Gepubliceerd op: vrijdag 5 september 2025

Hoe ik mezelf van de verdrinkingsdood redde en ook het gedicht

 

Raadselrijmpjes ben ik nooit een fan van geweest. Waarschijnlijk omdat ik ze nooit kon raden. Of ook omdat ik het me op mijn fatsoen trok: geamuseerd wil ik worden, niet betrokken, doe je werk, werk! Kruiswoordraadsels heb ik ook nooit gekund. Laat staan cryptogrammen. Finnegans Wake wordt wel eens met een cryptogram vergeleken, maar het is heel wat anders, ook het vertalen van Finnegans Wake. In cryptogrammen heb je namelijk altijd een ‘juiste’ oplossing, die de maker verzonnen heeft, en waarvan ik dus altijd ga steigeren. Zeg het dan meteen, in plaats van mij met een raadseltje op te zadelen! Daarentegen zijn er in Finnegans Wake geen juiste oplossingen, en dat is het mooie eraan.

Toch kan er wel eens iets door de war raken en als mikadostokjes door elkaar, en dan moet je het weer goed zetten, zo goed en kwaad als dat kan. Het volgende hopeloos in de war-gedicht, dat ook zo heet, Hopeloos in de war gedicht, is op de een of andere manier bij het overschrijven hopeloos in de war geraakt, en moet dus, wil je er een touw aan kunnen vastknopen, uit de war worden gehaald. De linkerhelft van de regels staat goed, maar de rechterhelft is verdwaald. Wat hoort bij wat??

Hopeloos in de war gedicht

Ik was aan het hollen niet gillen of krijsen.
Ik viel in het water met mezelf lopen pronken,
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje en ik kon niet remmen.
   
Ik ging niet spartelen boven water te blijven.
Toen wist ik me weer was ik zeker verdronken.
Nu wil ik echt niet terug aan land te hijsen.
Maar als ik er niet was en ik kon niet zwemmen.

Na veel puzzelen, heel veel puzzelen, want ik ben puzzelen helemaal niet gewend, ik heb er een hekel aan, kwam ik er toch uit, en heb ik het gedicht uit de war gehaald – en wat bleek: het is nog een leuk gedicht ook! Spannend, over een waaghals die ook een opschepper is en die zichzelf een schouderklopje geeft voor het er op het nippertje levend afgebracht hebben. Dus hoe het ooit door de war is geraakt, ik weet het niet.

Hopeloos uit de war gedicht

Ik was aan het hollen en ik kon niet remmen.
Ik viel in het water en ik kon niet zwemmen.
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje boven water te blijven.
   
Ik ging niet spartelen niet gillen of krijsen.
Toen wist ik me weer terug aan land te hijsen.
Nu wil ik echt niet met mezelf lopen pronken,
Maar als ik er niet was was ik zeker verdronken.

 

—
De illustratie is van Joeri Molokanov bij het gedicht Zeemeermin (Русалка) van Agnia Barto uit de bundel Ik weet wat we moeten bedenken (Я знаю, что надо придумать), verzameld in Voor kinderen (Детям), 1977, blz. 85.

Over de auteur

Robbert-Jan Henkes