Gepubliceerd op: maandag 14 februari 2022

EI 307: Dirk Kroon – Wat is er toch… & Nu heel veel…

 

Vers 1
Wat is er toch van je geworden?
Je vraagt het aan jezelf met pijn.
Je had een berk, een beuk willen zijn,
je werd een tak die ongemerkt verdorde.

 

Vers 2
Nu heel veel wegvalt als dood blad
kijk ik terug op alles wat ik had
en besef dat het meeste werd gegeven
voor een overweldigende overdaad aan leven.

 

In zijn nieuwste bundel schrijft Dirk Kroon 75 kwatrijnen, voor elk levensjaar een. Hij is inmiddels 75 jaar en blikt in dit jubeljaar vooral terug, zoals blijkt uit de twee bovenstaande ad random gekozen verzen die te vinden zijn in de bundel op p. 34 en p. 65. Kroon prefereert omgangstaal boven verheven taalgebruik, houdt vast aan interpunctie en lardeert versregels met mannelijk en vrouwelijk eindrijm: de ene keer omarmend, de andere keer gepaard. De afgedrukte kwatrijnen staan los van elkaar, delen een gemeenschappelijk thema maar vanuit tegengestelde perspectieven.

In het eerste gedicht stelt een imaginaire persoon de jij-persoon een vraag die mensen telkenmale en in allerlei varianten elkaar steeds opnieuw stellen: Wat is er toch van je geworden? Het is een nogal blasé opening van een gesprek. In Kroons eerste kwatrijn stelt de ik-figuur die vraag aan zichzelf wat kan leiden tot een onaangename confrontatie tussen de ik en zichzelf. Wellicht verwijst die vraag – ook onbedoeld – naar de bekende gelijkenis van de talenten uit het Evangelie van Mattheüs.
In ieder geval blijkt de vraag de ik – persoon pijn te doen. De ik-figuur is niet geworden wat hij ooit voor ogen had, waarover hij droomde, toen de rijkdom van de jeugd nog aan zijn voeten lag. Hij had iets groots willen zijn: een fiere berk of een rots in een branding, een beuk. Maar niets van dat alles. Slechts een miserabele tak die ook nog eens geen blad of vrucht draagt. Dat is er van hem geworden!
De inhoud van het vers heeft een negatieve lading. Vaak is het antwoord op boven gestelde vraag een momentane klaagzang die niet zelden getuigt van ontevredenheid, hang naar complimenten of zelfbeklag. Het is een fase in de ouderdom die eerder getuigt van onvolwassenheid dan bezonken wijsheid.

In het tweede gedicht krijgen we als lezer een heel ander beeld van de ik-persoon voorgeschoteld. In dit kleinood rijpt naarmate de jaren verstrijken het inzicht van wat er in het leven werkelijk toe doet. Wat ooit als belangrijk werd ervaren of als gewichtdragende kwesties werd beschouwd, is thans gereduceerd tot futiliteit, verworden tot dood blad zoals Kroon in de eerste versregel plastisch beschrijft.
De ik-figuur beseft dat het leven hem heeft overladen met emolumenten, hem rijkelijk heeft toebedeeld maar tegelijk groeit het besef dat het meeste [daarvan] werd gegeven voor een overweldigende overdaad van leven. En juist die overdaad doet in zekere zin denken aan de middeleeuwse moraliteit Elckerlyc. Een zinnespel dat we in deze context seculier en niet vanuit de toenmalige perceptie moeten interpreten. Het leert ons wat werkelijk van belang is in het leven.
De inhoud van het tweede vers heeft dan ook in tegenstelling tot het eerste vers een positieve lading. Vaak is het antwoord op boven gestelde vraag een jubelzang op de materiële rijkdom en successen die een mens zich in zijn leven heeft verworven. Zaken die hem vooral aanzien geven wat niet zelden getuigt van (zelf)genoegzaamheid en ijdelheid. Daarvan afstand kunnen nemen, is een fase in de ouderdom die getuigt van gerijpte wijsheid.
Kortom, de dichter geeft met beide kwatrijnen inzicht in de psyche van de ouder wordende mens en de manier waarop hij terugkijkt op zijn leven. Deze zijn herkenbaar maar in de besproken verzen wel heel verschillend.

 

 

Dirk Kroon Na de vogels

 

Dirk Kroon

Na de vogels

Liverse Uitgeverij

ISBN 9789492519665

 

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.