Gepubliceerd op: maandag 19 juli 2021

EI 277: Ryszard Krynicki – Vannacht

 

… als ein Kranich
P.C.

Vannacht bezocht ik jou in mijn droom
als een kraanvogel.
(Je zult het je niet herinneren wanneer je ontwaakt,
je kunt het je niet herinneren –
de een herinnert zich altijd iets anders dan de ander,
eenieder voelt altijd anders.)
Waarom als een kraanvogel? Weet ik niet.
Maar ik verlangde naar jou, hoewel ik niet eens weet
of ik een man was.
(Jij had overigens
de jouwe.
Wat ik deed? Niets, ik riep alleen maar stom
in de ochtendlijke nevel
achter de zeven bergen,
achter de zeven bossen
die toentertijd gegroeid waren
tussen jou en mij,
achter de zevenarmige rivieren van het lot –
dat van jou, of dat van mij: Weet ik
het niet?

(Vertaald door René Smeets)

 

Het corpus van VANNACHT biedt een opsomming van (herkenbare) ervaringen: dromen vergeet je snel, herinneringen zijn persoonsgebonden, delen van ervaringen ≉ copy & paste, er zijn onzekerheden, a.o. over (eigen) gender, een besef van ineffectiviteit: een stom roepen, geen antwoorden hebben, een afhankelijk zijn van het lot.
VANNACHT geeft een gesprek weer. Maar wie de ik is, wie de jij, en wie de jij tussen de haakjes en wie wordt bedoeld met de jouwe – alles blijft in het ongewisse.
Na de eerste lezing ben ik in verwarring. Ik herken niet direct de heldere, trefzekere schrijver van de 99 andere gedichten, parels, must-reads voor de nieuwe generatie klimaatdichters.
VANNACHT is een buitenbeentje in de bloemlezing: Gelukkig ben ik van mening dat juist de buitenbeentjes het meest nauwkeurig gelezen moeten worden.
VANNACHT nog eens gelezen, nu met aandacht voor de twee meest intrigerende elementen:
1. het motto … als ein Kranich, P.C. (…. als een kraanvogel)
2. de tussen-haakjes-regel ‘Jij had overigens de jouwe’.
Zij lijken een deur open te zetten. Er ontstaat ruimte om stappen te zetten en bruggen te slaan naar de biografie van Krynicki en alle andere gedichten in de bundel. Opeens valt op dat VANNACHT geen fremdkörper is in de bundel, maar een vitaal orgaan ervan.
Krynicki (…Bent u Jood? vraagt hem een oude chassied – Ja, ik ben dichter …) is volgens het gedicht GEBOORTEAKTE geboren in de tijd van het transport, toen de plaats van de dood hem ten deel viel, toen tederheid schuilde in het redden van het haarlint van een kind tijdens een progrom.
Hij begon met publiceren in de jaren zestig, in een land waar als een baasje naar zijn hond floot, de meeste voorbijgangers zich omdraaiden. En als hem wordt gevraagd wat poëzie is, wat ze redt, antwoordt hij dat zij bovenal de stem van het geweten is, sterker dan de angst.
Decennia lang schreef hij onder censuur in de taal van de censor – sst, houtworm, stil, de censor schrijft over de vrijheid van meningsuiting – vanachter een ijzeren gordijn, in een verdrinkend leefmilieu, waar zijn talent een vrije ruimte zocht en moeizaam vond. En hij vertaalde werk van buitenlandse dichters in het Pools, ook dat van Paul Celan, de P.C. in het motto. Volgens de vertalers is Krynicki een fel bewonderaar van Celan; ‘Ooit bleef daar staan / Paul Celan, / dichter, banneling, Jood / medemens’ (KEULEN, VER WEG).
Het motto … als ein Kranich komt uit OVERDAG, een gedicht van Celan:

Ook ik,
met jou in gedachte,
stof-
kleurige, kwam
als een kraanvogel.

Celan gebruikte de kraanvogel ook al eens eerder ‘Laat de steen wolk zijn, mij de kraanvogel’ uit AAN DE LAATSTE POORT, 1944.
Krynicki (bekend met de Oosterse symboliek van de kraanvogel en de betekenis van de ziel in de Joodse traditie) gebruikt de metafoor van de kraanvogel, net als Celan, als de verbinder van de ziel van de ik met de ziel van de jij aan gene zijde. Het motto zou een sjibbolet kunnen zijn, een sleutel.
Ik stel me voor dat Krynicki, op leeftijd gekomen, voelt dat zijn zielsnabijheid met Celan aanstaande is. VANNACHT is een blikrichter, van OVERDAG op VANNACHT, van licht naar donker, van leven naar de dood.
Enzovoort … dat oneindig verklaren van wat alleen maar sterfelijk is en vergeefs –
Dan, terug naar Wie is de ik? Wie is de jij? Na mijn waterverfachtige schets hierboven, zou de ik de ziel van de dichter kunnen zijn, en de jij de ziel van de dode dichter Celan. Verder ken ik niemand die weet wat het geslacht van de ziel is. Wie Krynicki bedoelt met ‘de jouwe’, de lotsbepaler van beiden, zou de niet-Joodse figuur uit de tijd van het transport kunnen zijn.
Voor Krynicki lijkt de tijd te stoppen in het midden van de poëzie. Hij beweegt zich langs een ingewikkeld geweven plan en leidt de lezer naar ruimtes die zijn gereserveerd voor wie daar moeite in wil steken. Met name VANNACHT vraagt nadrukkelijk om dit laatste. Het gedicht is een sterk naar binnen gerichte, bijna gesloten tekst, zonder kraakheldere zekerheden. Ik vermoed dat VANNACHT een gecamoufleerd kerngedicht is, waarin Krynicki ons vertelt op wiens poort zijn ziel zal kloppen.

 

Krynicki De nooit te helen wond van de waarheidRyszard Krynicki

De nooit te helen wond van de waarheid

Uitgeverij P

ISBN 9789493138322

 

 

 

 

 

 

 

Over de auteur

Harry van Doveren

- publiceerde essays en vertalingen (o.a. van Robert Musil en Paul Valery) in diverse tijdschriften. Zijn eigen poëzie verscheen bij de uitgeverijen IJzer en Opwenteling. Zijn meest recente bundels, Wereldgemiddelde en vondel verschenen bij Uitgeverij crU.