Gepubliceerd op: maandag 7 september 2020

EI 233: Friederike Mayröcker – Sensorium etc. (fragment)

 

fragment_sensorium_2

 
____
Er is veel geschreven over de poëtica van Friederike Mayröcker: Autonoom, vrij vult zij het wit. Beeld na beeld schiet oer-drift-lustig door haar hoofd. Zoekend vindend, dan weer verder. Jong als zij is, onbekommerd onnavolgbaar. Haar stem woont in de beelden, de beelden wonen in haar stem. Welke ingewijde volgt nauwkeurig wie zij is?

Mijn eerste indruk volgt deze schets in grote lijnen. Toegegeven. De teksten van anderen bevooroordeelden mijn eerste indruk van dit fragment en vrijwel alles wat daar in de prachtige bloemlezing Sensorium etc. aan vooraf gaat. Wat nu?

De gewaardeerde Gaston Bachelard leerde mij een eerste indruk in twijfel te trekken.
Daarom nogmaals – fail better – een tweede eerste indruk vanuit een Bachelard-achtig perspectief: het fragment gelezen als een ruimte, bijvoorbeeld een cel – een gevangenis van haar geestelijke persoon – “ach mijn hersenen – gedichten” (cf. sensorium, p132).
Een ruimte, gevuld met haar hele wedervaren, met intieme hoekjes, spleten, zolders, kelders, alles onmetelijk groot en zo diep als de zee. We horen door de muren heen. Woorden, associaties, kort de duur ervan, voortdurend aangespoord – zij kan niet anders, er is meer, en na alles nog meer. Een spoor nalatend van onafgewerktheden, stofvlokken onder trappen.

Om met Hugo Ball te spreken, haar taal, een scheppend orgaan, is misschien stuk, maar het uitbeeldingsproces lijdt er niet onder. Sterker nog, het lijkt erop dat haar scheppende vermogen er juist door wint.
Vanuit dit perspectief kan het fragment een uitdrukking zijn van een kloostercel waarin zij middels ascese haar geest, het woelige, wat haar duizelt onder het woordje ‘ach’, beteugelt. Stil. Twijfel.

Lees het fragment nogmaals, nu formeler: De woorden incluis al haar typografiën. Apostrofs, cursieven, kapitalen, = gelijkteken, koppelteken, minteken, afbreekteken, ligamenten, inspringingen, de consequente spatie voor een dubbele punt, punten, stippen. Elk typografisch element voegt meerduidigheid toe aan haar poëzie; gebruikt zij bijvoorbeeld een “1” dan is dat relevant: “1” is minder vrijblijvend dan “een”.
Essentiële onderdelen van het fragment laten zich niet hardop lezen. Een voordracht van dit fragment op de bühne lijkt me onmogelijk. Neem nou bijvoorbeeld de laatste regel, die niet eindigt bij neer. Hoe laat je dit fragment eindigen zonder de ‘.’ ook daadwerkelijk als punt uit te spreken?

Kortom, mijn tweede eerste indruk is dat dit fragment alleen zwijgend gelezen, gesavoureerd, kan worden.
Terwijl ik aan de machine zit (prachtig beeld van haar trouwens: aan de machine zitten) denk ik aan mijn werk in een akoestisch dode kamer. Ik kon er mijn bloed horen stromen.
Het is misschien daarom dat ik graag wil denken dat Mayröcker met dit akoestisch dode fragment haar bloed luidkeels wil laten spreken.

Friederike Mayröcker: een dichter die mij inspireert.

 

 

Sensorium etc.
Friederike Mayröcker
Vertaald en ingeleid door Annelie David en Lucas Hüsgen
Uitgeverij Vleugels
ISBN 9789493186040

 

 

 

 

 

Over de auteur

Harry van Doveren

- publiceerde essays en vertalingen (o.a. van Robert Musil en Paul Valery) in diverse tijdschriften. Zijn eigen poëzie verscheen bij de uitgeverijen IJzer en Opwenteling. Zijn meest recente bundel, Wereldgemiddelde, verscheen bij Uitgeverij crU.