Gepubliceerd op: zondag 12 september 2021

Delphine Lecompte – Het is een tragedie

 

Het is een tragedie dat ik geen wilde dieren tegenkom
Op weg van mijn huis naar de markt: geen leeuw, geen kameel, en geen emoe
Er staan kraampjes op het marktplein en de twee verdorven sponzenverkopers
Lijken een beetje op nijlvaranen, maar het is niet genoeg, niet goed genoeg
Ik koop een camembertschijf en een braadpan voor de oude kruisboogschutter
Plots schijnt de zon fel op mijn kin en ik denk aan het verhaal dat ik deze ochtend schreef:
De ik-persoon vermoordt een blinde beiaardier, vlucht naar Helsinki,
Vindt er werk als poetsvrouw van toeristische duikboten, wordt verliefd op een nijdassige
Touwslager, laat zich elke nacht bont en blauw slaan als boetedoening, koopt
Een kleine windhond en een livealbum van Judas Priest om zichzelf te troosten,
Het album is effectiever dan de hond, dan toch uiteindelijk de onvermijdelijke zelfmoord
Maar niet met een koord, wel met de gifplanten die groeien achter de luciferfabriek
In het grimmigste gedeelte van Helsinki, ik ben niet tevreden over het verhaal.

Ik loop naar het huis van de oude kruisboogschutter en overhandig hem deemoedig
De camembertschijf en de braadpan, hij zegt: ‘Je komt als door de hemel gezonden.’
Het is de eerste keer in de 21ste eeuw dat iemand deze zin tegen me uitspreekt
Ik moet de garagepoort van de oude kruisboogschutter optillen
Zodat hij de scharnieren kan insmeren met olie, ik voel me als Samson
Die op het punt staat om de pilaren van de tempel te verpulveren
Kwaad en verraden en kaalgeschoren, maar niet blind, of toch?
Na deze lastige karwei geeft de oude kruisboogschutter me de toestemming om een bad te nemen
Overdag baden is het toppunt van decadentie, enkel Bathseba en Greta Garbo deden het me voor
Nu lig ik te weken in het hete water en ik doe mijn uiterste best om de mensheid niet te haten
Maar het is natuurlijk onmogelijk, ik zeg luidop: ‘Een slim varken, een wijze giraf,
Een zachtmoedige okapi, een charmante steppebunzing, een eigenzinnige honingdas,
Een loyale poolvos, een guitige zalmbarbeel, en een godsdienstwaanzinnige civetkat.’

Ik verlaat het water en bekijk mijn druipende lichaam in de spiegel: binnenkort ga je dood
Ik denk aan mijn moeder die geen pottenkijkers wil wanneer ze sterft
Ze wil zich als een beer afzonderen in een grot en zonder dwaze weeklachten
De pijp aan Maarten geven, ze kijkt neer op mensen die hun sterfbed nodeloos rekken
En audiënties en verzoeningen en siropen en pyjama’s eisen tijdens hun laatste dagen
Mijn moeder heeft hele grote borsten en dankzij die borsten staan er altijd mannen klaar
Om haar boilers te herstellen, haar radiatoren te verven, en toxische vloeistoffen te gieten
Tussen de spleten van de terrastegels zodat de pissebedden geen kans krijgen om te zegevieren
Ik was een kind met een schoenendoos vol insecten, een circus van lieveheersbeestjes
En pissebedden, maar het kijkgat was te groot en op een nacht kropen de insecten in mijn bed
Om wraak te nemen, het was precies een horrorfilm en ik mocht zeven dagen thuis blijven
Mijn moeder heeft lange benen maar geen tekentalent, ze spreekt het woord ‘likeur’
Raar uit, alsof het om een pijnlijke injectie gaat, als ik haar verlies dan ben ik een vogel voor de kat.

Ik keer terug naar de woonkamer van de oude kruisboogschutter
Hij bekijkt een documentaire over aronskelken, saai
Hij geeft toe dat het een saaie documentaire is maar kijkt niettemin geconcentreerd verder
In de keuken van de oude kruisboogschutter schrijf ik een gedicht over de bedeesde zeepzieder
Die verliefd is geworden op een ongehoord jonge Marokkaanse hotelmedewerker
Met bretellen, meer informatie heb ik niet
Maar ik kan verzinnen: ik kan de Marokkaanse hotelmedewerker een vader geven
Die in een mistroostig pretpark het vliegend tapijt moet bedienen
En een moeder die landerig thuisblijft en boeken over het fokken van kalkoenen leest
Ze werd geboren met een obsessie voor kalkoenen, onvolprezen vogels in haar ogen
De Marokkaanse hotelmedewerker is het oudste kind, er zijn nog vijf jongere zoons
De tweede jongste zit in een verbeteringsgesticht omdat hij een transseksuele coniferenscheerder
Een aantal weken heeft gegijzeld gehouden in een roeispanenhangar
En heeft gefolterd met tangen en toortsen, geen originele folterwerktuigen.

Ik lees mijn hand, het is beter dat ik het zelf doe
Wanneer mijn moeder zeventig wordt zal ik gebeten worden
In mijn gezicht door een schizofrene alpacafokker
Het incident zal gebeuren naast een schamele fontein in een pittoresk Macedonisch gehucht
De omstaanders zullen applaudisseren, en ik zal paniekerig en verward
Teruglopen naar mijn hotelkamer waar ik mijn miljoenste zeepziedergedicht
Zal afwerken, twee dagen later zal ik mijn eerste berg beklimmen en mijn tweede cipier wurgen
De oude kruisboogschutter roept vanuit de woonkamer dat ik niet mag vergeten
Om straks kappertjes en chorizo te kopen, maar mijn handpalm laat weten
Dat ik binnenkort naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur
Zal hollen en dat hij me zal verwennen met zijn korte tong en dat hij na mijn orgasme
Geestdriftig zal spreken over zijn meest recente gastronomische ontdekking:
Mandarijnen in blik, niet eens zo duur.

Over de auteur

Delphine Lecompte