Gepubliceerd op: zondag 16 oktober 2022

Delphine Lecompte – Het is nacht en de slapers dromen dat ze rouwende bergbeklimmers zijn

 

Ik sta op in een vol huis: een slapende neushoornjager,
Een slapende paardengokker, een slapende goudsmid,
Een slapende zottin, een slapende stukadoor, een slapende advocaat,
Een slapende touwslager, een slapende imker en een slapende onderpastoor
Ik hou slechts van de zottin en van de neushoornjager
Toch vooral van de zottin
Mijn redenen om van haar te houden zijn bespottelijk
Ik hou van haar omdat haar vlechten lang en stug zijn,
Omdat ze prentjes van giraffen verzamelt en omdat ze om de haverklap verliefd wordt
Op in zichzelf gekeerde zwarte postbodes en op avontuurlijke Moldavische messenwerpers.

Dan zegt ze tegen de ene groep: ‘Ik ben eigenlijk ook zwart.’
En tegen de messenwerpers zegt ze: ‘Neem me mee of steek me neer.’
Het is fout van haar om dergelijke dingen te zeggen, maar ze is zo lief
Op de grote tafel in de woonkamer ligt het goedkope polshorloge
Van mijn gewiekste theatrale narcistische moeder
Ze heeft de wijzerplaat kapotgemaakt met een notenkraker
En is daarna naar een herberg gegaan om een onderwaterlasser om haar vinger te winden
Althans: dat was de bedoeling
Maar misschien heeft de onderwaterlasser haar gewurgd
Misschien komt ze nooit meer terug en ons laatste gesprek ging over mijn verstikkingsfobie.

Het is november
Vorige maand stierf Dirk
Hij was geabonneerd op een extreemrechtse krant
Maar mijn hond hield van de zijne en we raakten aan de praat
Dirk was een gepensioneerde oncoloog die net als ik stripverhalen las
Die zich afspeelden in het Wilde Westen
En net als ik vond hij de textuur van radijzen grimmig en sprookjesachtig en onheilspellend
Ook Jean-Pierre en Lut hebben de pijp aan Maarten gegeven
Lut had het voorbereid, maar Jean-Pierre wilde nog zoveel.

Zien?
Ja zien
De verkrachting van Europa van Titiaan, het Andesgebergte,
Windhonden in een Spaans asiel, schokkende keien op een vensterbank,
Eetbare muizen, eetbare heiligen, mijn labia
Hij wilde dansen, de foxtrot volgens de regels van de kunst
En af en toe woest en slordig in een schuur
Zichzelf laten gaan en zijn kruis aanwrijven tegen weerzinwekkende vogelverschrikkers,
Panische runderen, meisjesachtige pistoolschilders en gierige bietenboeren.

Bovenal wilde Jean-Pierre zich verzoenen met zijn tweelingbroer
Te laat, te laat
Ik moet plots denken aan mijn vader met wie ik geen contact meer heb
Hij was een slaapwandelaar, het paste niet bij hem
Hij had reuma en een ukelele
En altijd waarde er in zijn kleine studio een roodharige fee rond
Die op eieren liep en mijn vader aan het lachen probeerde te maken
Met knullige sukkelachtige verhalen over de pispaal zijn in een grote winkel
Waar ze kantoorbenodigdheden verkochten, maar ook houten badges van katten
Verkleed als bankovervallers en ontsnapte gevangenen.

Mijn moeder betreedt de woonkamer
Ze oogt niet triomfantelijk
En toch
En toch is ze erin geslaagd om een onderwaterlasser om haar vinger te winden
Maar nu is het ochtend en mijn moeder wil graag gezien worden door haar kind
Door mij, het is niet teveel gevraagd
Ik zeg: ‘Ik zal een nieuw polshorloge voor je kopen.’
Mijn moeder zegt: ‘Dat is lief, graag een groen bandje.’

Ik loop het huis uit en ga naar de dijk
In het lunapark probeer ik met de grijpertjes een polshorloge te pakken te krijgen
Het lukt bijna, het lukt meer dan twintig keer bijna
Ik vang een deerniswekkende pluchen vleermuis
Ik huil omdat Dirk en Jean-Pierre en Lut niet meer bestaan
Dirk was imposant, de twee andere doden waren eerder kleurloos
En schlemielig, sorry maar het is de waarheid.

Ik keer terug naar het huis
Alle slapers zijn opgestaan
De goudsmid heeft gedroomd dat hij een rouwende bergbeklimmers was
Alle andere slapers hebben hetzelfde gedroomd
Dat is straf.

Ik geef de deerniswekkende pluchen vleermuis aan mijn moeder
Ze gooit het beestje in de open haard
Mijn vader was eens samen met een stoere vrouw
Die om de haverklap vleermuizen en bidsprinkhanen ging tellen
En bestuderen in Hondurese jungles
‘Ik kan haar de baas!’ zei hij gemaakt strijdvaardig om de haverklap
Maar het was niet waar en ze is maar twee maanden bij hem gebleven.

Over de auteur

Delphine Lecompte