Gepubliceerd op: zondag 3 oktober 2021

Delphine Lecompte – Haring en uienringen op de schoentoppen van mijn vader, erg pijnlijk

 

Decadentie voor mijn vader was een broodje haring eten
Naast circusleeuwen achter tralies op de Vrijdagmarkt
De ringen vielen op zijn schoentoppen, de uienringen
Het was zielig en ik wilde op zijn schouder kloppen
Om hem gerust te stellen, maar ik zag net op tijd zijn trotse narcistische verbiedende blik
Dat is mijn eerste herinnering, een tweede en een derde heb ik niet
Mijn moeder zit aan haar keukentafel met een notenkraker in haar ene hand
En een knalgele plastieken wombat in haar andere hand, ze zegt:
‘Ik heb teveel plaats ingenomen, ik heb mijn minnaars en kinderen verpulverd.’

Het is waar, mijn moeder heeft mij en mijn vader verpulverd
Die andere mannen en dochters die ze op haar geweten heeft interesseren me niet
Ik sta op en verlaat haar keuken, ik loop het huis uit
Het grote huis van mijn moeder, ze is nog altijd een kruising van Attila de Hun
En Gloria Swanson, Sunset Bloodshed
Buiten regent het en ik schuil onder de luifel van een dogmatische Moldavische bruidswinkel
Tot ik besef dat de luifel weg is, al jaren, ik ben kletsnat en huiver
Werd ik maar opnieuw ten huwelijk gevraagd door de achterlijke bakkersknecht
In het gekkenhuis in 1999, toen lachte ik hem uit maar nu zing ik wel een toontje lager.

Nee, ik zou hem nog steeds uitlachen
Ik wil dat de voormalige vrachtwagenchauffeur me ten huwelijk vraagt
Maar het is te laat, hij trouwde reeds tweemaal noodlottig
De eerste keer in De Pinte en de tweede keer in Nazareth
De eerste keer met een nymfomane mandenweefster met een horrelvoet
En een polstatoeage van een verjaardagstaarthinde
En de tweede keer met een opvliegende peyoteverslaafde visrookfabriekloonslaaf
De mandenweefster was koddig, gedwee, bijgelovig, zelden weerspannig
De visrookfabriekjunkie was een gesel en een pest, altijd bitsig, nooit vergevingsgezind.

Ik maak een foto van de pluchen alpaca op de vensterbank van de blasfemische horlogemaker
Zie je wel dat ik nog steeds creatief ben?
Dat ik nog steeds oog heb voor buitenissige pluchen beesten op vensterbanken?
We waren vrienden, de blasfemische horlogemaker en ik
Ik was tien en het waren vooral de radertjes en de fijne motoriek die me aantrokken
Met blasfemie was ik al vertrouwd, dankzij mijn grootouders van De Panne
Die me Pasolini, Reve, Topor en hun eigen schaamteloze verdorvenheid
Hadden aangereikt toen ik vijf was en nieuwsgierig naar perversies
De horlogemaker viel door de mand toen hij bekende dat hij gedichten schreef
En me vroeg of ik ze wilde lezen, er zat geen koorts in de gedichten, geen ziekelijkheid
‘Vaarwel blasfemische horlogemaker, molesteer nu maar
Een andere molligere naïevere inschikkelijkere poezeligere tienjarige die meer onder de indruk is
Van je kneuterige moralistische sentimentele vage vrijblijvende pastelkleurige versjes!’

Het regent niet meer
Ik haat mezelf omdat ik vorige week een gelegenheidsgedicht heb geschreven
Over een flamboyante zwarte voetbalspeler
Dat hij zwart en flamboyant was, heb ik dat teveel in de verf gezet?
Ik heb geld gekregen voor het gedicht, het geld is al weg
Ik heb er een pot Zweedse kwark, een marsepeinen slaapdronken sluiswachter
En een haardroger mee gekocht, de haardroger was een geschenk
Voor de voormalige vrachtwagenchauffeur, ken je hem?
Hij woont in een beschimmelde huurwoning in de Annuntiatenstraat te Brugge
We maken al maanden plannen om een ijsje te gaan eten in het centrum
Maar het lukt nooit omdat er altijd een B-film met Nicolas Cage tussenkomt, en drank, veel drank.

Mijn moeder belt me op, ze wil een luchter voor me kopen
Ik zeg: ‘Koop liever een harpoen of een tapijtenschaar,
Dan kan ik op poëtische wijze zelfmoord plegen.’
Mijn moeder lacht wrang en verbreekt de verbinding
Het woord ‘luchter’ moet ik opzoeken
Ik loop naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur
Schuldbewust verorbert hij een klein potje rivierkreeftensalade
Zijn pensioen is te schamel en zijn zelfbeeld is te laag voor rivierkreeftensalade.

Ik herken het, het lage zelfbeeld
Maar hij heeft zulke mooie haren!
Ik zeg tegen de voormalige vrachtwagenchauffeur: ‘Je bent oogverblindend mooi,
Je kop, niet je bierbuik. Je bent Simson en Johannes de Doper, waag het niet
Om in slaap te vallen, je moet me nog strelen vandaag. Of is het weer teveel gevraagd?’
De voormalige vrachtwagenchauffeur eet bedaard het potje rivierkreeftensalade op
Daarna streelt hij mij, hij streelt mij altijd alsof ik onbekend en mogelijks hondsdol ben
Alsof hij zijn hand in een kuil steekt, in een vleesmixer, in de kist van een kermisgoochelaar
Ik kom klaar en schreeuw: ‘Tornadojager, hazenkeutel, Jacobsladder, sneeuwschoen!!’

Het is de samenvatting van een leven dat ik graag had willen leiden:
Voyeurisme, stront, religie, avontuur
‘Wat is de zin van het leven?’ vraag ik aan de voormalige vrachtwagenchauffeur
Hij gniffelt en zegt: ‘Jij bent de dichter, jij moet dat weten.’
Mijn moeder belt me opnieuw op, maar deze keer wil ze geen luchter voor me kopen
Ze belt me op om te vragen wat ik over Leda weet, heel weinig
Waarom mama? Waarom?

Over de auteur

Delphine Lecompte