Gepubliceerd op: zondag 28 augustus 2022

Delphine Lecompte – Twijfelachtige hommage aan mijn dokter en aan het leven

 

Mijn simpele witte hond glijdt uit in de keuken van de oude kruisboogschutter
Het uitglijden van dieren is komisch
Maar ik voel me schuldig wanneer ik de simpele witte hond uitlach
Nu zit ik tegenover mijn dokter die in het afgrijselijke ontwrichtende Zuid-Afrika werd geboren
Ze is stokoud, rechts van haar staat een kommetje met geschilderde vogels
Links ligt het boek waarin de nevenwerkingen van alle medicijnen ter wereld worden uitgelegd
Het boek is verboden voor de gekken
Wij mogen er niet doorheen bladeren, soms wil ik mijn dokter vermoorden
Met een gietijzeren tuinbeeld van Marsyas omdat haar huid druipt, vooral de hals.

Ik jammer
Ik klaag
Ik vervloek mijn denkbeeldige rivalen
Achter mijn dokter een groot raam
Achter het grote raam een hoge brug met baldadige toeristen erop
Vijf stuks, vier stuks dragen impalamaskers en doen alsof ze een dwarsfluit bespelen
Het secreet zonder masker gooit een blik kidneybonen in het water
Een kat betreedt de behandelkamer
Mijn dokter heeft achttien katten, maar het is telkens deze getijgerde demon
Die mijn therapiesessie verstoort of draaglijk maakt, ik trek een velletje van mijn onderlip.

Ik bestudeer het velletje
Precies de vleugel van een duivelse strontvlieg
Ik sta bruusk op en zeg: ‘Dit leven werkt niet voor mij:
Opstaan om middernacht, schilfertruffels en groene olijven eten tot ik moet braken,
Andere schrijvers haten omdat ze zichzelf niet haten, de juiste bluesmuziek
Beluisteren, papieren muizen willen vouwen, veel willen, een gedicht beginnen,
Een fles wijn zien staan, de kwelling, het gedicht begint en voor ik het weet
Betreden de incestueuze imkers en necrofiele tegelleggers de verzen,
Ze bezoedelen het gedicht en niemand leest mij, maar dat is niets
In vergelijking met de paranoia en zotternij in mijn genen
Tante Katrien van de Sporkijnstraat in Veurne moest vorige week
Gefixeerd worden in een psychiatrische instelling met ruwhartig personeel
Het staat ook mij te wachten.’

Buiten is alles mooi, behalve het blik kidneybonen in het water
Ik vis het blik uit het water
Ik denk met affectie aan de kunstenaars Moby en Anish Kapoor
Ik keer terug naar het paleis van de oude kruisboogschutter
Hij sleutelt aan zijn oude romantische wagen
Hij spreekt over het fabeldier Delco
Ik roep uitbundig: ‘Het is een samensmelting van mijn voornaam en familienaam!’
Eeuwig en altijd de narcist, de oude kruisboogschutter kucht als een verstoten schimmelpaard
Verstoten door Sinterklaas.

Ik zeg: ‘Dit leven steekt me tegen, jij op de vloer
Overal olie, nooit seks, vaak langdradigheid
Banale dubbelzinnige grappen over mosselen en bananen
Een ontkenning van God, dat moet stoppen!’
Kwaad stuif ik weg, ik loop de trappen op naar de badkamer
Ik neem een bad en bid, ik ben te trots om te bidden
Mijn kinderlijke bidden, het bidden als kind, was beter
God vragen om een skateboard en een videospelletje met een gorilla.

Mijn gebeden werden verhoord
Ik kreeg van mijn grootvader een vuil geel skateboard uit de brocantezaak van meneer Velghe
Mijn grootmoeder nam me mee naar de grote elektriciteitswinkel in de Meeuwenlaan
En ik kreeg het videospelletje met de gorilla
Het ging kapot tijdens een onweer, maar toen was ik het spelletje al beu
Het skateboard ben ik nooit beu geraakt
Ik gaf het weg aan een arm meisje uit het Noorden van Frankrijk
Mijn moeder zei: ‘Dat was dom en sentimenteel, het meisje is niet arm
Ze heeft haar behoeftigheid verzonnen, ze is de dochter van een Bretoense tapijtentycoon.’

Ik kijk naar mijn onthutsende uitpuilende vulva
Precies een doodgereden rammelaar
Ik pook en denk aan het woord koor
Daarna denk ik aan het beeld koor, ik zie een koor
En tot slot hoor ik eindelijk het bolsjewistische zielsverheffende mannenkoor
Ze zingen over wolven en strafkampen en koddige censuur
De oude kruisboogschutter klopt op de deur en vraagt speels
Of ik nog leef en of hij mijn rug moet wassen.

Ik leef nog
Ik hoop de oude kruisboogschutter te overleven
Want als hij mijn lijk vindt dan zal hij het niet kunnen laten
Om te poken waar het niet hoort
Om mijn neus te breken met een blik kidneybonen
Om mijn rug te wassen
En om me liefkozend ‘Delco de vervloekte verdoemde narcist’ te noemen.

Over de auteur

Delphine Lecompte