Gepubliceerd op: zondag 1 mei 2022

Delphine Lecompte – Pijn je bent tenminste van ons allemaal

 

De kleine norse Armeense obesitaschirurg hekelt de ledige vadsige
Apathische levensstijl van de gigantische dakloze voormalige buikspreker
Hij woont in zijn witte landrover, zijn houten pop heeft hij al lang geleden
Gedumpt in een viscontainer in Winnipeg, ze had sproeten en ze sloeg racistische taal uit
Een antipathieke afstandelijke nicht brengt elke ochtend flensjes, omeletten, chocoladerepen
En familiezakken pickleschips naar het passagiersraam van de landrover
Ze kruipt nooit in de auto, wanneer het openscheuren en ritselen begint
Maakt ze rechtsomkeer en loopt ze naar haar werk: gouden broches en zakhorloges taxeren
Het donkere pand zit geklemd tussen een hondenkapsalon en een reisbureau
Ik zet de televisie uit en denk aan de maanden april en mei van het jaar 2002.

Ik leefde zoals de voormalige buikspreker minus de landrover
Ik woonde in een klein zolderkamertje in Koolkerke dat ik huurde
Van een bittere zwembadopzichter die als kind een peuter had vermoord
En dit nooit te boven was gekomen, zijn nieuwe naam paste niet bij hem
En hij haatte zijn beroep: de achtergebleven kleefpleisters in het doucheputje,
De chloorgeur, het opzichtige flirterige zwembadjolijt, het pronken met bulten en pezen
Ik voerde weinig uit daar in die zolderkamer: ik maakte vreugdeloos camembertschijven
En goedkope lopende pudding soldaat, ik keek naar horrorfilms over spookboten en maïskinderen,
Ik schreef hunkerende brieven naar een woeste teruggetrokken dichter uit Cardiff,
En af en toe kwam de achterlijke bakkersknecht op bezoek om mijn vagina te likken
En om me uit te leggen hoe ik mijn favoriete liedjes moest afspelen op de zalmroze iPod
Die hij me had geschonken toen ik 23 werd, een afschuwelijke leeftijd.

De oude kruisboogschutter zit aan zijn grote tafel in de woonkamer
Hij rekent uit hoeveel hout hij nodig heeft om een sauna voor zijn dochter te timmeren
Hij ziet mijn ontredderde blik en vraagt: ‘Waar denk je aan?’
Ik zeg: ‘Ik denk aan de maanden april en mei van het jaar 2002
Ik huurde een zolderkamer in Koolkerke van een bittere zwembadopzichter
Er was geen douche maar ik mocht me wassen in het zwembad na sluitingstijd
Ik voerde weinig uit daar in die zolderkamer: ik at afgeprijsde rijsttaarten
En pretentieuze Griekse gevulde wijngaardbladeren tot ik misselijk werd,
Ik keek naar documentaires over ijsgrauwe marmotten en over Beierse neonazi’s
Die lukrake Turkse kopieerwinkels viseerden, ik probeerde Dubliners naar het Nederlands
Te vertalen, en soms kwam mijn moeder over de vloer en dan zuchtte ze theatraal
En begon ze telkens opnieuw te jammeren over een beroemde stoel van Le Corbusier
Die haar afhandig was gemaakt door haar jongste meest gewiekste stiefdochter
En wanneer ze afscheid nam gaf ze me twintig euro en zei ze: ‘Het stinkt hier, zet een raam open.’

De oude kruisboogschutter staat recht en kust mijn kruin
Hij vindt het vervelend dat hij een sauna moet timmeren voor zijn dochter
Hij wil me meenemen naar het strand en een glimlach op mijn gezicht toveren
Vijftien jaar geleden had ik eens een onbedaarlijke lachbui op een golfbreker
En sindsdien denkt de oude kruisboogschutter dat een simpel uitje
Naar een badstad me kan genezen, en misschien heeft hij wel gelijk
We rijden naar Blankenberge, we wandelen lang en de oude kruisboogschutter probeert
Me te vermaken met de deerniswekkende lotgevallen van de in ongenade gevallen
Pedofiele en alcoholistische penningmeester van zijn kruisbooggilde.

Dat de penningmeester belastingen ontduikt en weigert om alimentatie te betalen
Aan de pinnige nietsontziende Oekraïense acaciakweekster
Die hem heeft bedrogen met meer dan elf harteloze boomchirurgen en tien joviale stukadoors
Daar kan de oude kruisboogschutter begrip voor opbrengen
Maar de pedofiele neigingen en de alcoholistische excessen, die zijn raar en degoutant
Onvergeeflijk het incident met de koddige zoon van de eregriffier
Tijdens de Sireschieting, helaas wil de oude kruisboogschutter niet uitweiden over het incident.

Nu eten we een ijsje, ik hou sinds kort van de smaak mokka
De oude kruisboogschutter houdt het bij conservatieve vanille
De ijscoman heeft mij gezien in een quizprogramma op de televisie
Hij vond me grappig en ontwapenend, en dus krijg ik de tweede bol gratis
En een papieren parasolletje, ik glimlach als een verguisde vereenzaamde eenogige boer
Met kiespijn en een mislukte bietenoogst voor het vierde jaar op rij.

Over de auteur

Delphine Lecompte