Gepubliceerd op: zondag 10 januari 2021

Delphine Lecompte – Pauw pauw pauw

 

Een man in een goktempel, hoge hoed en een pauw in een kooi
Hij was mijn vader lang geleden, slaapwandelaar en verloskundige in La Paz
Een korte periode vermaakte hij ook verwaande blaaschirurgen op cruiseschepen
Hij was goochelaar toen, of buikspreker
Zijn brieven in flessen kwamen niet toe
Ik miste mijn vader en stortte me op broze metselaars en fiere walvisvaarders
Plots was ik twintig, ik piste in een wijwatervat.

Plots was ik twintig en ik stond met een kater op een golfterrein
Ik was een knecht, ik kreeg een zonnesteek en zei honderd keer:
‘Russische meisjes schminken zich graag.’
Ik wilde een Russisch meisje zonder schmink zijn
Niemand begreep mij in het studentenhuis, ik zwierf rond
En in het Serpentensteegje vond ik een aan lager wal geraakte dadaïst
Die zich over me wilde ontfermen, de ontferming was sadistische seks.

Maar na de sadistische seks was er ook muziek van Hank Williams
En af en toe mocht ik in de kelder een lauwe lasagne eten, de andere gevangenen kregen
Pistache-ijs en witloofstronken, zij hadden hun strepen al verdiend
Ik ontsnapte en belandde in de hoeve van een zadelmakergezin, een idyllische periode
De zadelmakervrouw leerde me zorgen voor kuikens en net genoeg voor mezelf
Om het te redden daarbuiten, maar eerst moest ik herstellen
De zeven zoons waren aardig, hun hobby’s waren badminton, kannibalisme, en steltlopen
De zadelmaker zelf was een alcoholistische mythomaan en een wonderlijke koorddanser.

‘Je kan hier niet blijven,’ zei de bitsige jaloerse zus van de zadelmaker
Ze kwam terug van wereldreis en ze joeg me weg met foto’s van schrompelkoppen
En verhalen over gemummificeerde sjamanen, en met chantage en een assegaai
Chantage was gemakkelijk; er circuleerde een pornofilm waarin ik een blote hoefsmid
Speelde en werd overmeesterd door een cholerieke baron en een incontinente fazantenjager
In de film hoor je me tieren: ‘Pauw, pauw, pauw! Pauw pauw pauw!’
Eerst met komma’s, daarna zonder.

Dat was mijn leven vanaf 1999 tot en met 2004
Nu is alles minder koortsig, minder gewelddadig, minder verwarrend
Ik mis de koorts en de verwarring niet, het geweld mis ik wel
Ik probeer het te reconstrueren met de voormalige vrachtwagenchauffeur
Ik geef hem klemmen, fretten, stokken, roeispanen, en zwepen
Instructies geef ik hem ook, maar hij verroert niet; hij is dronken en lief
Teder en bang van bloed, hij zegt: ‘Litouwse vrouwen bloeden graag.
Jij bent geen Litouwse vrouw.’

Maar hij vergist zich; ik ben net wel een Litouwse vrouw
En ik wil bloeden als een bietenboer met een spuitende halsslagader
Een verdorven sponzenverkoper viel hem aan met een verdonkeremaand tombolabroodmes
Twee broers, twee bijbels, een tombolaprijs, een stoïcijns dwergvrouwtje met een vuile stola
Het is altijd hetzelfde liedje
De voormalige vrachtwagenchauffeur likt mijn vagina
En denkt aan de gorilla die zijn eerste vrouw betoverde, of beter gezegd: ontvoerde
Zijn eerste vrouw was een simpele bobijnster aan wier wieg een boze fee was verschenen
Die had voorspeld dat een gorilla roet in het eten zou gooien.

Ik kom klaar als de eerste de beste imbeciele vogelwichelaar
En ik denk meteen aan grote goksteden, aan witte rapmuziek, en aan de affaire Dreyfus
Het zijn naïeve mierzoete wrede wrange blasfemische gedachten
Dan is het liefdesspel voorbij en reinigt de voormalige vrachtwagenchauffeur
Zijn oorschelpen en de mijne
De mijne zijn het vuilst
Mijn oren zijn vuil om minder goed te horen.

Maar ik hoor toch, ik hoor alles
Ik hoor dat mijn moeder zou willen dat ik een winnaar word, desnoods zonder ziel
Maar het is te laat en ik mis mijn vader
Tegen zijn zin betrapt hij kleptomanen in de ontbijtgranenafdeling
Van een sinistere supermarkt in Nazareth, hij is geen bestraffende man
En hij mist de houten pop die hem plaagde maar die het ook voor hem opnam.

Over de auteur

Delphine Lecompte