Gepubliceerd op: zondag 7 november 2021

Delphine Lecompte – Ik laat iedereen in de steek, vooral mezelf

 

Ik laat de blinde beiaardier in de steek, ik geef bloed aan een machine in een kazerne
En zou het niet prachtig zijn mocht het bloed terechtkomen
In het prachtige vermangelde lichaam van een poolreiziger of een chrysantenkweker
Of een zwemkampioen, ik lig tussen twee Wit-Russische kassiersters
Die me negeren en spreken over de kapsones van een derde onzichtbare Wit-Russische kassierster
Ze heeft kapsones omdat haar man ooit een graftombe mocht maken
Voor een legendarische tapdanser, en omdat haar dochter hoge toppen scheert
In de Kazachse ruimtevaartindustrie, maar ik weet hoe moeilijk
De derde onzichtbare Wit-Russische kassierster het heeft, ze is eenzaam
En ze schaamt zich voor haar hardnekkige voetschimmel
En niemand weet dat ze een gravin en een fret en een stellingbouwer en een fazantenjager
Heeft vermoord toen ze nog maar pas acht was, ze heeft spijt van de moord op de gravin
En haar man heeft een affaire met een onwaardige kruiperige loensende zadelmakervrouw
En haar verre dochter zei vorige week aan de telefoon tegen haar: ‘Mama, je leven is hol.
Je enige twee gespreksthema’s zijn je harteloze collega’s in de sinistere supermarkt
En de documentaire over de Noorse mosselteelt die je reeds twee decennia
In de ban houdt. Waarom? Waarom Noorwegen? Waarom weekdieren?’

De moeder de kassierster kon het niet uitleggen
Maar ze schrok van de harde barse toon van haar dochter
En na het telefoongesprek wilde ze zelfmoord plegen
Met het verrukkelijke materiaal van haar echtgenoot de frivole scrupuleloze steenhouwer
Ik verlaat de kazerne, 450 ml bloed lichter
Het is merkbaar, melkwegstelsels flitsen voorbij en heel even
Wil ook ik zelfmoord plegen met het verrukkelijke materiaal
Van de frivole scrupuleloze steenhouwer, maar het gaat voorbij
En een sullige doch vooral gulle Bulgaarse laminaatverkoper biedt me een slok rum
En zijn laatste gedroogde abrikoos aan
De gedroogde abrikoos lijkt op de onderkaak van mijn grootvader zaliger
Op het moment dat hij me naakt betrapte op het hobbelpaard in de garage
Lust en verwondering en woede en klapperende tanden en bezorgdheid wisselden elkaar af
Bezorgdheid omdat het een kostbaar hobbelpaard was
En ik was nog niet perfect zindelijk.

De Bulgaarse laminaatverkoper zegt: ‘Mijn zoon is gisteren gestorven.
Er hing een foto van een haas boven zijn bed.’
Ik zeg: ‘Innige deelneming. Waarom een haas?’
‘Niemand weet het, nu zeker niet.’
Het begint te regenen en plots herinner ik me dat ik afgelopen nacht droomde
Dat ik de boel op stelten zette in hotel Nefertiti in De Panne
Met een wasbeer en een xylofoon tijdens een gewichtig symposium
Over neurologische aandoeningen bij okapi’s en dementerende orgeldraaiers
Ik werd hardhandig naar buiten gegooid
Maar de wasbeer en de xylofoon mochten het symposium blijven volgen
Razende tranen stroomden over mijn wangen maar toen dook godzijdank
Mijn moeder op, ze was nog jong met hoge pronte borsten en we deelden een citroentaart
In kleermakerszit in de tuin van de gierige oogarts
In mijn droom was mijn moeder een komische ietwat boertige diepzeeduiker zonder enige autoriteit
We hielden van elkaar en probeerden luciferstokjes en miniatuurwindmolens
Te verkopen aan narcistische makelaars en bulderende meubelmagnaten
Maar we hadden geen succes, helemaal geen succes.

Ik zeg tegen de Bulgaarse laminaatverkoper: ‘Seks.’
‘Seks waar? Welke soort seks? Hoe luid? Hoe lang?’
Ik antwoord: ‘In een bunker op het strand, zo veel mogelijk soorten,
Zo weinig mogelijk woorden, en we gaan door tot je die vervloekte foto
Van die vermaledijde haas vergeet.’
Maar de bunker is volzet, dus moeten we onze toevlucht nemen
Tot het bankroete minigolfterrein, het is vernederend
We bedrijven de liefde en ik denk aan de laatste keer
Dat ik hier stond, stond en won
Het was een vreemde dag, twee kennissen van mij werden geëlektrocuteerd
En charlatan nonkel Samuel kwam terug van Sint Petersburg
Met een hoop stola’s en een lelijke tatoeage van een mismaakte
Extreem zwaarmoedige berentemmer op zijn onderarm
Hij beweerde dat ik de berentemmer was.

De Bulgaarse laminaatverkoper komt klaar en zegt: ‘Laat me nu maar.’
Ik ren naar het paleis van de oude kruisboogschutter
Hij is kil en gemeen, hij noemt me ‘maboel’
Ik trek zijn ijskast open en maak een pot pickles en drie haringen soldaat
Ik moet nog zoveel doen vandaag: slaapmedicatie en wasknijpers kopen,
Mijn huisvuilbelasting betalen en de kat van poppenhersteller Pia voederen
En strelen, niet op automatische piloot strelen
Want het beest is slim en het zou uithalen mocht het voelen
Dat de tederheid gespeeld was, ik ga eerst naar de kat
Ik voeder en streel haar en ik zeg: ‘Je baasje is een wellustig wispelturig kreng.
Nee, een monster! Ik heb vandaag bloed gegeven, het zal terechtkomen
In het prachtige vermangelde lichaam van een poolreiziger.’
De kat zegt: ‘Of in het prachtige vermangelde lichaam van een chrysantenkweker
Of in het prachtige vermangelde lichaam van een zwemkampioen
Maar niet in het fletse weke gelige oninteressante lichaam
Van een blinde beiaardier. Laat me nu maar, ik wil vechten en copuleren.’

Over de auteur

Delphine Lecompte