Gepubliceerd op: donderdag 16 december 2021

Delphine Lecompte – Pientere Margot

 

Margot was mijn beste vriendin, van mijn tiende tot en met mijn veertiende. Een record.
Margot droeg sobere donkere onaantrekkelijke Amish-achtige tweedehandskleren en ze had lange zwarte haren waar nooit een diadeem op verscheen. Maar ze schreed statig en waardig door de Gentse straten, alsof ze een grote fiere kroon en een lang luxueus gewaad droeg: La Reine Margot. Margot woonde in de Gelukstraat en ze had korzelige ouders en een fade vaag antipathieke blonde broer die Jeroen heette en saxofoon speelde zonder veel talent. De vader van Margot was een conceptuele kunstenaar en de moeder van Margot lichtte de boekhouding van graanvoederbedrijven door. Gastvrij waren ze niet, Margot moest mij binnensmokkelen en we bleven altijd in haar kleine ascetische zolderkamer en maakten dan zo weinig mogelijk geluid. Margot was ernstig, ietwat betweterig. Ze was veel slimmer dan ik, zelfs mijn moeder was onder de indruk van de intelligentie van Margot. Ze noemde Margot pienter.Margot had geen koesterende ouders, maar ze kreeg veel liefde van de dobermann des huizes. De broer van Margot kreeg noch liefde van zijn ouders noch van de dobermann, maar ik was niet bekommerd om haar broer. Mijn moeder was wel gastvrij, misschien overdreven gastvrij als zoiets mogelijk is. Wanneer Margot bij ons over de vloer kwam was ze geschokt en gedegouteerd door de vulgaire generositeit van mijn luide uitbundige theatrale moeder.

Ik zag het zure dunne misprijzende mondje van Margot nog zuurder en dunner en meer misprijzend worden tijdens de lieve onstuimige plagerige woordencavalcade van mijn formidabele moeder. Mijn moeder haalde roze cakejes, verleidelijke marshmallows, marsepeinen biggetjes met een chocolademuntstuk in hun rug geprest, en gemene ananasrijke pizza’s in huis voor ons, maar Margot weigerde de toxische verderfelijke verwerpelijke kankerverwekkende ‘Amerikaanse troep’ aan te nemen. Haar ouders kookten vegetarisch, en ze kochten hun groenten bij ‘eerlijke’ boeren. Margot had van alles aan te merken op mijn moeder, en dan verdedigde ik mijn moeder vurig. Ik had ook van alles aan te merken op mijn moeder, maar het bleef natuurlijk wel mijn moeder.
Maar voor de rest was ik heel volgzaam en onder de indruk wanneer ik in het gezelschap van Margot vertoefde. Ik was vooral onder de indruk van haar zelfstandigheid en haar kracht, haar discipline, haar onwrikbaarheid. En eveneens verbluffend was dat ze niet schooide en niet maalde om complimentjes, dat ze niet gaf om haar kleren, dat ze niet populair of bevallig wilde zijn, en dat ze nooit emotionele uitbarstingen kreeg. Maar het meest indrukwekkend was het feit dat ze op haar elfde reeds een serieuze amoureuze relatie had met een klasgenoot, en dat zij overduidelijk de touwtjes in handen had.

We dweepten samen in haar kamer met Cy Twombly, maar ook met Simply Red. We schreven op een dag een brief naar Mick Hucknall. We lazen elkaar onze brief voor. Mijn brief was beter geschreven, er zat meer passie in mijn brief. En humor! Ik kreeg een brief terug van de voorzitter van de fanclub van Simply Red. Vol trots en een tikkeltje zelfgenoegzaam en superieur ging ik de brief tonen aan Margot. Maar zij had exact dezelfde brief ontvangen, een koude douche en ik kon niet meer houden van Mick Hucknall na dit onverteerbare verraad.
Margot en ik zaten vaak tot ’s avonds laat in het Baudelopark te discussiëren over maatschappelijke en ecologische kwesties. Ik praatte gewoon mijn moeder na, maar Margot had echte authentieke onderbouwde ingewikkelde scherpzinnige meningen over alles en ik verloor altijd het pleit. En dan voelde ik me dom, een pineut. Elke donderdagavond keken we bij mij thuis naar Twin Peaks. Ik vond het een fantastische serie, maar ook verwarrend en bij momenten onbegrijpelijk. Margot vond het ook een fantastische serie, maar nooit onbegrijpelijk. Ze had meteen door hoe de vork in de steel zat en wat de droombeelden betekenden. Ze begreep de symboliek van elk decor, ze kon de schizofrene geest van elk personage feilloos doorgronden, ze wist wie bezeten was en wie deed alsof, en ze kon de visioenen van de goede charismatische pseudo-argeloze FBI agent ontleden alsof zij de serie had verzonnen en geschreven.
Ik herinner me niet of Margot creatief was. Hobby’s had ze alleszins niet. Ze ging wel naar veel jeugdkampen, ze schoot moeiteloos op met iedereen en was gehecht aan niemand. Op haar dertiende raakte ze in de ban van New Wave muziek, ik imiteerde haar. Maar ik was een jaar jonger en mocht niet mee naar de perverse concerten met slangen en vuurwerpers en SM dwergen. Margot kleedde zich niet zoals de andere New Wave adepten, ze bleef eigengereid. Ze bleef zichzelf en ze bleef houden van Cy Twombly en Simply Red. En ze kwam ervoor uit.

Toen ik op mijn veertiende samen met mijn moeder en mijn sombere mompelende stiefvader verhuisde naar het duffe burgerlijke oerdegelijke verstikkende suikerzoete veel te fatsoenlijke Brugge kwam Margot aanvankelijk elk weekend op bezoek. Dan keken we naar de films van Stanley Kubrick en speelden we scrabble. Margot won altijd en op een dag kon ik niet meer tegen mijn verlies. Ik kreeg een gênante kinderlijke driftbui en gooide het scrabblebord de tuin in.
De vriendschap was voorbij.
Acht jaar later spraken we nog eens af, ik weet niet van wie het idee, het initiatief kwam. We spraken af in een Brugse tearoom en dronken net als de geriatrische dragonders aan het naburige tafeltje kamillethee en we aten warme appelcake zonder ijs en slagroom (te decadent, volgens Margot). Margot was afgestudeerd als historica, ze had haar doctoraat behaald aan een prestigieuze Britse universiteit. Maar ze deed niets met haar diploma, ze werkte in een kruidenwinkel en beweerde dat ze tevreden was met dit lot, deze bestemming. Ze las Harry Potter na haar werkuren en ze leefde genoeglijk en gemoedelijk samen met vijf katten. Als een oude vrijster, ja. A spinster. Ik vertelde over mijn talrijke vergissingen met mannen en drank en drugs, over mijn studie Russisch die ik had geaborteerd, over mijn psychose, en over mijn zalige woeste onvergetelijke avonturen in het gekkenhuis. Margot reageerde veroordelend, koeltjes berispend. Ik zweeg en was opgelucht toen ze opstond en we afscheid konden nemen.

Onlangs heb ik haar eens gegoogeld (wat men doet, al weet ik zeker dat Margot het niet doet, dat ze het principieel weigert om mij te googelen). Margot werkt niet meer in de kruidenwinkel, ze is professor geschiedenis Nieuwe Tijd. Die Nieuwe Tijd is een wilde gok. Nergens kan ik vinden of ze kinderen en een echtgenoot heeft. Haar broer leeft niet meer. Hij kreeg een gokverslaving en werd vermoord door schuldeisers. Margot heeft nog steeds lange zwarte ondramatische onopgesmukte haren, en haar kleren zijn nog steeds streng en intimiderend.
Of ze gelukkig is valt niet op te maken uit de kleine foto op de website van de universiteit waar ze werkt.
Het kan me niet zoveel schelen.
Mijn sentimentaliteit heb ik dankzij Margot kwijtgespeeld.

Over de auteur

Delphine Lecompte