszins opvoedkundig. In 1930 verscheen van haar bijvoorbeeld Hoe de schaar op reis ging (Как ножницы путешествовали), educatief proza met nog net moderne tekeningen van Boris Jermolenko, over het belang van nagels knippen bij kinderen. In 1936 schreef ze Dit is een boekje over vier kleuren (Книжка эта про четыре цвета), geïllustreerd door A. Brej, gedichten over de vier kleuren rood, geel, groen en blauw, met ballonnen en socialistisch-realistische voorschoolse kindertjes. Het werd heel populair. In 1940 volgde Blauwe zee (Сине море), met zwartwit-illustraties van dezelfde A. Brej) met twee gedichten, een lang over een komsommollertje dat oorlogsmatroos speelt, en een korter over het geluk een kind te mogen zijn in de Sovjet-Unie. Ze schreef ook veel inspiratieve heldendomgedichten, ‘Glorieuze naam’ bijvoorbeeld (Светлое имя, 1949), ‘De partizanenjas’ (Плащ партизана) over Franse partizanen. Verder verhalen: ‘De zingende boom’ (Поющее дерево, 1937) over jonge violisten’ ‘Welkom!’ (Добро пожаловать!), met haar zoon geschreven, over hoe goed ouders voor hun kinderen zijn in de Sovjet-Unie (posthuum uitgegeven in 1952). En veel over de oorlog, bijvoorbeeld ‘Gedachtenis en trouw’ (Память и верность, 1942) en ‘Het lot van de trommelaar’ (Судьба барабанщика, 1947, naar een beeld van Gajdar). Andere dichtbundels van haar zijn bijvoorbeeld De tol (Волчок), heel brave gedichtjes voor de allerkleinsten; Het sterrenpaadje (Звёздная дорожка), waarin ‘Blauwe zee’ en het gedicht over de gelukkige kinderen uit 1940 is overgenomen (‘Lied over de allergelukkigsten’), en dertien meer, waaronder ‘Wij houden van onze school’, dus dan krijg je een idee.


Het bekendst is haar gedicht ‘Framboosje voor framboosje’ (Ягодка по ягодке) uit 1949, waarin een meisje per ongeluk een voor een haar hele mand met bosaardbeitjes (in vertaling framboosjes) leegeet. Voor in Bij mij op de maan, aanvullingen.
De tekeningen behoren bij uitgaves van Sakonskaja’s bundel met het bewuste gedicht, uit 1949, tekeningen Jelena Afanasiëva en uit 1955, tekeningen V. Losin.

Framboosje voor framboosje

Ik plukte in het grote bos
een hele mand frambozen.
Ik heb van elke rode tros
de roodste uitgekozen.

Framboosje voor framboosje:
voor mij – eerlijke vinder!
Framboosje voor framboosje,
alleen worden het er steeds minder…

De weg naar huis is ver en warm,
mijn blouse blijft ervan plakken.
Het mandje bungelt aan mijn arm…
Zal ik er nog een pakken?

Framboosje voor framboosje,
de weg duurt wel een eeuw!
Framboosje voor framboosje,
ze smelten weg als sneeuw…

Het wordt al laat, de mand wordt licht,
de bodem schijnt er al doorheen.
Ik kijk hoeveel er nog in ligt –
ik zie er nog maar één!

Kan ik daar soms naar huis mee gaan?
En hap!
              – Dat heb ik goed gedaan.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes