Gepubliceerd op: zondag 16 mei 2021

Delphine Lecompte – Satan is een verdorven sponzenverkoper

 

Ik denk aan Jezus die ooit een leeuw met een afgebroken staart
Aan me gaf, later die dag waren we de twee biggetjes
Het derde biggetje werd ontvoerd door een antipathieke hondenkapper uit Geel
We namen afscheid van juffrouw Marijke, ik denk nog vaak terug aan het afscheidsfeest
De school had een pretpark afgehuurd en een gevaarlijke aap ontsnapte
En krijste naar ons vanop het piepschuimkasteel van Doornroosje
Ook de papegaaien ontsnapten en zij pikten gaten in de schedel van de slapende reus
Juffrouw Marijke werd vergeten tijdens deze chaos, plots was ze weg
En ik had mijn tekening van Satan die Job kwelt met pijnlijke zweren
Nog niet aan haar afgegeven, huilend rende ik het pretpark uit.

Een verdorven sponzenverkoper rukte de tekening uit mijn handen
Op het marktplein en hij beweerde flemerig dat het een meesterwerk was
Ik was geflatteerd, ook al wist ik dat het een leugen was
Ik wachtte tot hij al zijn sponzen had verkocht en ging dan gewillig mee naar zijn huis
Ondertussen ging het afscheidsfeest van juffrouw Marijke verder
Zonder mij en zonder juffrouw Marijke, een mystieke chrysantenkweker smoorde
De chaos in de kiem, de aap bleek ongevaarlijk maar de kop van de slapende reus
Was compleet verwoest, binnenin vond men wel drie gouden salamanders
En vijftien ivoren spektorren, ook wel spekkevers genaamd.

De voormalige vrachtwagenchauffeur zegt naakt in het heden: ‘Je bent mijlenver weg,
Kom terug! Als ik je vagina een lesje leer met een onkruidhark dan keer je wel terug.’
Hij zoekt onder het bed, en daarna in de wastobbe naast het nachtkastje met schimmelplekken
Maar ik heb de onkruidhark gisteren weggegeven aan de heilige Ria
Die me niet wilde vertellen waarom ze zo dringend een onkruidhark nodig had
Hier heeft niemand een tuin, ik duw mijn minst hangende borst in de soms nobele tronie
Van de voormalige vrachtwagenchauffeur, hij zuigt en bijt en hoest
Hij is niet nobel vandaag, juffrouw Marijke heb ik nooit meer teruggezien
Ze is gestorven in de geboortestad van Dali toen ze net geen veertig was
Ze vergezelde haar toenmalige echtgenoot die in de geboortestad van Dali een symposium
Moest bijwonen, hij was oogarts en het symposium ging over juveniele maculadegeneratie.

De voormalige vrachtwagenchauffeur graait in mijn vagina
Zoals hij zou graaien in een bak met afgeprijsde spieringkoteletten:
Gelaten, filosofisch, ietwat somber en nors, weinig hoop, een tikkeltje machinaal
Het graaien zit niet in hem, liever wacht hij op de overschotten
Ik ben een overschotje, we staan op en eten koude witte worsten met mosterd
Ook Jezus stierf veel te vroeg, zijn vader was brandweerman en werd opgeroepen
Jezus bleef thuis en werd door zijn moeder gedwongen om een gifbeker te drinken
Na de stuiptrekkingen van Jezus schoot de moeder zichzelf door het hoofd
De brandweerman redde een zadelmakergezin en een Armeense landmeter
Die op bezoek was bij het gezin, hij voelde de bui al hangen maar huilde niettemin
Twee jaren lang, hij werd ontslagen en moest noodgedwongen werken in een vlaggenfabriek.

Wanneer de witte worsten op zijn gaan we naar buiten om te genieten
Van de zon en van de katten en van de moerascipressen en van de kurkzolen van de bijgelovige
Mandenweefsters en van de terecht harteloze kauwen en van de vuile bottines
Van de fascistische dwergen en van de blonde wenkbrauwen van de guitige olieslagers
Maar we slagen er niet om te genieten van al deze wonderlijke schepselen en hun
Kenmerken of attributen, hoe je het ook noemen wilt het is verdoemenis
Het pretpark werd gesloten en de aap werd afgemaakt
Maar de papegaaien mochten allemaal verblijven in de volière van de necrofiele tegellegger
Nu heeft hij geen volière meer, hij is in ongenade gevallen en woont nu
In een kleine flat boven een orthopedische schoenenwinkel waar je opium kan kopen
Als je het codewoord van de dag kent, gisteren was het codewoord ‘zwaardvis’.

In het park worden we aangesproken door een ontslagen kraanmachinist
Met een kapotte wekker in zijn ene hand en een speelgoedgranaat in zijn andere hand
Hij zegt: ‘Ik ben op zoek naar een pluchen dromedaris voor mijn petekind.
Weten jullie waar ik een pluchen dromedaris kan kopen? Geen kameel!’
Ik wijs hem de weg naar de orthopedische schoenenwinkel
Het codewoord voor opium is vandaag simpelweg ‘kribbe’
Maar als je slechts een pluchen dromedaris wil kopen, dan heb je uiteraard
Geen codewoord nodig, de ontslagen kraanmachinist is dankbaar
En zegt: ‘Een behulpzame vrouw, waar zal ik dat schrijven?!’

We keren terug naar de groezelige huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur
Ik probeer zijn klamme penis te reanimeren
Maar ik verlies de moed na minder dan tweeëntwintig seconden
We kijken naar een prachtige film over liefde, schildpadden, immobiliën, en voodoo
Ik denk aan Job en juffrouw Marijke
Ze werden door God op de proef gesteld
En ik hoorde mijn moeder vertellen aan een melancholische baggeraar
Dat Satan het van juffrouw Marijke heeft gehaald, daar in de geboortestad.

Van Dali kreeg juffrouw Marijke het in haar hoofd om vier jonge imkerzonen te gijzelen
En zichzelf en de zonen op te blazen in een roeispanenhangar vol bont, teer, gomhars,
Tulbanden, terraria, flagellanten, schabouwelijke pantomimespelers, en kreeften.

Over de auteur

Delphine Lecompte