Gepubliceerd op: zondag 28 november 2021

Delphine Lecompte – Soms geloof ik nog in het paradijs

 

Ik schrijf dit gedicht met uitzicht op de gebroken nek van een muis
In een val in de keuken van de oude kruisboogschutter
Het is wreed en gisteren deed hij nog sentimenteel
Over een strontvlieg in zijn woonkamer, hij begeleidde het diabolische insect
Naar buiten met een zachte linkerhand en een opgerolde reisbrochure
Hij wil me meenemen naar een idyllisch eiland vol uitpuilende Duitse boomchirurgen
En omineuze Wit-Russische hondenkapsters die spotten met mijn neus en bedeesdheid
Tijdens het aanschuiven aan het ontbijtbuffet, dat klinkt vreselijk
En ik wil thuisblijven, thuis kan ik ook angstig en wantrouwig en zwartgallig zijn.

Dan komt de zon op en de oude kruisboogschutter drinkt koffie,
Eet een marsepeinen babyschoentje zonder veters en negeert
De gebroken nek van de muis in de val die hij heeft geplaatst
En opnieuw doet hij sentimenteel over een strontvlieg
Maar deze bevindt zich aan de juiste kant van het raam
En nu vliegt hij weg en landt hij op de weelderige kruin van poppenhersteller Pia
Wier moeder een vorstin of een cipier was in Bali
De oude kruisboogschutter zegt tegen mij: ‘Ik heb gedroomd
Dat je dreigde te stikken in een waardeloze ring op het parkeerterrein
Van een naargeestige struisvogelkwekerij, maar een necrofiele tegellegger redde je leven.’

‘Heb ik hem uitvoerig bedankt?’
‘Je hebt een pluchen lam en een xylofoon gekocht voor zijn doofstomme zoon.’
‘Dan is het goed.’
We rijden samen naar het containerpark
De oude kruisboogschutter dumpt gehavende Sint Blasiusbeelden,
Nutteloze kneuterige bloemlezingen van ooit revolutionaire poëzie, kromme beschimmelde
Tochthonden, sleden, toiletzakken met een motief van luchtballonnen
En van anorectische aristocratische vileine graven op slanke Arabische paarden,
Tombolawafelijzers, teleurstellende zeeflepels, hatelijke zaklampen, en afgekoeld frituurvet
In de correcte containers terwijl ik op een berg afgedankte kerkhofspaden
Wacht op God of de bliksem, het wordt de bliksem.

Ik zwaai met een spade in de hoop dat ik word geëlektrocuteerd
Ja, ik kan soms zeer morbide zijn
Ik word niet geëlektrocuteerd
We verlaten het containerpark en de oude kruisboogschutter toont me het huis
Waar zijn eerste liefje woonde, ze was de dochter van een schizofrene hoedenmaakster
En een sjamanistische touwslager, ze hield vooral van haar vader
De oude kruisboogschutter zegt: ‘Ze verbrak de verloving toen ze klierkoorts kreeg
En verliefd werd op mijn broer, hij verdronk en mijn ex-verloofde pleegde vijf decennia
Later zelfmoord met een harpoen of met rattenvergif. Dat was dus gisteren.’
Ik zeg: ‘Tof.’

Nu kijken we naar heilige pijlstaartroggen in een borrelend bassin
En naar blasfemische citroenhaaien achter glas, ze zien er tevreden uit
Maar het is een grimas of een maskerade
In de cafetaria van het aquarium drinken we zure witte wijn in fragiele bekertjes
Ik ben de enige vrouw die niets heeft aangevangen met haar baarmoeder
En de oude kruisboogschutter is de enige man met een verdronken broer
Die hij haatte op het moment van het verdrinkingsaccident
We worden melancholisch, de ruimte zweet en zweeft
En de tentakels van de kwallen maken de kinderen in de cafetaria panisch
Een bleek jongetje met een paarse coyote op zijn trui krijgt een astma-aanval
Een voetbalhooligan die beter zou moeten weten lacht hem uit, de stiefvader.

We verlaten het aquarium
In de auto van de oude kruisboogschutter barst ik in huilen uit
‘Waarom huil je?’ Vraagt de oude kruisboogschutter gelijkmoedig, totaal niet geërgerd
Huilende schepselen kunnen hem niet uit het lood slaan
Ik antwoord waarheidsgetrouw: ‘Ik huil omdat ik geen getrouwde hypochondrische
Pijlstaartroggenverzorgster met kinderen en gobelins en blaasinstrumenten
En een chroomkleurig espressoapparaat en een profetische teckel ben geworden.’
‘Ik begrijp het,’ beweert de oude kruisboogschutter betuttelend.

We rijden terug naar Brugge
Op de radio spreken twee jonge mannen geanimeerd
Over hun liefde voor kannibalisme en lavameeuwen
Ik val in slaap en droom dat ik picknick met Lou Reed
In een park zonder sangria, maar dan verandert Lou Reed
In een gekwelde hoefsmid die me probeert te overtuigen
Om mijn nier aan hem af te staan en daarna buikspreker te worden
Ik stem uiteindelijk in, ik sterf helaas op de operatietafel.

Over de auteur

Delphine Lecompte