Gepubliceerd op: donderdag 4 februari 2021

Delphine Lecompte – Playbackshow in Immaculata

 

In de jaren tachtig vierde de playbackshow hoogtij. Ik was geen onvoorwaardelijke fan, of beter gezegd: ik had een hekel aan die holle bedoening met plastieken pruiken, protserige epauletten, en kundig gescheurde kousenbroeken gedragen door luide vulgaire pre-puberale Madonna-epigonen die te aandachtig werden bekeken door verweerde paardengokkers, corrupte messenslijpers, racistische fietsenmakers, sardonische touwslagers, en kwijlende kraanmachinisten.

Maar op een dag werd ik toch ingelijfd door enkele klasgenoten die The Final Countdown van Europe wilden playbacken. Hun drummer lag in het ziekenhuis met een blindedarmontsteking en dus moesten ze noodgedwongen een beroep doen op mij. De drummer was de minst gegeerde positie. De drummer was de sul, de paria. Desalniettemin was ik buitensporig blij dat ik deze kans kreeg en na de lange schooldag rende ik naar het huis van mijn grootouders en kiepte ik de inhoud van de waspoederdozen van mijn grootmoeder in de tuin van Klaus de lankmoedige lispelende ex-SS’er.
Ik bond de waspoederdozen met waslijnen aaneen en plakte soepborden en zeven aan de zijkanten. De soepborden en de zeven waren de bekkens. Zo had ik een levensecht drumstel. Ik nam twee houten lepels uit de keukenlade en trok met lepels en drumstel naar het huis van de leidster: Anneke De Schuimer, de bloedmooie blonde dochter van twee atletische gebronzeerde kinesitherapeuten met een manege en een roedel glanzende aanhankelijke slaafse Ierse setters met stamboom. Vooral die setters staken mij de ogen uit, ik zat immers opgescheept met een kwijlende bijtgrage winderige koppige clowneske boxerhond met veel te geprononceerde kloten.

Ook de drie andere meisjes van onze playbackgroep waren blond en misschien niet bloedmooi maar toch alleszins veel te schattig en guitig. En ook zij hadden indrukwekkende parvenu’s als ouders: makelaars, pretparkeigenaars, en tandartsen met bleaching als expertisegebied. Iedereen wist dat mijn grootouders zondaars, hedonisten, voodoopriesters, en kannibalen waren. En mijn haar was flets en mijn huid was schilferig. Maar ik drumde als een bezetene. Helaas was ook dat een probleem; ik mocht niet drummen als een bezetene, het was playback en dus mochten de lepels mijn drumstel niet beroeren. Een bittere teleurstelling, maar ik nam me voor om de regels van de playbackshow met de voeten te treden en op de grote avond zelf toch te drummen als een bezetene. Maar tijdens de repetities hield ik me koest en hing ik braaf de duffe slome onzichtbare pantomime-drumspeler uit.

Toen brak de grote avond aan: in de turnzaal van basisschool Immaculata zouden zeven groepen dingen naar de zo begeerde klatergouden beker van ‘Panneia 1985’.
Mijn zes maanden oudere nicht Alexandra de boerse sirene van Veurne deed ook mee: Like a Virgin. Ze zou ondanks de bulten en welvingen die haar reeds als tienjarige in de schoot werden geworpen tot haar eerste huwelijk maagd blijven. Ze deed het goed die avond, maar niet geweldig. Ik had alleszins meer van haar verwacht.

De twaalfjarige nozems die Living Doll van Cliff Richard and The Young Ones playbackten stalen de show, en ik werd hartstochtelijk verliefd op de nozem met de rode beret. De geschminkte jongen die Billie Jean verkrachtte was prachtig maar veel te glad en te professioneel. Voor de show deelde hij gesigneerde foto’s uit van zichzelf. Zijn kostuum kwam uit Rijsel of Rouen, en zijn vader de brandweerman en weduwnaar pinkte een traantje weg. Het was zijn nieuwe vrouw, een Oekraïense knopenverkoopster die ooit een gevierde ballerina was geweest, die haar stiefzoon had aangemoedigd om zich te verven en een ster te worden. De verweerde paardengokkers gierden toen de jongen zijn kleine kruis greep zoals Michael in de clip, maar zijn evenwicht verloor en struikelde over de diadeem van mijn nicht.
Niemand herkende de jongen die Uptown Girl playbackte. Later kwam uit dat hij een boefje uit het Noorden van Frankrijk was, en dat hij ervandoor was gegaan met de geluidsinstallatie en de handtas van Zuster Simone. Benedict kreeg de slappe lach tijdens Live is Life van Opus, en de gitarist van Duran Duran viel flauw tijdens de tweede strofe van The Reflex. Of was het een epilepsieaanval? Er werd veel te kwistig omgesprongen met de stroboscooplichten.

Dan wij: wij waren erbarmelijk. Wij waren erbarmelijk door mij. Ik drumde als een bezetene, maar al snel werd duidelijk dat ik geen ritme had, dat ik geen ritme kon houden. Ik verbrodde het extatische triomfantelijke liedje en we eindigden als laatste. Ik werd jarenlang gehaat, ook door de nozem met zijn rode beret. Ik zocht troost bij de pedofiele tuinman, maar zelfs hij was verontwaardigd en teleurgesteld. Ik had me aangesteld, ik had de show willen stelen.
Genadig genoeg hadden mijn grootouders de playbackshow niet gezien, dus kon ik blijven drummen als een bezetene in de tuin. Ik vergat dat geen enkel kind van me hield, en de pedofiele tuinman draaide bij. Op een dag gaf hij me echte drumsticks. Ik bedankte hem met mijn virtuoze handen.

Over de auteur

Delphine Lecompte