Gepubliceerd op: maandag 21 juni 2021

EI 274: Hedwig du Jardin – pose

 

daar staan mijn ouders, op de rand van de afgrond
voor de Grand Canyon. de rotsen verbleken
bij die kleurrijke mensen, heel even onbewogen

vader met zijn casual hoedje op
draagt de videocamera als een kind op zijn arm
eenmaal thuis zal hij ons zijn trofeeën tonen

ook hier staat moeder aan zijn zijde, stralend
achter een modieuze zonnebril
het rood van haar sjaal kent het rood van zijn hoed

ze kijken me aan terwijl ze zo ver weg zijn
een Grand Canyon tussen ons in

 

Pose – de titel van het gedicht – betekent het aannemen van een bij voorkeur favoriete lichaamshouding waarbij de gezichtsexpressie in een zo aantrekkelijk mogelijke plooi is getrokken. Poses zijn momentaan en worden veelal slechts voor even aangenomen, vooral als het gaat om foto’s. Ze hebben daardoor iets onnatuurlijks en zijn niet zelden te gemaakt. Aan de oppervlaktestructuur van het strofisch opgebouwde gedicht wordt die pose door de ik-figuur geschetst. De ouders staan er zij aan zij, aan de rand van een imposant natuurverschijnsel, stralend in een vrolijke uitdossing – [ voor ] heel even onbewogen – voor de camera.

Naast de ouders is er een kind dat in het schouwspel op de achtergrond een onopvallende rol speelt. Ogenschijnlijk, want de lezer krijgt van de ouders een ander beeld op zijn lens, dan het kind dat heeft op zijn netvlies. Het gedicht geeft daarvan signalen af zoals op de rand van de afgrond staan kleurrijke mensen: vader met zijn casual hoedje en moeder — achter een modieuze zonnebril. Wellicht van enige minachtig maar in ieder geval van enige ridiculisering lijkt hier sprake te zijn. Dat blijkt iets nadrukkelijker uit de passage in de 2e strofe: vader— draagt de videocamera als een kind op zijn arm. En wat te denken van: eenmaal thuis zal hij ons zijn trofeeën tonen.

De tweede strofe roept dan ook gewild of ongewild een veelzeggende metafoor op: achter de werkelijkheid gaat een interessant beeld schuil. We lezen dat de vader met zijn hoedje op plaatjes schiet met zijn camera om deze thuis als trofeeën aan zijn kinderen te tonen. Dat doet verdacht veel lijken op de jager die met zijn geweer zijn prooi opjaagt, neerschiet en vervolgens zijn jachtbuit als trofee mee naar huis neemt. Maar vader lijkt in geen enkel opzicht op een jager maar eerder op een wat simpele man met een mal hoedje.

Het gedicht geeft niet alleen informatie over de gedachten van het kind ten opzichte van zijn ouders, maar geeft eveneens een zekere bitterheid prijs over de verhouding tussen hen. Het is duidelijk: het kind staat tegenover zijn ouders. Het staat er letterlijk achter en figuurlijk alleen voor en zijn ouders zijn samen. Zij vormen zoals altijd een eenheid, wat blijkt uit de 3e strofe: ook hier staat moeder aan zijn zijde. De nadruk op hier suggereert dat moeder thuis ook de gewoonte heeft vaders zijde te kiezen, vermoedelijk vooral in overdrachtelijke zin. Dat komt plastisch tot uitdrukking in de laatste strofe. De kloof tussen ouders en kind is groot, onoverbrugbaar groot, een Grand Canyon breed.

De kleuren rood van moeders sjaal en van vaders hoedje roepen tegengestelde associaties op. Rood doet enerzijds denken aan vuur, passie en liefde en anderzijds aan bloed, oorlog en conflict. De onderliggende betekenis van de aan de oppervlakte zo mooi lijkende vakantietaferelen die door de vader met zijn camera zijn vastgelegd, wijzen meer in de richting van disharmonie en kille afstandelijkheid tussen de ouders en hun kind. Staat het kind immers niet op de achtergrond! Ouders willen toch met hun kind in beeld of op de foto staan! Niet trots op de foto als jachttrofee maar trots op je kind dat bij je staat, zou het toch moeten zijn? En zou het kind zelf niet als de videocamera op vaders arm hebben willen liggen?

De laatste strofe lijkt bovenstaande reflecties te bevestigen: ze [ de ouders ] kijken me aan terwijl ze zo ver weg zijn // een Grand Canyon tussen ons in. Natuurlijk staat het kind niet aan de overkant van de Grand Canyon. Het staat vlakbij maar voor zijn gevoel mijlenver van beide ouders vandaan.

Het lijkt erop dat het kind in werkelijkheid al veel ouder is maar dat het dat beeld van toen nooit is kwijtgeraakt. Het heeft – net als de erosie een kloof in de aarde – een diepe haal als een nooit geheeld zeer in zijn hart achtergelaten. Het kan echter ook heel goed mogelijk zijn dat het kind van toen op veel latere leeftijd de foto of beelden van toen terugziet en beseft dat het toen al niet goed zat.

 

LichtTraagDiep-VP.qxd

 

Hedwig du Jardin

Licht & traag & diep

Uitgeverij P

ISBN 9789493138315

 

 

 

 

 

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.