Gepubliceerd op: donderdag 26 mei 2022

Delphine Lecompte – De ouders van de voormalige vrachtwagenchauffeur

 

Uit de verhalen van de voormalige vrachtwagenchauffeur valt moeilijk op te maken of zijn ouders van hem hielden.
Vermoedelijk niet. Hij groeide op in het kleine ruige West-Vlaamse gehucht Jabbeke. De prominente kerk daar is genaamd naar Sint Blasius patroonheilige van wolkammers, zeepzieders, varkenshoeders, molenaars en fagottisten. En Permeke heeft er een graf op het kerkhof. Er is ook een Permekemuseum, maar dat kan de voormalige vrachtwagenchauffeur niet schelen. Het museum ligt buiten de dorpskern. De moeder van de voormalige vrachtwagenchauffeur was schizofreen en analfabetisch, dat betekent niet dat je per definitie liefdeloos en manipulatief bent. Maar zij was het wel. In tegenstelling tot haar jongere zus die exotisch en slank en sierlijk en verleidelijk en gebruind en vrijgevig en lankmoedig en altruïstisch en welriekend was, en die de wereld rondreisde zonder angstremmers en zonder konijnenpootjes of crucifixen in haar kleine groene koffer. Uiteindelijk trouwde de jongere zus, de tante van de voormalige vrachtwagenchauffeur, met een joviale Paraguyaanse parkietenkweker, en ze beviel van een tweeling in een rommelig doch feestelijk ziekenhuis in Asunción. Ze stuurde eerst nog kaartjes naar de voormalige vrachtwagenchauffeur, haar favoriete neefje. De kaartjes stopten na de Eerste Communie van haar tweeling. Of de postbode van Jabbeke hield de kaartjes achter voor de postzegels, zijn hobby was immers filatelie. Maar ik denk dat de zus het op den duur de moeite niet meer vond om de kaartjes te verzenden naar de voormalige vrachtwagenchauffeur in het lamlendige Jabbeke.
Ze kreeg immers nooit een teken van leven terug.

‘Waarom heb je je tante nooit teruggeschreven?’ Vroeg ik eens.
‘Er was geen postkantoor in de buurt en ik moest toch ook een beetje solidair zijn met mijn moeder,’ antwoordde hij.
De voormalige vrachtwagenchauffeur was het oudste kind en hij besefte vrij vlug dat hij geen soelaas moest verwachten van zijn weke gedisciplineerde kruiperige dienstbare vader en zijn monsterlijke krankzinnige ledige gesedeerde opgezwollen moeder. Hij werd noodgedwongen stug, korzelig, misdadig, zorgeloos, drankzuchtig, rebels, brutaal, nonchalant, geestig, veerkrachtig, berustend, en extreem onafhankelijk. Slim van hem. Er was een vier jaar jongere beloftevolle loyale inschikkelijke koddige tedere zoon die gesponsord en aanbeden werd. Een frisse wind, een godenkind. Hij kwam met zijn koersfiets onder de wielen van een auto terecht, een week voor zijn zeventiende verjaardag. De vader de nederige meubelmaker richtte een indrukwekkende allesomvattende cultus van rouw op, en de moeder wentelde zich nog dieper in haar toxische apathie. Maar af en toe kwam er een barst in de apathie en dan viel de moeder ten prooi aan kortstondige sensationele gruwelijke schrijnende schreiende hysterische crisissen. De voormalige vrachtwagenchauffeur zag het aankomen en rende naar de buren, die als enige in de straat een telefoontoestel hadden, en hij belde naar de plattelandsdokter die ook imker was. Maar het echte trauma, het helse karwei was de dagelijkse trot naar de apotheker.

Vanaf de voormalige vrachtwagenchauffeur vijf was viel het op zijn schouders, en de medicatielijst was lang, en de kreupele cynische apotheker was vals, flemerig, pesterig, en neerbuigend. De pillen maakten de moeder loom, listig, leugenachtig, woedend, wrokkig en hongerig. Plots was er een dochter, ongewenst. De moeder had niet eens geweten dat ze zwanger was. De dochter werd meteen gehaat door het ganse gezin: haar geslacht was een blamage, en haar onaantrekkelijkheid was zeer moeilijk te verkroppen. Waar kwam die haviksneus in hemelsnaam vandaan? Ze gooide op alle vlakken roet in het eten. De voormalige vrachtwagenchauffeur was nog het zachtst voor zijn zus, overal waar hij komt is hij zacht voor misfits en verschoppelingen. Toen de ongewilde fel misprezen dochter dertig werd joeg ze zichzelf een kogel door het hoofd. De kogel nestelde zich in de hersenen maar veroorzaakte daar te weinig schade, en de zus van de voormalige vrachtwagenchauffeur bleef nog meer dan een jaar zweven tussen leven en dood. De moeder wilde er niets over horen, maar de vader ging elke dag plichtsbewust, nee vol berouw naar het ziekenhuis en staarde een ganse middag naar de buisjes die vanonder het beddengoed kropen, en naar de golven op de monitor. Toen een verpleegster hem uiteindelijk kwam wegjagen uit de kamer keek hij even naar het gezicht van zijn vreemde dochter en hij kuste haar kin, en voelde zich achteraf zo ontzettend belachelijk en tekortschietend dat hij samen met de voormalige vrachtwagenchauffeur die hem in de ziekenhuiskantine had opgewacht een ganse nacht ging dansen en zuipen in Oostende.

De voormalige vrachtwagenchauffeur praat graag over zijn ouders en over zijn ellendige kindertijd. Al noemt hij zijn kindertijd zelf nooit ellendig, en hij beklemtoont altijd dat hij niets tekortkwam. Dan bedoelt hij dat er voldoende voedsel was en verse kleren. De voedingsartikelen kwamen uit de kruidenierswinkel van Adelientje, en één keer per jaar ging het gezin naar Brugge om moderne kleren te kopen in een kledingketen met een kantine op de bovenste verdieping waar je vol-au-vent met frietjes kon eten. Feest? Nee. Want de moeder verbrodde de sfeer met haar gejammer en haar angsten en minstens twee incontinente incidenten. Toen de beloftevolle zoon nog leefde stond alles in het teken van zijn koersfiets en de wielercriteria die hij moest en zou winnen.
Overal stonden vederlichte bekers in het interieur van het kleine rijhuisje in de Koffiestraat te Jabbeke. Raar, naargeestig en haast profetisch het volgende (ik vergat het daarnet te vermelden): op een dag maakte de vader de nederige meubelmaker een kistje voor een revolver, met een prachtige uitgehouwen roos op het deksel. Zeer gedetailleerd. Er was geen reden voor het kistje, er was geen revolver in het huis. Enkel rijke baronnen, snobistische makelaars, angstige veeartsen, en pompeuze rechters hadden revolvers in huis. De zus van de voormalige vrachtwagenchauffeur was zes toen het kistje werd vervaardigd, en ze was allesbehalve somber en zwartgallig. Ze had een springtouw en twintig vriendinnen. En ondanks haar haviksneus viel ze in de smaak bij broze metselaars en melancholische baggeraars, toen al.

De voormalige vrachtwagenchauffeur was de oudste zoon en toen hij achttien werd trouwde hij met een oprechte puriteinse humorloze leerkracht geschiedenis die hem beschouwde als een pedagogisch proletarisch liefdadigheidsproject, Pygmalion. Maar de voormalige vrachtwagenchauffeur weigerde om zijn pilsjes en zijn liefde voor CCR op te geven, en na twee jaar liet hij zijn vrouw en hun boorling in de steek. Melissa. De voormalige vrachtwagenchauffeur keerde terug naar het huis van zijn ouders, het huis was nog steeds ondergedompeld in de rouw van de vader en de agressieve logheid van de moeder. Er was een zwarte dwergpoedel Peggy die weg moest, meteen. De moeder eiste dit. Ze zei: ‘Weg betekent dood, geen asiel voor het zwarte beest dat me al jaren kwelt.’
De voormalige vrachtwagenchauffeur huilde voor het eerst in zijn leven.

De vader nam een spade en maakte korte metten met Peggy.
‘Graaf jij de put?’ Vroeg de zoon aan de vader.
Peggy bewoog nog toen ze in de put werd geworpen.
‘Geef haar nog een klap met de spade,’ beval de vader.
De voormalige vrachtwagenchauffeur gehoorzaamde en ging daarna op café met zijn beste vriend Kiwi die Kiwi werd genoemd omdat hij tijdens zijn verlovingsfeest een kiwisorteerder in elkaar had geslagen. Ondertussen was de voormalige vrachtwagenchauffeur een slome doch betrouwbare loonslaaf geworden: hij leverde industrieel brood aan hotels en zwembaden en ziekenhuizen. Op vrijdag kreeg hij zijn loon en op zaterdag werd het geld geteld.
Dan zat de voormalige vrachtwagenchauffeur aan de woonkamertafel, tegenover zijn moeder die een kliederboel maakte van haar sandwiches met rabarberconfituur. Op een dag ontbraken er enkele bankbiljetten.
De moeder jammerde: ‘Ik zal het nooit meer doen, Frank, ik zal het nooit meer, echt nooit meer doen Fraaaaaaank!’
En toen viel ze van haar stoel en kreeg ze een stuipaanval. Of ze deed alsof.

Over de auteur

Delphine Lecompte