Gepubliceerd op: zondag 7 maart 2021

Delphine Lecompte – Rouwmaaltijd met sneeuwruimer, pistoolschilder, en andere zotten

 

Tijdens de rouwmaaltijd negeren we de dode als de spreekwoordelijke olifant
De incestueuze imker fluistert in mijn rechteroor dat hij op het punt staat
Om twee gierige oogartsen en drie bipolaire garnalenpellers te vermoorden
Met een arsenaal aan genadeloze gynaecologische instrumenten gevonden
Aan de achterkant van een mistroostig roofvogelpretpark ten Noordoosten van Boekarest
En de bedeesde zeepzieder fluistert in mijn linkeroor dat hij het beu is
Om zijn moeder met Parkinson bloemkoolsoep te zien morsen op haar fluwelen mantelpakjes
Terwijl ze pretentieus en beverig en compleet verkeerd haar minnaar Kierkegaard citeert.

De ontslagen kraanmachinist maakt origamidromedarissen en origamibevers met de rouwservetten
En de transseksuele coniferenscheerder zoekt tevergeefs synoniemen voor ontreddering,
Partnergeweld, slede, triangel, chantage, ganzenlever, tandextractie, en visbestek
De sneeuwruimer en de pistoolschilder proberen elkaar te overtroeven
Ze weten beiden hoe gokschulden en woestijnvisioenen in Nevada eruitzien
En ze hebben in Caracas dezelfde bordeelhoudster met eeuwig hordoleum en vastgeklonken
Papegaai doen lachen aan het ontbijt met een valse neus en een fopsigaar
Je kan pissen in de sneeuw en je kan schilderen op de sneeuw
Maar de sneeuw zal zwichten voor de draakmachine van de sneeuwruimer
Of wachten op de zon, de kip komt en mijn moeder imiteert de bange schoorsteenveger.

Imiteer maar raak, denkt de schoorsteenveger grimmig en rancuneus
Ik heb medelijden met de schoorsteenveger, toch hoor ik mezelf bulderen en gieren
Meegesleurd door de hysterische stemming en de onverwoestbare populariteit van mijn moeder
Mijn moeder spot al drie decennia met de schoorsteenveger: op roltrappen en in circustenten,
In folkloremuseums en struisvogelkwekerijen, in wekkerwinkels en dierentuinen,
In duikboten en abortusklinieken, in observatoria en spookhuizen
Maar tijdens deze rouwmaaltijd spant ze de kroon, haar giftige imitatie gooit hoge ogen
Ze is alweer de spin, de hyena, de poolvos, de Cleopatra, de Liz Taylor, de keizerin.

De schoorsteenveger zint op wraak; op een nacht zal hij door de schoorsteen
Van mijn moeder glijden, haar overmeesteren, haar knevelen, en haar vernederen
Met dertien afschuwelijke pancreassen van evenveel oerdegelijke schimmelpaarden
Mijn moeder zal lijden en niet onbewogen blijven, maar een bloedmooie alchemistische
Trompettist zal haar meenemen naar een geheime plek in Bretagne om te herstellen
Het herstel zal zacht zijn, en gastronomisch: wulken en langoustines galore
Er zal geslapen worden in een sprookjesachtig bed en mijn moeder zal elke nacht dromen
Dat ze de liefde bedrijft met atypisch tedere bliksemsnelle paardendieven
Die enkel leven om haar te dienen met struisvogelveren, slagroom, en tamme gerbils.

De wraakactie van de bange schoorsteenveger zal de spotternij van mijn moeder
Uiteindelijk alleen maar groter en venijniger maken, maar dat kan de idioot onmogelijk voorspellen
Ik laat de kip koud worden
Het is de kip van de vereenzaamde Bulgaarse ex-luchtballonvaarder van wie wordt gezegd
Dat hij niet vies is van seks met dode messenslijpers en zieltogende degenslikkers
De kip was sympathiek, ze keek naar mij alsof ze het oké vond dat ik zo vaak
Dronken was en zelfmedelijden had, ze genas mij of ik herpakte mezelf
Plots dronk ik niet meer en mijn zelfmedelijden verdampte
Dus slachtte ik de kip voor de dode die nog steeds de spreekwoordelijke olifant is.

Nu verschijnt het dessert, een taart met oneetbare herten en marsepeinen klaroenen
Smul maar raak, moedertje gal en spotternij
Nee, venijn en spotternij
Gal blijft steken vanbinnen, ettert en woekert, zie: mijn vader
Ik knabbel vol schroom aan een dikke marsepeinen klaroen zoals Alice in Wonderland
Ik denk aan de zeug die me aanviel in de boerderij lang geleden
Diezelfde dag werd ik ook nog in het nauw gedreven door een magnifieke ram
Ik ben nooit groot geworden en de dieren waar ik zoveel van hou willen me nog steeds vertrappelen
We verlaten de zaal, keurig en schaterlachend, de dode werd verzwegen
En al het voedsel werd door de versleten ex-bokser en de fraaie fazantenjager uitgebraakt.

Tussen de fontein en het worstenkraam vraag ik aan mijn moeder
Of ze me een bruut beest wil noemen, ze noemt me zonder overtuiging een bruut beest
We denken aan mijn vader, wanneer hij een douchecel verlaat oogt hij profetisch
Maar in alle andere contexten is hij slechts een bittere gnoom
We willen hem uit elkaar scheuren zoals blinkende hengsten in de middeleeuwen
Mijn moeder werpt een muntstuk in de fontein en wenst zichzelf een slaafse onderwaterlasser
Met een fijne bungalow, trotse naaktkatten, dunne wenkbrauwen, en een gouden penis
Mierzoet en afneembaar.

Over de auteur

Delphine Lecompte