Gepubliceerd op: donderdag 25 januari 2024

Delphine Lecompte – Nachtelijke telefoongesprekken met dronken verschoppelingen

 

Toen ik als jonge twintiger het gekkenhuis van Knokke verliet was ik erg eenzaam. Ik verbleef een tijdje in De Panne bij mijn grootouders, maar ze waren oud geworden en zelfs een tikkeltje gierig. Elke middag maakte ik een korte wandeling met mijn grootvader en dan weeklaagde hij over zijn bijziendheid en kortademigheid. Soms wees hij naar een mooie jonge vrouw en zei hij: ‘Ik zie nog wel dat die ravissante deerne adembenemende sleutelbeenderen en zware verrukkelijke borsten heeft, maar mijn kruis blijft er roerloos onder. Dan ben je beter dood. Dan geeft men beter de pijp aan Maarten. Fientje, hoe gaat het met je Russische studies?’ Hij bedoelde mijn opleiding vertaler/tolk Frans-Russisch. Ik had die opleiding stopgezet toen ik een psychose kreeg in het jaar 1999. Ik probeerde nog wel Russische sprookjes te lezen, maar ik herkende slechts hier en daar een woord en wanneer ik de woorden die ik herkende met elkaar verbond ontstond een onbevredigend verhaal met bloed en maraboes en zonder verlossing op het eind.
Elke avond at ik met mijn grootouders een sobere broodmaaltijd zonder olijven. Mijn grootmoeder vond olijven plots te exotisch, te aanstellerig en te decadent om in huis te halen. Gelukkig vloeide de drank nog steeds rijkelijk. Mijn grootmoeder dronk rode wijn en grappa. En mijn grootvader en ik dronken uitsluitend whisky. Er stonden twee terriërs op de fles: een witte en een zwarte. Er was nog een andere whiskysoort met een patrijs op het etiket, maar die fles was bestemd voor feesten en voor onverwacht bezoek van bulderende meubelmagnaten, mystieke chrysantenkwekers en hatelijke narcistische makelaars.
Mijn grootvader liet dingen uit zijn handen vallen: pillen en appelpartjes. Dan zei mijn grootmoeder: ‘André, je bent een deerniswekkende hulpeloze hopeloze amechtige sukkel geworden. Waar is mijn fiere sater die me zo trots bedroog met wulpse garnalenpelsters en losbandige knopenverkoopsters, en die moeiteloos en schaamteloos dozijnen piepjonge frêle listige Poolse koorddanseressen aan zijn degen reeg?!’ Het was een retorische vraag, maar mijn grootvader antwoordde toch: ‘De fiere sater is verslagen, het kruis is roerloos geworden. Als Pietje de dood nu voor me stond, dan zou ik dankbaar zijn handrug kussen en gewillig met hem meegaan.’
‘Ik ook!’ zei ik, maar mijn grootouders hoorden me niet, ze waren bijna volledig doof. Ook dat nog.

Om middernacht gingen mijn grootouders slapen en dan begonnen de uitspattingen voor mij… Mijn uitspattingen waren zielig en gemeen. Lelijk en beschamend. Eerst trok ik mijn kleren uit en masturbeerde ik met een kurkentrekker. Daarna danste ik poedelnaakt in de voortuin van mijn grootouders in de hoop dat een auto met een meute jonge bloedmooie Noord-Franse boefjes met plakkerige kapsels zou stoppen en me meenemen, en dat ze me zouden onderwerpen aan een groepsverkrachting in een leegstaande schuur in Hondschoote. Maar de enige auto die stopte was de zwarte jeep van de incestueuze imker die me al mijn hele leven kende. Hij schreeuwde pathetisch: ‘Fientje, je beseft het allicht niet maar je bent compleet naakt en bloot en ook een beetje blauw, het is bijna herfst en de nachten zijn al koud! Je moet een deken over je naaktheid werpen en naar binnen gaan! Dit kan een schandaal worden voor De Panne!’ Maar het werd geen schandaal en ik werd niet meegenomen door een meute jonge bloedmooie Noord-Franse boefjes met plakkerige kapsels.
Uiteindelijk ging ik terug naar binnen. Ik keek naar MTV, er werden nog muziekvideo’s gespeeld. Ook oude muziekvideo’s. Ik hield van Rush Rush van Paula Abdul. Keanu Reeves had het zwaar te verduren in die muziekvideo. Keanu wordt verliefd op Paula in een planetarium, maar ze zijn star-crossed lovers. Het was een knipoog naar Rebel without a Cause. Het echte vriendje van Paula is een bullebak. Hij bedreigt Keanu met een mes en slaat hem in elkaar. Op het eind is er een autorace waarin Paula met een kokette foulard het startsignaal geeft en Keanu triomfeert. Maar hij ziet er niet triomfantelijk uit, hij ziet er gekweld en zorgelijk uit. Keanu beseft dat de bullebak hem en Paula nooit met rust zal laten.
Een andere video waar ik van hield was Little Baby Nothing van Manic Street Preachers. Er kwamen kale vrouwen en lippenstiftspreuken en vieze bedden en kapotte poppen in de video voor. Het was een aanklacht tegen toxische mannelijkheid, de enige aanklacht ter wereld. De video werd bijna nooit gespeeld, maar als hij toch werd gespeeld huilde ik dikke vette bolle tranen die mijn jeansbroek donker maakten, en soms probeerde ik mijn polsen door te snijden.

Tot slot nam ik de whiskyfles met de patrijs uit de kast. Ik hield van patrijzen, maar nog veel meer van fazanten. De patrijs op het etiket was bruin en vaal, een vrouwtje dus.
Na de patrijswhisky begon de echte pret: de telefoongesprekken met andere dronken verschoppelingen. Ik belde lukrake nummers op en ik kwam altijd bij de juiste verdoemden terecht. De meesten waren ontredderd en wispelturig en hitsig en gehavend, net als ik. Een suïcidale brouwer, een sentimentele touwslager, een wrokkige landmeter, een lijzige kraanmachinist, een combattieve zadelmaker, een vernederde hoefsmid, enzovoort…
Er was een veertigjarige taxidermist waar ik bevriend mee raakte, zijn broer had geld van hem gestolen en hij wilde hem graag vermoorden. Ik gaf mijn toestemming. Vanaf ik mijn toestemming gaf verdween de moordzucht. Zou het altijd zo werken?
Met de veertigjarige taxidermist kon ik spreken over het seksueel misbruik dat ik had meegemaakt als kind en als puber. Maar we spraken ook over Kuifje, over Polanski, over Edvard Munch en over Roger Raveel. De veertigjarige taxidermist wilde op den duur met me afspreken. Hij zei: ‘Misschien moet je op voorhand weten dat ik een gepensioneerde melkboer ben, en niet erg aantrekkelijk.’ Ik haalde mijn schouders op (wat hij uiteraard niet kon zien) en zei: ‘Dat is nog beter! Ik hou van het grote leeftijdsverschil, het windt me op. En zelf ben ik ook niet erg aantrekkelijk.’
‘Oh.’
Ik hoorde aan die ‘oh’ dat de melkboer niet zou opdagen. We spraken af de volgende dag: om 2u ’s middags naast het populaire minigolfterrein van De Panne. Ik had mijn oksels geschoren en parfum gespoten achter mijn oorlellen. Mijn T-shirt was abominabel: er stond een zeehond op. De melkboer daagde niet op. Ik wist het!
Ik staarde vanachter een boom naar de blijmoedige minigolf spelende gezinnen. Sommigen acteerden de blijmoedigheid, maar er waren ook gezinnen bij die echt tevreden waren en die functioneerden zonder geweld en chantage. Ik haatte die gezinnen en ik maakte een pistool met mijn hand en knalde ze neer. Ik maakte er stripverhaalgeluiden bij: pistoolgeluiden, maar ook de gorgelgeluiden van mijn onfortuinlijke slachtoffers.

De melkboer daagde niet op omdat ik onaantrekkelijk was. Voor hem was het geen probleem, een man mocht onaantrekkelijk zijn. Christopher Walken was onaantrekkelijk en had toch veel succes. Was Christopher Walken onaantrekkelijk? Hij was alleszins een fantastische danser. In de muziekvideo bij Weapon of Choice van Fatboy Slim zweefde hij doorheen een hotellobby en zijn gelaatsuitdrukking was haast verwonderd: alsof hij dat zweven niet zelf in gang had gestoken. Alsof hij aan touwtjes hing en alles ook maar onderging, naïef en verrast maar zonder enige angst. Met Maxime had ik die video vaak bekeken. Maxime vond het verschrikkelijk dat Christopher Walken zichzelf zo liet vernederen. Hij kende Christopher Walken als de karikaturale maffioso in de films van Abel Ferrara en mindere goden. Maar ik zei tegen Maxime: ‘Christopher is altijd een danser geweest en hij heeft Natalie Wood niet vermoord, niet overboord gegooid. Dat weiger ik te geloven.’ Maar Maxime had nog nooit van Natalie Wood gehoord.
Dat was in 2000, Maxime exploreerde zijn homoseksualiteit en ik kon hem niet tegenhouden. Hij bezocht ranzige discotheken en liet me achter in zijn zolderappartementje. Om Maxime te straffen neukte ik met pooier Benny, maar Maxime vond het grappig en ook wel straf van mij: pooier Benny was gevaarlijk!

De melkboer daagde niet op. Ik keerde terug naar het huis van mijn grootouders. Onderweg kocht ik een citroentaart. Ik maakte de citroentaart bijna volledig soldaat op het muurtje van een verloederde villa. Binnen stonden twee turkooizen honden uit China. Fu honden die op leeuwen leken. Waren ze op grote schaal gemaakt voor toeristen die niet kieskeurig waren of waren ze echte pure integere kunstwerken en wat deden ze dan in De Panne als ze echte pure integere kunstwerken waren? Ik nam een stenen reiger en brak de ruit: de honden waren geen echte pure integere kunstwerken, ze waren slechts kitsch gemaakt op grote schaal voor toeristen die niet kieskeurig waren.
Waarom zou je kieskeurig zijn? Ik was niet kieskeurig. Ik was van plan geweest om de liefde te bedrijven met een lelijke gepensioneerde melkboer zonder illusies. Er was nog een restje citroentaart over en ik smeerde het aan mijn vulva. Ik propte mijn besmeurde hand in mijn vagina. Ik wilde klaarkomen.
Was ik seksueel gefrustreerd? Natuurlijk!
Was ik seksueel onverzadigbaar? Dat ook!
Plots vroeg een mannenstem: ‘Wat steek je in hemelsnaam uit, meisje? Maar ik ken jou toch! Jij bent Fientje de pyromaan!’ Ik was zoveel meer dan een pyromaan. Het was de racistische fietsenmaker van de Meeuwenlaan die tegen me sprak. ‘Penetreer mij,’ smeekte ik hees. Hij deed het. Het was fijn. Echt fijn. De racistische fietsenmaker was onverwacht hoffelijk, hij nam een zakdoek na zijn ejaculatie en veegde teder het zaad weg tussen mijn benen.

Na de seks kocht ik op het Sloepenplein olijven voor mijn grootmoeder. Groene. Ik biechtte alles op aan mijn grootouders. Ze zeiden in koor: ‘Fientje toch, kleurrijk Fientje met je woelige leven, dat komt niet goed met jou, je zoekt het tumult op, wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten!’ Ik vond het een onnozele en veel te frivole uitspraak. Vrijblijvend en incoherent. Beginnende dementie? Of gewoon de vrolijke onstuimige roekeloze harteloze onverschilligheid waar alle oude mensen recht op hebben?
Die avond dronken we met z’n drieën veel meer dan anders. Ik viel in slaap in de rieten mand van Fredo de dode boxerhond. Ik moest niet naakt dansen in de voortuin na middernacht, en ik moest niet hopen dat ik verkracht zou worden door een adembenemende meute Noord-Franse boefjes met plakkerige kapsels. Maar ik droomde dat ik danste en ik droomde dat ik in de auto zat van de meute. Eindelijk!
De volgende dag belde ik de lelijke gepensioneerde melkboer op om hem uit te kafferen. Hij had net zijn broer vermoord.

Over de auteur

Delphine Lecompte