Gepubliceerd op: donderdag 8 april 2021

Delphine Lecompte – De misantropische antipathieke Bernadette

 

Eigenlijk kloppen die adjectieven niet. Bernadette is niet misantropisch, ze is zelfs eerder behulpzaam en altruïstisch, en ze zorgt met grote tederheid en met engelengeduld voor haar autistische zoon van 43 die aan de lopende band films met Tom Hanks bekijkt en herbekijkt en trivia over de bewuste films op Bernadette afvuurt. ‘Ja Roel, zeg het maar Roel,’ zegt ze dan berustend, liefdevol spottend. Antipathiek is ze ook al niet, al kan ze zo overkomen door haar stugheid en achterdocht. En ze is vaak chagrijnig.

Ze heeft dan ook een zwaar leven: de zorg voor haar zieke zoon, maar ook het onderbetaalde poetsen van ziekenhuiskamers en oogartskabinetten, en het werken in het zwart in verscheidene wasserijen en restaurants. En dan is er het dierenleed van de hele wereld dat ze op haar frêle schouders moet torsen. Door de sociale media weet ze meteen waar dierenleed werd gepleegd en in welke mate: in Michigan heeft een touwslager een labrador pup verkracht en ten noordoosten van Boekarest hebben bietenboeren met hagelgeweren op een oud blind doof terriërhondje geschoten. Bijvoorbeeld.
Na de zelfmoord van haar korzelige eenzelvige alcoholistische man (hij sprong van het dak van de herberg die ze samen uitbaatten) gooide ze haar leven over een andere boeg: de boeg van de extreme dierenliefde die nu eens flirt met sentimentaliteit dan weer met full blown terrorisme.
Elke zondag blokkeert Bernadette samen met enkele andere verbeten heroïsche dierenvrienden de ingang van het dolfinarium.

Ze heeft natuurlijk gelijk: het is afschuwelijk, barbaars, en onvergeeflijk om prachtige majesteitelijke volstrekt onschuldige zeezoogdieren die normaal gesproken kilometers (sorry mijlen) oceaan tot hun beschikking hebben van hun vrijheid te beroven. Het is schandelijk, hardvochtig, walgelijk, cynisch, misdadig, en amoreel. Onbegrijpelijk dat het nog wordt gedoogd.
Bernadette vraagt elke zondag of ik met haar mee wil gaan naar de betoging tegen het Brugse dolfinarium. Elke zondag heb ik een zee van tijd, maar elke zondag ben ik te lui om te fietsen naar het Boudewijnpark en ‘Empty the Tanks’ te schreeuwen tegen de logge lege verveelde vaders en hun dreinende peuters met hun lawaaierige speelgoedrobotten en hun groteske eisen en hun bengelende snotdraden, tegen de bitsige licht ontvlambare ruwe gemene getatoeëerde moeders die met de betogers op de vuist willen gaan omdat ze een hekel hebben aan mensen die het de moeite vinden om geëngageerd te zijn, en tegen de logge doffe slonzige zwangere bobijnsters die de moed erin proberen te houden met schunnige vissersliedjes en lustige achterklap over de neonazistische bloemenverkopers die in hun straat wonen, en die vier broodnodige miniatuurflesjes brandewijn hebben verborgen in hun nep Louis Vuitton handtas meegebracht van Casablanca waar het warm was maar waar de mannen tenminste oog hadden voor hun bleke exotisme en blonde plompheid.

Bernadette neemt ook deel aan betogingen in het buitenland: dan ketent ze zich vast aan een Beiers slachthuis of aan een Moldavische nertskwekerij met een vijftiental trawanten en soms eindigt de actie in een politiecel. De Beierse politie is oké, maar in Moldavië is het een ander paar mouwen…
Maar ook minder indrukwekkende daden van dierenliefde staan op naam van Bernadette: ze heeft talloze zwerfkatten in huis genomen en hun oogbindvliesontstekingen verzorgd en genezen, ze raapt zieltogende hommels van het voetpad en reanimeert ze op haar keukentafel met suikerwater, uit het nest gevallen duivenjongen voedert ze erwtenpuree in een pipet, ze zet junkies die in hun groezelige appartement vegeteren en creperen met een roedel trotse rusteloze sledehonden onder druk om de honden af te staan en ze vindt altijd de geschikte eigenaars voor de betreffende mormels.
En ze verkoopt kalenders en stickers en chocolade met noten en sleutelhangers en truien en afgrijselijke kerstkaarten ten voordele van verenigingen die zich inzetten voor Spaanse windhonden in nood, verwaarloosde fretten, getraumatiseerde struisvogels, en geiten in de penarie.

Dan nu het menselijke aspect: tijdens de meest acute, meest toxische, meest agressieve, meest destructieve fase van mijn drankmisbruik schopte ik wild om me heen, letterlijk en figuurlijk. Ik zond bijzonder obscene venijnige hatelijke schuimbekkende berichten naar mijn vriendenkring. Ook naar Bernadette.
Iedereen was kwaad op mij. Ook Bernadette.
Maar Bernadette liet toch weten aan mijn moeder dat ze ondanks haar kwaadheid ook geamuseerd was door de bijtende humor van mijn sms’en, en dat ze onder de indruk was van de stilistische tierlantijntjes en het overdadige gebruik van vreemde buitelende buitenissige adjectieven die ik ondanks mijn ziekte nog steeds trefzeker hanteerde. Mijn moeder was ontroerd en verrast.

Ik was ook ontroerd, maar niet verrast. Bernadette is altijd de vriendin geweest die al mijn interviews leest en die bewondering heeft voor mijn bevreemdende gedichten en schaamteloze columns.
Ze is allesbehalve dweperig, maar ze is gefascineerd door mijn ongebreidelde verbeelding, door de anarchistische overdaad, en door de schaamteloze tuimelende woordenstroom. En ze houdt van de perverse macabere gewelddadige personages in mijn grillige teksten.
En Bernadette kan tegen een stootje. Ze was achttien toen ze trouwde, haar man werd vrijwel meteen een drankzuchtig leugenachtig onberekenbaar wrak en dus moest ze de herberg in haar eentje bestieren.
Dat lukte, en stamgasten met teveel praatjes en schofterig gedrag werden bij de kraag gevat en op straat geworpen. Op straat geworpen door een klein mager kranig vrouwtje dat nog geen vijftig kilo weegt.
Felle weerbare geestige slimme sluwe Bernadette.
Een rots, een baken, een furie, een heldin.

Over de auteur

Delphine Lecompte