Gepubliceerd op: maandag 1 november 2021

EI 290: Anne Broeksma – Polytheïstische gezangen (I)

 

’s ochtends rol ik uit bed en breng een groet aan de God van het Wakkere
door mijn ogen met mijn handen open te sperren en te staren naar de lucht
gisteren verscheen hij aan mij in de vorm van een ekster

een verketterde vogel, die altijd even groenzwart glimt
dat het een god was wist ik omdat hij alleen kwam, ik stem hem gunstig
door nuttige arbeid te verzetten, die ik ook werkelijk graag doe

verder: door een woonwijk lopen, met vrienden praten, luisteren naar mijn lichaam
soms voel ik mij verstrikt in een onhaalbare wereld waarachter werelden zitten
die ik niet mag zien, maar hij zegt dat het goed is

 

De laatste maanden kom ik nauwelijks meer buiten, en ben ik vaak alleen. Er zijn meer mensen die zich in zo’n situatie bevinden. Langdurig zieken, verpleeghuisbewoners, gevangenen en ook veel gewone mensen in deze coronatijd. Maar als ik dan een vogel in de tuin zie, word ik soms opeens boven mezelf uitgetild. Wonderlijk. Of liever gezegd: een klein wonder, een geschenk. Een merel met felle kraaloogjes die tussen het dorre blad rondscharrelt. Een roodborstje dat minutenlang op het hek in de voortuin blijft zitten. Twee kauwtjes die behendig aan de pindaslinger hangen. Een handvol musjes die op het tuinpad landen en even plotseling weer verdwenen zijn. Een koolmeesje. Een kraai. Alleen duiven kunnen me meestal niet ontroeren. En een ekster? Twijfelgeval.

In het openingsgedicht van haar bundel Vesper lijkt Anne Broeksma deze twijfel te delen: de ekster wordt ‘een verketterde vogel’ (mooie assonantie) genoemd, maar wordt ook als ‘een God’ gezien. De waarneming van deze vogel lijkt een boodschap te bevatten, lijkt de dichter in haar doen en laten te inspireren.
Net zoals in oude beschavingen is het voor haar van belang de God gunstig te stemmen. Niet door offers te brengen. Ze schetst eerder het gewone leven, maar dan intensief beoefend, meditatief. Een manier om zich staande te houden in een wereld die in wezen onbegrijpelijk en onkenbaar is. De zinsnede ‘die ik ook werkelijk graag doe’ verwijst subtiel naar deze werkelijkheid.

In de laatste regel wordt de zoekende mens (door de ekster, door God?) gerustgesteld: ‘maar hij zegt dat het goed is’ een duidelijke verwijzing is naar het scheppingsverhaal uit de Bijbel, waarin God aan het eind van elke scheppingsdag “zag dat het goed was”.
Een verrassende opening van de bundel, die in de eerste afdeling Polytheïstische gezangen nog meer mooie verrassingen in petto heeft.


Op 12 mei van dit jaar overleed Eric van Loo. Ongeveer een maand daarvoor stuurde hij een bericht: “vandaag plaatste ik een korte bespreking van een gedicht uit Vesper van Anne Broeksma op mijn tijdlijn. Het is eigenlijk een korte eerste indruk (…) als je er iets in ziet mag je het plaatsen”. En dat doen we natuurlijk graag, met grote dankbaarheid voor de vele Eerste Indrukken die Eric eerder voor ons schreef.
Anne Broeksma zelf reageerde trouwens op de bespreking: “Wat een mooie bespreking van het openingsgedicht van Vesper. Je beschrijft het gedicht precies zoals ik het gedicht ken (‘bedoeld had’ kan ik ook zeggen maar dat doet er eigenlijk niet toe). Maar over die ekster hier geen twijfel hoor; hoewel van oudsher ‘verketterd’ als eierdief en druktemaker, mijn lievelingsvogel. Ze schijnen dankzij hun luidruchtigheid en het feit dat je er altijd twee ziet ook bij het sterrenbeeld Tweelingen te horen. Eén ekster is afwijkend, wat de associatie met goddelijkheid versterkt.”

 

 

Anne Broeksma

Vesper

Uitgeverij AtlasContact

ISBN 9789025464950

 

 

 

 

Over de auteur

- Eric van Loo is dichter en werkt voor Meander als poëzierecensent en redacteur van de Klassiekers.