Gepubliceerd op: zondag 27 september 2020

K&G: Kiwi, ik ben je moeder niet

 

Je vertelt me het verhaal van Kiwi die voor de honden van Bibber moest zorgen
En al diens miniatuurflesjes wodka en whisky leegdronk
En terugplaatste gevuld met water in het houten kader aan de muur
Maar het moest natuurlijk uitkomen, een zwarte labrador klikte
Kiwi eindigde in een caravan aan lagerwal en op een grijze dag in januari
Werd hij door een junkie afgemaakt met een afgebladderde radiator.

De junkie lokte Kiwi naar buiten met de belofte van een suikerspin
Vastgehouden door een zevenjarig Oekraïens meisje in te lichte kleren
Er was een suikerspin, maar geen meisje
Het meisje was een radiator, bevend hapte Kiwi naar de suikerspin
De suikerspin verdween en de junkie tilde de radiator op
Als een oudtestamentische wraakfiguur en hij verbrijzelde het weke gezicht van Kiwi
Kiwi had geld gestolen van de junkie, en hij had geweigerd om een nieuwe toilettas
En ovenwanten te kopen voor de moeder van de junkie.

Ik sta op en trek mijn jeansbroek en slipje uit
Ik kijk naar beneden, naar mijn eigen geslacht: slordig, uitpuilend, asymmetrisch
Ik zeg: ‘Lik me. Ik zal je dankbaar zijn. Ik zal je trakteren op een ski-initiatie.’
Je likt me kundig, ietwat robotachtig
Ik kom dankbaar klaar. Je wil geen ski-initiatie; je wil zwemlessen
Maar alle zwembaden zijn gesloten en de waarzegautomaat op de kermis van Veurne
Zei dat je zou verdrinken deze maand, wil je soms verdrinken?

Je zegt: ‘Soms wil ik verdrinken. Omdat mijn moeder schizofreen was,
We waren paria’s in Jabbeke. Mijn vader de nederige meubelmaker verloor zichzelf
In de geur van houtsnippers en verder bezondigde hij zich aan overmatige rouw
Toen mijn broer werd doodgereden in 1978. Ik moest voor mijn moeder zorgen.
Ik haatte de zorg en liep weg naar een frivole Bosnische grootstad waar ik bloemen
En badges van katten op hemellichamen verkocht aan rijke touwslagers
Die medelijden met me hadden. Die badges maakte ik zelf. Kras, hoekig, naïef.’

De heilige Ria van de frituurmandenfabriek staat aan de overkant van de straat
Ze telefoneert driftig met haar petekind in de gevangenis
Hij vermoordde een onderwaterlasser in een Chinees buffetrestaurant
Hij dacht dat de onderwaterlasser een pedofiele tuinman zonder wroeging was
Alsof een pedofiele tuinman zonder wroeging het verdient om vermoord te worden
Met restjes van zielige kroepoekschelpen en gebroken inktvisringen tussen zijn tanden.

Ria zegt: ‘Ik zal een appelflap en een boek over de mercantiele sluwigheden
Van de Comanche-Indianen voor je meebrengen. Wees daarmee tevreden!’
We lachen hol, na het holle lachen zeg je melancholisch: ‘Mijn moeder dreigde eens
Te stikken in een appelflap. Ik deed niets, maar een hulpvaardige buur schoot
Haar te hulp. Een jaar later verhuisde hij naar Baltimore, hij dacht dat Baltimore stond
Te popelen om hem weelde en voorspoed te geven, maar hij werd slechts de mismoedige
Conciërge van een salsaschool voor gepensioneerde blaaschirurgen en ex-horrorfilmstarlets.’

Ik geeuw en vraag: ‘Mag ik je bed gebruiken om een uiltje te knappen?’
‘Ja.’
In je bed voel ik me belachelijk; ‘een uiltje knappen’, wie zegt dat nog?!
Ik beeld me in dat Kiwi nog leeft, hij is nog een kind
En ik ben zijn jonge slimme moeder, ik leer hem Polanski
En Motörhead kennen, hij zal nooit moeten overwinteren in een caravan
Ik val in slaap en droom dat Kiwi mijn zoon niet is, hij bloedt dood op een sneeuwtapijt.

 

Over de auteur

Delphine Lecompte