Gepubliceerd op: maandag 7 december 2020

EI 248: Marc Tritsmans – Het boek van de vader

 

Op zoek naar de wereld groef ik vastberaden
in zijn boekenkast en koos met grote zorg
op gewicht en geur, ook papier en bladspiegel
hadden hun belang. Ik las met honger

en begeerte, volgde de sporen die hij her en der
in potlood achterliet. Toen is hij doodgegaan en
heb ik het gered. In nog altijd even koningsblauwe
inkt hervind ik vandaag op het schutblad zijn geschrift

slechts naam en datum, maar ik zie voor mij de jonge
man die op deze dag net achtentwintig werd en van mij
zijn toekomstige zoon, nog geen vermoeden had.

Als een meteoriet uit vroegere warmere tijden
rust het boek van de vader hier nu schroeiend
in een hand die al begonnen is te lijken op de zijne.

 
____
De formulering van de titel van het gedicht creëert op het eerste gezicht afstand tussen ‘de vader’ en de ik-figuur. Anders had er wel gestaan: “het boek van mijn vader”. Toch is de inhoud heel persoonlijk. Het gaat over één specifieke vader en één specifieke zoon. Wil de zoon met de afstandelijk klinkende titel het vaderschap van zijn vader en dat van vaders in algemene zin verheffen, het op een voetstuk plaatsen? Daar lijkt het wel op. Of wil hij zeggen dat zonen uiteindelijk – in de jaren des onderscheids of nog later – op zoek gaan naar sporen van hun vader? En dient het boek in dit geval als metafoor voor geestelijk nalatenschap? In ieder geval zet de ik-figuur zowel zijn vader als het vaderschap luister bij.

Het gedicht legt een ontwikkelingsgang van de zoon ten opzichte van de vader bloot. Allereerst het verkennen van de wereld met de boeken uit vaders ‘boekenkast’. Dan de ‘geur’ opsnuiven, het incorporeren van oude boeken die zijn vader ooit vasthield. Daarna het doorgronden van vaders aantekeningen langs de kantlijn, het dóórdringen in zijn gedachten en uiteindelijk het besef meer en meer op hem te lijken. Ook kunnen we uit het gedicht afleiden dat de zoon zijn vader node mist. In v6 en 7 staat dat: ‘Toen is hij doodgegaan en heb ik [de zoon] het gered’. Het verlies moet zwaar zijn geweest maar hij heeft ‘het’ overleefd, ongetwijfeld dank zij de vader en diens nalatenschap.

Een mooi poëticaal effect bewerkstelligt de dichter door het gebruik van meerduidigheid. Het sorteren van boeken op ‘gewicht’ kan letterlijk in de betekenis van zwaarte en figuurlijk in de betekenis van belangrijkheid opgevat worden. Het refereren aan de ‘koningsblauwe inkt’ betreft enerzijds de kleur van schoolinkt waarmee de generatie van de vader ooit leerde schrijven en anderzijds heeft het een koninklijke dimensie; handschriften van vroeger stralen vaak kracht en identiteit uit. ‘Schroeiend’ in de voorlaatste versregel bewerkstelligt eveneens een mooi effect. Enerzijds brandt vaders boek van opwinding in de handen van de zoon, anderzijds doet het schroeien pijn, te weten dat zijn vader er niet meer is.

De karakterisering van de zoon is markant in het gedicht aanwezig. Hij is nieuwsgierig, hij dorst naar kennis. Hij weet wat-ie wil, is vastberaden. Ook is er sprake van heimwee. De zoon zoekt naar sporen van zijn vader. En hij is bezonken van aard. Hij weet wat hem te wachten staat: hij wordt ouder en ouder. Alles gaat voorbij. En zal in hem – de zoon – herhaald worden, wat de vader is geschied?

Aan de vorm van het gedicht herkennen we het sonnet. Altijd wordt dan gekeken naar de wending in het gedicht. Die is hier niet zo moeilijk te achterhalen. Ze zit in het sextet, bij de overgang van de 3e naar de 4e strofe. In de eerste 3 strofen wordt uitvoerig beschreven wat de zoon onderneemt om relicten van zijn overleden vader te hervinden. In de laatste strofe is dan de ommekeer en wordt beschreven wat het effect van dat zoeken is. Een effect dat als een ‘meteoriet’ inslaat.

De meteoriet komt van ver: niet qua afstand maar qua tijd. Het is een inslag in de mentale gesteldheid van de zoon. Zijn gedachten gaan terug naar vroeger, naar zijn prille jeugd, naar zijn vader. Alles is voorbij gevlogen. En dat alles is als een hemelsteen geheel onverwachts, keihard ingeslagen. Een confrontatie die universeel lijkt te zijn.

Mooi is het beeld dat in strofe 3 wordt weergegeven. Op het ‘schutblad’ van een boek hervindt de zoon vaders ‘geschrift’. Dat is natuurlijk zijn handschrift. De vader is trots op het boek, dat zijn eigendom is geworden. Hij schrijft er immers ‘naam en datum’ in. Hij heeft het boek waarschijnlijk cadeau gekregen. De datum in het boek is namelijk zijn geboortedag. De zoon telt terug en beseft dat zijn vader op die datum 26 jaar werd. Hij is dan al een man maar nog geheel onwetend van zijn toekomstig vaderschap. Dat alles roept bij de zoon gevoelens van heimwee en tederheid op. Toch is er ook bevreemding en angst: het besef hoe genadeloos snel alles vervliegt.

 

 

Alles is hier nog
Marc Tritsmans
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
ISBN 9789046827710

 

 

 

 

Over de auteur

- studeerde na zijn onderwijzersopleiding Duits (M.O.) en Nederlands (doctoraal). Hij was onder meer schoolhoofd en vervolgens leraar Duits en Nederlands.