Gepubliceerd op: maandag 2 mei 2022

EI 316: Elly de Waard – Oudejaarsavond op een benzinestation

 

De wind rukt het portier open
en de metalen intimiteit van het voertuig
moet zich prijs geven –
de ruiten beregenen van binnen.

De overkapping biedt geen enkele bescherming
tegen de elementen, toch is dit een oase.
Bemodderde chroomrand schaaft mijn nagellak,
niets houdt de lichte avondjas nog in bedwang.

Zorgvuldigheid en routine vervliegen
in gelijke mate in de storm en trekken zijn aandacht.
Met moeite mannen wij de zelftankslang.

Romance – kort als een verwaaide oogopslag.
Hij claxonneert bij het keren.
Zijn dit dan aard en tempo van een turbulent nieuw jaar?

Maar dit is een herinnering van lang geleden.

 

Het gedicht refereert aan een kort voorval, lang geleden. Het is die avond een bijzondere avond, de laatste van het jaar. De plaats van handeling is mistroostig: een verlaten, donker benzinestation. Buiten is het weer hoogst onaangenaam, harde windvlagen met zwiepende regens. De naar storm neigende wind ontrukt het portier zelfs aan bestuurders vaste hand en regen slaat de auto in. De dichter schetst in de eerste strofe de tegenstelling buiten versus binnen. Zelfs een toeven op een krappe zitplaats in een metalen autocabine is een weelde vergeleken met het desolate door wind en regen geteisterde benzinestation.

In de tweede strofe beschrijft de dichter opnieuw een tegenstelling: de positie binnen en buiten de overkapping. In weerwil van de onstuimigheid van de weerselementen rondom het pompstation lijkt het onder de overdekking ervan alsnog ‘een oase’ te zijn. Voor even echter, want het oog van de wind botst en beukt tegen alles wat hem in de weg staat. Ook de bestuurder die inmiddels uit de auto is gestapt, voelt in het onbeheerste opwaaien van haar al te ‘lichte avondjas’ de kracht van de wind. Zelfs haar gelakte nagels schaven langs de ‘bemodderde chroomrand’ van de auto.

De vrouwelijke bestuurder weet zich een prooi van ‘de storm’. Het lijkt alsof ze de controle over handelingen aan de pomp voor even kwijt is. Een zekere kwetsbaarheid maakt zich haar meester. Een aanlokkelijk beeld dat niet ontsnapt aan het spiedende oog van een andere bestuurder. Een man die net als de vrouw met moeite ‘de zelftankslang’ onder controle houdt maar die toch nog kans ziet vanuit zijn ooghoeken een vrouwenfiguur gade te slaan. De dichter gebruikt daarbij in v11 het ontwende werkwoord ‘mannen’, wat in deze context vermoedelijk een toespeling is op het jagersinstinct van mannen en de ontvankelijkheid van de vrouw daarvoor.

De blik van de jager wordt door zijn prooi dan ook onmiddellijk herkend. Hoe kort de ‘verwaaide oogopslag’ ook is. Zij herkent die gefixeerde blik feilloos. De man haalt haar daarna nadrukkelijker aan, vermoedelijk aangemoedigd door zijn instinct en ‘claxonneert bij het keren’ van zijn auto. En zij? Zij weet dat een kleine wenk voldoende is. Opvallend hierbij is het gebruik van het woord ‘Romance’ in v12 dat meestal naar een passievolle liefdesrelatie verwijst. Die illusie wordt evenwel direct afgekapt met de woorden: ‘kort als een verwaaide oogopslag’.

Dan volgt in de laatste versregel van de vierde strofe de retorische vraag: ‘Zijn dit dan aard en tempo van een turbulent nieuw jaar?’ Is de claxon de klaroen van een nieuw en open jachtseizoen waarin de vrouw zich onbezonnen, kortstondig maar turbulent gaat buitelen? Ze lijkt dat wel te willen. In de laatste geïsoleerde versregel blijkt evenwel dat het jachtseizoen voorbij is. Het is al bijna winter!

In dit gedicht hanteert de dichter een klassieke opbouw van 2 kwatrijnen en 2 terzetten afgesloten met de even onverbiddelijke als wrange slotregel: ‘Maar dit is een herinnering van lang geleden.’ Het gedicht kent geen eindrijm maar wat opvalt is de frequente herhaling van de palatale, korte a – klanken, met name in de tweede strofe: ‘overkapping’, ‘chroomrand’, ‘nagellak’, ‘-jas’ en ‘bedwang’.

Overeenkomstige a-assonanties zoals ‘mannen’ en ‘-slang’ in v11 en ‘claxon’ in v13 lijken een zekere naar staal neigende hardheid op te roepen die wel past in het schemerige domein van onenightstands. Het gedicht is eerder als ritmisch dan metrisch te kenschetsen, wat past bij het onverwachte en ongecontroleerde van wat zich kortstondig afspeelt op een oudejaarsavond onder een natwinderige overkapping van een verlaten benzinestation.

 

 

Meestal tussen bomen
Elly de Waard
Uitgeverij De Harmonie
ISBN 9789463361514

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.