Gepubliceerd op: zondag 31 oktober 2021

Delphine Lecompte – Weer een dag naar de maan, naar de vaantjes

 

De astronaut die tijdens de maanwandeling van zijn twee snoeverige incontinente
Kompanen in de capsule moest blijven lijkt op een kruising
Tussen een stokstaartje en een kind met progeria
De voormalige vrachtwagenchauffeur zit naast me met een kuip kersenlolly’s
Op zijn schoot, op zijn T-shirt staat een doodshoofd met paarse bloemen
Die door de oogkassen kruipen en het is een geruststelling dat ik er straks
Zonder haar en huid zo gaaf en heilig en onbevreesd zal uitzien
Maar nu nog even doorzetten, de ventilator klinkt als mijn grootvader zaliger
Toen hij knarsetandend een vulgair verjaardagsliedje in ontvangst moest nemen van Paula.

Paula was stout, sensueel, droeg bont en goud, spotte met de Pekinezen
En de vlinderstrikken van de verwaande blaaschirurgen, de kruiperige makelaars,
En de bulderende meubelmagnaten die welig tierden in De Panne
Ze gaf me geld en zure levensgevaarlijke citroengele snoepjes
En haar ravenzwarte goddelijke surfende zoon terroriseerde me eens in de duinen
Met een opengespleten perzik vol zand en mieren
Achteraf nam ik de perzik mee naar het huis van mijn grootouders, als souvenir
Ik zei tegen mijn grootmoeder: ‘Ik wil iemand aan de galg praten.’
Mijn grootmoeder gaf me een oorveeg en zei: ‘Dat mag je nooit doen.’

De voormalige vrachtwagenchauffeur vangt niets aan met mijn schrale boezem,
Lange hals, mollige dijen, sympathieke sproetjes op voetrug, haarloze knie,
Uitpuilende vulva als een nachtelijke snack na een kroegentocht met benzodiazepines
Gekocht op het parkeerterrein van een sinister folkloremuseum
Veel te veel aandacht voor abortus en lepra en rattenplagen
En plots herinner ik me Elsje Pelsje die Ahmed valselijk beschuldigde van aanranding
Tijdens de poppenkastvoorstelling in Gent, de racistische meester Willy smulde van het verhaal
Ik had alles gezien, Ahmed was onschuldig maar ik hield mijn mond
En veranderde zijn levensloop: Ahmed werd jarenlang belaagd door de akelige stukadoorbroer
Van Elsje Pelsje, tot Elsje Pelsje haar stukadoorbroer vermoordde met een taartschep.

Dat is alles, Elsje Pelsje stichtte een gezin en ze verloor haar bijnaam
Die ze had gekregen omdat ze van Davy Crockett hield
Nee geraffineerd waren we niet
Mijn bijnaam was Fientje Clown omdat ik grappen en grimassen maakte om erbij te horen
Ahmed lieten we links liggen, hij werd vaak gestraft
En dan moest hij in de klas blijven tijdens de speeltijd en vernielde hij Playmobil ridders,
Opgezette honingdassen, miniatuurziekenwagens met amechtige sirenes,
Knullige tekeningen van Nefertiti, en insectenencyclopedieën
De voormalige vrachtwagenchauffeur likt mijn vulva
Maar hij moet het likken onderbreken voor een hoestbui
Hij wordt oud, hij haat zijn verval zonder herinneringen
Aan de maan of aan decadente ontbijtbuffetten in Winnipeg.

Hij herneemt het likken maar mijn gedachten dwalen af
Ik denk aan Donald Sutherland als geile rouwende vader
In een hotelkamer in Venetië, aan de blinde vrouw en de rode anorak
Ik kom zwakjes klaar en sta gehaast op
Ik trek mijn kleren aan en neem de bus naar het dolfinarium
Zonder zicht op grijnzende zeezoogdieren krijg ik een vaccinatie
En een compliment van de ontslagen kraanmachinist die naast me zit
En vermoedelijk exact dezelfde vaccinatie krijgt, hij zegt:
‘Je wenkbrauwen liggen mooi, hun sardonische boog geeft je een sjamanistische aanblik.’
Ik zeg: ‘Jij ook altijd met je rare complimenten…’

Verlegen bedek ik mijn wenkbrauwen met mijn wijsvingers
Maar algauw heb ik ze weer nodig om de profetische teckel van de blasfemische
Horlogemaker te strelen, ik koop een pak rozijnencakejes in de kruidenierswinkel
Van de zure Yvonne
Ze is zuur geworden omdat haar dochter twee dagen na haar Plechtige Communie
Van een paard is gevallen en op slag dood was, Yvonne keek toe
En omdat haar zoon een neonazistische bloemenverkoper is geworden
Er was een vader maar hij emigreerde naar Slovenië
Waar hij een nieuw leven opbouwde als sluiswachter en slaapwandelaar.

Bijna niemand siste afkeurend over die beslissing
En bijna iedereen zei: ‘Eigenlijk was Yvonne vóór de dood van haar dochter
En het neonazisme van haar zoon ook al een zure pinnige antipathieke vrouw.’
Dan sta ik alleen op een perron
Ik heb keuzes, bestemmingen, drugs, misdaad, circus, degenslikkers,
Goktempels, sneeuwpret, en zelfmoord in mijn hoofd zitten
Maar ik draai de treinsporen mijn rug toe
En keer simpelweg terug naar de etterende langdradige moedwillig verslaafde
Humoristische gelaten zelden hitsige voormalige vrachtwagenchauffeur.

Het is avond en we maken de rozijnencakes soldaat
Precies planeten met overal molshopen
Het is een prettig idee dat elke planeet af te rekenen heeft met molshopen
Maar eigenlijk zijn mollen zalig (in de religieuze betekenis)
En ondergewaardeerd, ik zeg tegen de voormalige vrachtwagenchauffeur:
‘Eigenlijk zijn mollen zalig, in de religieuze betekenis van het woord.
En schandelijk ondergewaardeerd.’

Maar de voormalige vrachtwagenchauffeur is in gedachten verzonken
Hij denkt aan zijn blonde ondoorgrondelijke charismatische driftige zielloze zoon
Die altijd vijandig naar me kijkt omdat hij het verdacht vindt
Dat ik gedichten schrijf over de genitaliën, obsessies, angsten en huisdieren
Van mystieke chrysantenkwekers, bedeesde zeepzieders en verdorven touwslagers
Soms wil ik zwarte magie of een huurmoordenaar aanwenden om die zoon uit mijn leven te bannen
Op straat zingt iemand dat we kampioenen zijn, ik kan het onmogelijk geloven.

Over de auteur

Delphine Lecompte