Gepubliceerd op: vrijdag 12 februari 2021

Leesstations – Paul Celan

 

 

Verzameld werk
Paul Celan
Vertaald en toegelicht door Ton Naaijkens
Uitgeverij Atheneum – Polak & Van Gennip
ISBN 9789025310813

 

 

 

 

 

0.
Celan – achthonderd en meer gedichten nagelaten. In miljoenen talen vertaald, ook in de onze, d.w.z. die van Ton Naaijkens. Het Verzameld werk incluis zijn vertaalstrategie biedt een zeer welkome deur naar deze schatkamer vol onbevreesd sprekende poëzie – van eruditie verzadigd (wat vandaag de dag wellicht algauw een handicap inhoudt met het oog op populariteit).
Fraai hoe Naaijkens zijn vertalen van Celan vergelijkt met ‘praten met doodlopende stegen’. Bij het vertalen komt het niet alleen aan op wat de dichter zegt, maar ook op de toon, zijn stem. Naaijkens is beslist een vertaler die Celan probeert te begrijpen. Hij heeft geprobeerd zich voor te stellen wat Celan deed, en ook wat deze dichter met elk gedicht wilde laten gebeuren. Naaijkens diende minstens twee meesters en heeft moeten doen wat niemand kan.
Over het vertalen zelf zegt Naaijkens in zijn toelichting: Er zullen ongetwijfeld betere vertalingen volgen, waarin nog meer woorden op hun plaats vallen. Sommige Nederlandse woorden komen de gedichten van Celan goed uit, andere minder. In die zin blijven de gedichten, om met Celan te spreken, ‘onderweg’. Ze krijgen een nieuwe vorm, leven op naast de onaanraakbare woorden van deze belangrijke dichter.
Deze tweetalige presentatie biedt de vertaal-nieuwsgierige lezer een hand voor ‘onderweg’. Alsook een vriendschappelijke confrontatie van het vertaalde met het origineel, zonder dat het een wedstrijd wordt.

1.
– waarop vrachtladingen interpretatieve literatuur volgden. Een waarde-spiegel van zijn poëzie. Drie sporen hierin vallen op (cf. Yra van Dijk):
(a) het spoor van de Wannseeconferentie / die Endlösung – 20 januari 1942;
(b) het autonome spoor van de lezer;
(c) de praktijk van de combinatie van (a) en (b).
Waar ik het formele spoor van de lezer aan toe zou willen voegen. Volgens Naaijkens kan de sleutel tot Celans gedichten niet gevonden worden in de-mens-Celan zelf. Wel zijn de gedichten staties in zijn vita.
Welk spoor ook, het is inmiddels een opgave om iets aan ‘Celan’ toe te voegen wat nog niet eerder werd gezegd of geschreven. Wat mij opvalt is dat veel standpunten zijn gestold (= telkens terugkeren, Wiki-achtig zijn – inzichten versteend door Medusa’s). En dit terwijl Celan zich uitdrukte om in beweging te blijven. Om het woord – dat ding – een leven te geven, om het woord blijvend te laten leven. Beweging, onderweg zijn, voortdurend op zoek naar een mede-beweger die evenmin als hij is versteend. Bij behoud van beweging past mij het formele, nuchtere, en het meest muzikale spoor het best.

2.
Ik lees een gedicht als ware het ‘slechts’ het jasje van de dichter (wellicht te zeer beïnvloed door Sartre’s La Nausée). Keur de stof, de coupe, de afwerking van de naden, de keuze van de knopen, …. en ben me voortdurend bewust van het luie automatische gevaar. Daartegen gebruik ik Beckett’s aanwijzing ill seen, ill said… fail better, en dan nog eens, als wapen. (Weet: Beckett en Celan zijn voor mij een literaire tweeling.)
Ik lees Celan. Ik probeer mijzelf in het gareel te krijgen. Zoek in de hoeken en kieren van zijn kamer naar wat ik voor mijzelf kan gebruiken. Ja. Ik vind hem voor mijzelf uit, voor mijn eigen prosodie. Wat niet lukt. Hoe wreed en wrang is mijn jaloezie op zijn voorsprong van de tragedie. Ik speel de uitgever die de enveloppe met het manuscript van een tomeloze vreemdeling ontvangt. Om vervolgens met droomaandrijving in een cirkelbaan zijn wereld in te worden geslingerd.
Ik lees Celan in vertaling en denk: in een vreemde taal liegt de dichter.

3.
Ik ben gewaarschuwd. Er staat wat op het spel: Een beschaving waar Apollo niet meer naar omziet, zal niet lang standhouden (George Steiner). Houd zijn werk organisch. Zijn oeuvre is een levend ding, (nog) geen basalten monument. Deze uitgave helpt daarbij.

4.
Celan mobiliseert woorden die lang sliepen. Zijn nachtoog ziet naastliggende woorden (wat is naast in deze?), kofferwoorden, verhullende woorden, verborgen betekenissen in het volle zicht. Of hoe dan ook, op een vernuftige wijze roeren zij in de actieve duisternis van mijn bewustzijn. Zijn werk schept iets wat niet wordt gekend, en wat hij bewaakt met scherpe tanden. Celan verschuilt zich niet in sprakeloosheid. In tegendeel, hij stijgt op, als een timmerman die op zijn spijker slaat (George Steiner).

5.
Celan gaat te werk als een uitvinder. Hij is voortdurend op zoek naar bruikbare deeltjes in woorden – betekenis / klank – en permuteert wat hij bruikbaar acht. Deze meester uit Czernowitz is geen showman die zijn onbevoegd gehoor vlijt met schijnbaar diepe poëzie (wat is diepe poëzie?). Zijn taalmuziek is geen flauwekul. Meer nog dan taal, de werkelijkheid zelve.

6.
Enorm zijn taalbereik, maar ook zijn taal draagt een vlies van wit – de schaduw van zijn aporie. Ook Celan was een mens voor wie ‘O Wort, du Wort, das mir fehlt!’ van Arnold Schönberg gold.

7.
Is hij nog wel een dichter op onze plaats in onze tijd? Voor nu: natuurlijk. Zijn streven wortelt in de Shoah en is even onuitwisbaar. Maar de kernvraag is of zijn poëzie op een even intense wijze een horizon kan bieden voor de onuitwisbaarheden van nu én later. En zo ja hoe dan?

8.
Zijn poëzie (niet alles ervan) zet mij aan tot een contemplatieve, meditatieve handeling waarbij zijn tekst overbodig wordt. Ik wend mij af van zijn woorden. Dit bevrijdt mij van het keurslijf van de ratio – de natuurwetten, tijd en plaats, en van elke andere logica – steeds mijn anker (geweest?), maar eveneens van mijn emoties. Ik lees zijn poëzie dan in een toestand van bevrijd-zijn van elke vorm van begrijpelijkheid. Laat ik deze toestand vooralsnog mijn parergon noemen.

Ontsnapt aan de uitgeputte taal overleeft dan het woord.
For poetry makes nothing happen: it survives

 

Over de auteur

Harry van Doveren

- publiceerde essays en vertalingen (o.a. van Robert Musil en Paul Valery) in diverse tijdschriften. Zijn eigen poëzie verscheen bij de uitgeverijen IJzer en Opwenteling. Zijn meest recente bundel, Wereldgemiddelde, verscheen bij Uitgeverij crU.