Gepubliceerd op: zondag 21 februari 2021

Delphine Lecompte – De mensen, het nijlpaard, en ik

 

Ik kijk naar het nijlpaard en word plots overvallen door vreugde
Ik moet de vreugde niet ontleden, ik moet niets
De vreugde is goddelijk en onverklaarbaar, mensen stoten me aan
De mensen met hun rare ritmes en hun zelfgenoegzame verslavingen
Ik was een mens, mijn ritme was woede en nachtelijke drankzucht
’s Ochtends was ik bang van mijn tanden, van mijn tafel, en van het dopje van mijn oogdruppels
Maar ik was nooit bang van de regen, nooit bang van de Armeense landmeter,
Nooit bang van het asfalt, en nooit bang van het nijlpaard in zijn armzalige bassin daar beneden.

Naast mij spreken twee knopenverkoopsters over de miskraam van een zekere Irma
Ze haten Irma omdat Irma een schele kleptomaan is
Maar desalniettemin veel succes heeft bij Scandinavische scheepsherstellers,
Briljante olieslagers, en bloedmooie alchemistische trompettisten
Ik gooi de knopenverkoopsters naar beneden, het nijlpaard peuzelt hen helemaal op
En ik word wakker in de grote logeerkamer van de oude kruisboogschutter
Mijn geslacht en mijn ledematen zijn intact, mijn honden dromen luidruchtig
Dat ze fascistische dwergen zijn die het aan de stok krijgen met een Bulgaarse laminaatverkoper
In de herberg van een gereformeerde paardendief, jammer dat ze zo menselijk dromen.

Ik zoek God onder het bed, maar ik vind slechts een naargeestige pipet, een pluchen pimpelmees,
Een zuurdesembroodverpakking, een foto van een mild ogende Aboriginal gescheurd
Uit een pretentieus reistijdschrift in de wachtkamer van mijn dermatoloog zaliger,
Een gelukbrengende trol, een paarse vibrator, en een halflege fles Calvados
Ik sta op en ga naar de slaapkamer van de oude kruisboogschutter
Hij droomt krols en spinnend dat hij een traplift en een zakhorloge aftroggelt
Van een zadelmakervrouw wier man is verdronken in het zwembad van zijn schandknaap
Ik schud de oude kruisboogschutter wakker en zeg: ‘Ik wil je niet meer
Om de haverklap om zeep brengen. Trek je kleren aan en maak pannenkoeken voor mij.’

De oude kruisboogschutter gehoorzaamt uiteraard
Ik kwak frambozenjam op mijn pannenkoeken en vraag:
‘Is het waar dat de twintigjarige kruisboogschutter in Congo
Gehecht was aan de tamme schorpioen in zijn luciferdoos,
Sentimenteel deed over de spirituele sprinkhanen op zijn tentzeil,
Grapjes maakte over de sensuele hagedissen in zijn slaapzak,
Fantaseerde over de psychotische maki’s in de akelige karikaturale takken,
Maar zonder scrupules en zonder wroeging achteraf vijf Congolese briefbezorgers
En zeven Rwandese xylofoonbouwers in stukken hakte en de xylofoons
Opstuurde naar zijn ongeboren kinderen en de brieven aan zijn peloton achterhield?’

‘Ja, zo zat de jonge twintigjarige kruisboogschutter in elkaar.
Maar wat ik in Congo deed heeft geen belang meer.
Zorgen voor jou is mijn boetedoening. Pannenkoeken maken
En je braaksel opkuisen. Je honden en je angsten verdragen.
Je kinderachtige Godsbeeld niet met de grond gelijkmaken.’
Ik eet verder, ik kauw ernstig en plan mijn dag: een gedicht, een hart
Onder de riem van de norse lamaverzorger, en een sollicitatiegesprek
In de allesbehalve hoopgevende pyjamawinkel van de verre gehekelde neef
Van de gepensioneerde stierenvechter, de moed zinkt me in de schoenen.

Ik schrijf een erbarmelijk wanstaltig blasfemisch gedicht
In de keuken van de oude kruisboogschutter, ik ben te ijdel
Om het gedicht te wissen, dit overkomt me bijna elke dag
Ik verlaat het paleis van de oude kruisboogschutter
En zoek de norse lamaverzorger, maar ik vind hem nergens
En dus moet ik noodgedwongen een hart onder de riem
Van de melancholische baggeraar steken, hij eet een lelijke knoestige appel
En zegt korzelig en venijnig: ‘Jij hebt geen kaas gegeten van troost.’

Dan eindelijk het sollicitatiegesprek in de allesbehalve hoopgevende pyjamawinkel
Ik scheer geen hoge toppen
Het gesprek verloopt stroef en de verre gehekelde neef
Van de gepensioneerde stierenvechter zegt: ‘Je bent te mager
En te diabolisch om succesvol pyjama’s te kunnen verkopen.’
Ik zeg geestdriftig: ‘Dat zou wel eens kunnen kloppen!’
Vrolijk ren ik naar de zoo, ik begroet het nijlpaard in zijn armzalige bassin
Het nijlpaard is een keizer en ik vermoord de naïeve glasblazer
Die de logge onverzettelijke gratie van het wijze nijlpaard tracht te doven
Met goedkope vermicelli en gênante bermuda’s.

Over de auteur

Delphine Lecompte