Gepubliceerd op: donderdag 17 december 2020

Delphine Lecompte – Rebekka, je was geen verfomfaaide papegaai

 

Ik zal nu wel nooit Rebekka Daldini worden
De woeste sensuele volleybal spelende dochter van criminele foorkramers
Botsauto’s en oliebollen, tijdens de schoolvakanties schreef ik haar brieven
Ik maakte haar wijs dat ik me uitleefde op het strand
Maar ik las Voltaire in de zolderkamer van mijn grootouders
En af en toe ging ik een taartje eten in hotel Nefertiti om de dementerende
Zadelmakervrouw die er permanent woonde een plezier te doen
Ik haatte haar pruik die me deed denken aan wrede ontgroeningsrituelen
En aan de verwaarloosde papegaaien van het anagrampretpark.

Ze deden aan zelfverminking omdat ze twee maal per dag
Op te kleine fietsjes in te krappe pakjes op een te schetterend podium werden gezet
Er was ook een goochelaar, hij zaagde juffrouw Marijke in twee
Zoiets kan onmogelijk getrukeerd worden
Juffrouw Marijke had een vriend die zwarte tulpen kweekte, het sprak tot mijn verbeelding
Ik bespiedde het koppel en zag dat de zwarte tulpenman fretten schilderde
Op de lange benen van juffrouw Marijke, maar ik stond ver van het raam
En misschien zag ik het verkeerd; misschien waren het gondels of slapende reuzen.

Nooit kreeg ik een brief terug van Rebekka Daldini
Op een dag keerde ze niet terug naar school, zo gaat dat met de kinderen van foorkramers
Ik huilde en later werd ik kwaad, ik spijbelde en liet mijn oren piercen
De veteraan die de gaatjes in mijn oren maakte sprak over sneeuw
En over opgesloten worden in een kolenhok, dat is pijn zei hij
Hij keek kritisch naar mijn geschoren nek, meisjes zijn geen meisjes meer
Zijn stugge inwonende dochter kwam binnen met een Sint Bernardshond
Ze vroeg of ik familie was van de ontsnapte Bosnische kindermoordenaar
Ze wilde een eitje met hem pellen of hem verleiden, de hond beet in mijn regenlaars.

Ik zal nu wel nooit in de buik van een walvis terechtkomen
En overmeesterd worden door profetische visioenen, een pleonasme allicht
Dit is Brugge en ik ben gelovig
Dit is de wereld en ik mag mijn geslacht laten likken door de voormalige vrachtwagenchauffeur
Eerst beeldde hij zich in dat cunnilingus beneden zijn waardigheid was
Nu likt hij mijn geslacht met de koortsigheid van een briljante volhardende pelgrim
We zijn tevreden, we kijken samen naar documentaires over zelfvoldane hoefsmeden
En naar shows waarin bruidstaarten worden geproefd door puriteinse bobijnsters
En verwaande knopenverkoopsters, soms haat ik de vrouwen die zo gemakkelijk trouwen.

Ik zal niet trouwen en ik zal niet dansen
Ik zal een geile onvoorspelbare freak blijven, en ik eis aan de lopende band wurgseks
De voormalige vrachtwagenchauffeur sleept me naar de slaapkamer,
Knijpt mijn keel dicht en penetreert me, ik zie twee schilderijen op het plafond verschijnen:
Het Salomonsoordeel van Ribera en Lighthouse Hill van Edward Hopper
De vuurtoren is beschadigd en ik zit aan een lange tafel
De twee doeken hangen aan de muur, ik ben de schriele Jezus
En ik krijg geen hap door mijn keel, mijn moeder en Petrus eten zorgeloos gelakte eend.

Ik kom klaar en roep: ‘De gaatjes in mijn oren zijn dichtgegroeid
En ik ben geen familie van een Bosnische kindermoordenaar,
Maar ik hielp hem wel ontsnappen en hij verschuilde zich in een kraakpand
Vol spuiten en Afrikaanse maskers. Elke avond bracht ik hem bessen en knettersnoep
Tot ik het beu werd en aan een meute hypocriete onderwaterlassers zijn schuilplaats verraadde.
Ook dat is pijn! Pijn! Pijn! Spijt! Spijt! Spijt! Stop het ejaculeren!’
De voormalige vrachtwagenchauffeur stopt en loopt kwaad naar de ijskast
Hij eet bars en snuivend een kommetje gemengd fruit
Zijn penis kan het driftige kauwen niet bijhouden.

Zijn ballen verschrompelen en hij vraagt: ‘Is het waar?
Is het waar dat je een kindermoordenaar hebt geholpen?’
Ik negeer de vraag en zeg: ‘Juffrouw Marijke verhuisde uiteindelijk naar een koud eiland
Zonder goochelaars, maar de zwarte tulpenman bleef in De Panne. Hij werd verliefd
Op de dementerende zadelmakervrouw van hotel Nefertiti.
Ze was van adel en iedereen zei dat hij enkel geïnteresseerd was in haar geld
Maar ik zag hem teder katten en hanen en andere stadsmuzikanten tekenen op haar schedel
En de volgende dag kocht hij een nobele hoed met patrijspluim voor haar.’
De voormalige vrachtwagenchauffeur stikt bijna in een druif, close but no cigar.

Over de auteur

Delphine Lecompte