‘Ik lees niet graag eindeloos gezwam’
‘Nee,’ zei ze resoluut tegen het mannetje dat zo leek weggelopen uit een stripalbum.
Hij keek haar vertwijfeld aan. Zijn blik sloop naar de kreuken die langs de kraag van haar witte blouse lagen, naar haar spitse kin en vervolgens naar de dunne strepen die haar wenkbrauwen waren. Maakte ze een grapje?
‘Proza, poëzie,’ mompelde hij.
‘Ik weet wel wat u bedoelt, maar we hebben het niet.’
Er lag een zweem van ongenaakbaarheid over haar ogen. ‘Wij houden meer van de realiteit.’
‘Realiteit,’ herhaalde hij werktuigelijk.
Voor de vorm duwde hij met de tip van zijn wijsvinger de tussenschot van zijn bril hoger op zijn neusbrug.
‘De realiteit,’ verbeterde ze.
Al die tijd hield ze een boeklegger verticaal onder de zin uit het boek op haar schoot, waar ze nu weer met haar blik naar terugkeerde. Haar pose, vastgeklit aan haar stoel voor de toonbank, was er één van een schooldirectrice. Ze keek zodanig met opgeheven kin naar de letters van haar boek, dat haar mondhoeken zich omlaag krulden.
Ik bevond me in een middelgrote stad in een naburige provincie en was veel te vroeg gearriveerd voor een boekbespreking. Op het affiche van het literaire evenement werd een goede vriendin van me moderator benoemd, waardoor ik onderweg naar dit plaatsje uitgebreid de gelegenheid kreeg lang te mijmeren over het verschil tussen een presentator en een moderator. Het leverde geen uitsluitsel op. Om bij aankomst de tijd te doden, besloot ik in de buurt rond te wandelen. Dat bracht me op een idee. Het leek me passend om een geschenk mee te brengen voor de moderator. Voor de boekverslindster die ze was, lukte het me die ochtend niet verder te komen dan één geschenkidee: het aanbieden van een interessant stukje fictie. Zoiets zou ze zeker waarderen. Op een hoek van een rustige straat in de binnenstad had ik tussen hippe pop-upshops de winkel ontwaard. Het had een groot raam met kitscherige tierlantijntjes aan de pui. Door het raam heen waren volle boekenkasten te zien. Op een uitgeprint a4tje dat lukraak op het glas geplakt was, stonden de openingstijden. Binnen bewoog er iets. Goedgeluimd stapte ik de winkel in, waar een moeizaam belletje boven de deur klonk. Na de rekken te hebben afgespeurd, op zoek naar zinnige proza, werd ik deelgenoot van het gesprek tussen de klant – een klein olijk mannetje met een modern brilmontuur – en de medewerkster.
Even speelde ik nog met het idee om tussen beiden te komen. Om het op te nemen voor de kleine man en een paar eloquente quotes over de kracht van de verbeelding op haar af te vuren. Maar het lag niet in mijn aard om heldhaftig op te treden. Bovendien was ik niet eloquent. En daarnaast ben ik erg flegmatisch, wat wellicht de grootste tegenstelling van gevatheid vormt. De vrouw stond tijdens mijn overpeinzing op en zocht tussen een rij boeken naar een titel. Met haar dunne vinger ging ze de ruggen langs. Ze klauwde een boek uit de kast en legde het op de tafel, die dienstdeed als toonbank, voor de man neer.
‘Dit is de enige non-fictie op dit moment,’ klonk haar schooljuffrouw-stem. ‘Misschien is dit iets van uw gading?’
Ik stond zo dicht bij het tweetal dat ik samen met de kleine man naar de afbeelding van Dik Trom op de harde kaft keek.
De vrouw staarde de man uitdagend aan. Daarna schoof haar blik richting mijn gezicht. Ik keek vlug weer naar de kaft. Diks haar was onwerkelijk geel.
‘Dit zou u kunnen bekoren.’ Er sloop venijn in haar stem. ‘Of wellicht voor u?’ Haar priemende ogen in mijn richting, waardoor ik nolens volens betrokken werd bij de interactie. De man merkte me niet op en bleef gebiologeerd kijken naar het object dat hij in zijn handen had genomen.
Ik probeerde de intentie van de verkoopster te peilen. Door haar uitdrukking kon ik zien dat ik haar onnozel aanstaarde. Plots zwengelde het liedje van een supermarktketen aan in mijn hoofd – “Bananen, bananen, bananen, bananen bij de ho-o-o-o-ogvliet”. Er zat geen uitknop aan.
De kleine man bekeek de rug van het boek. Ik zag hem het boekje openslaan en hij bladerde naar de tweede pagina. Op zijn gemak las hij het colofon. Daarna richtte hij zijn hoofd op en nam de talloze boeken in de zaak in zich op. Ik keek met hem mee. ‘Psychologie’, ‘historisch’, ‘recht’, ‘management’, ‘studieboeken’, ‘zelfhulpboeken’ en ‘regionaal’ stonden met hun ruggen naar ons toegekeerd. Het was als een armada van non-fictie. Hoogmoedig stonden die boeken zelfvoldaanheid uit te wasemen. De secreten.
‘Dit is precies wat ik zoek,’ sprak de kleine man beslist en tikte op het varken waar Dik op zat.
Nu was het de vrouw die hem onnozel aankeek.
‘Tja,’ schermde hij vilein, ‘ik lees niet graag eindeloos gezwam. Dan veel liever de verbeelding.’
‘Het meeste is wetenschappelijke vakliteratuur,’ diende ze hem droogjes van repliek, terwijl haar vingers iets op de kassa aansloegen.
‘Welk van de non-fictie-werken is u nu dierbaar?’ vroeg de man. Hij verhief zijn stem, maar daardoor kreeg het iets schraals. Hij opende zijn armen en wuifde naar de boekenkasten om ons heen. Het was alsof hij ze uitdaagde zich van de plank te werpen en hem in een onvervalste scrum te zetten.
‘Werkelijk,’ vervolgde hij. ‘Welk boek, welk van de wetenschap doordrenkte tekst blijft u bij? Welk feitelijk werk vormt uw anker? Welke non-fictie is uw Dostojevski, uw Hamlet, de Toverberg?’
Er kwam een snik uit zijn binnenste tevoorschijn. Dat geluid klopte het drama nog meer op. Ik snapte zijn geste, maar persoonlijk kwam ik amper door Dostojevski heen.
‘Wel,’ begon ze. We zagen haar nadenken, maar er volgde geen antwoord.
‘Ik weet wat u doet,’ zei ze tenslotte.
‘1-0 voor de verbeelding?’ De kleine man knipoogde haar toe.
De medewerkster keek van hem naar mij. Een glimlach maakte zich van haar gezicht meester. Ze overhandigde de kleine man de reçu. Deze nam het met een zwierig gebaar aan.
‘Ik wil nog wel een keer een re-match,’ grinnikte ze.
‘Dan moet u toch iets meer te berde brengen dan Dik Trom.’ Hij hield zijn exemplaar omhoog waar op het omslag Dik met hem meelachte. ‘Dan zal ik wederkeren.’
‘Ik zal kijken wat ik kan doen.’
Met de kleine man liep ik de winkel uit. Ik besloot dat een bos bloemen voor de moderator een passender cadeau was.

